Een computerbrein dat mens is geworden

De romans van de Amerikaanse science-fictionschrijfster Leckie behoren tot het beste in hun soort. In haar wereld wordt geen seksueel onderscheid gemaakt, omdat dit een gebrek aan beschaving is.

De verteller was het computerbrein van een ruimteschip dat in een kosmische burgeroorlog vernietigd werd Foto Thinkstock

Niet vaak worden in een science-fictionroman alle personages aangeduid als ‘zij’. Ook al treden vrouwelijke auteurs in de SF steeds meer op de voorgrond, het blijft vooralsnog een mannelijk genre: een van de weinige waarin het aantal lezers nog altijd groter lijkt dan dat van de lezeressen. Dat verhinderde niet dat de debuutroman van de Amerikaanse SF-schrijfster Ann Leckie, Ancillary Justice, vorig jaar genomineerd werd voor vrijwel elke belangrijke onderscheiding in het genre, en er een handvol daadwerkelijk ontving. Terecht, want het boek heeft alles in zich om een klassieker te worden.

De ongebruikelijke geslachtsaanduiding betekent niet dat Ancillary Justice uitsluitend door vrouwen wordt bevolkt. Integendeel, de eigenschappen van de mensen die erin rondlopen zijn net zo mannelijk als vrouwelijk; een hoger geplaatste wordt aangesproken met ‘sir’, een nóg hoger geplaatste met ‘Lord’. Het maken van seksueel onderscheid wordt in de verre toekomst waarin het boek speelt als een gebrek aan beschaving beschouwd. Er zijn zowaar nog volkeren of rassen in de ruimte die daaraan doen, zo merkt een van de hoofdfiguren met verbazing op, maar serieus kun je dat niet nemen.

De (vertellende) hoofdfiguur van Ancillary Justice lijkt zelfs helemáál geen geslacht te hebben – althans aanvankelijk niet. De persoon die inmiddels door het leven gaat als Breq Mianaai was aanvankelijk het computerbrein van een ruimteschip dat in een kosmische burgeroorlog vernietigd werd. Het brein materialiseerde zich in één van zijn talrijke ‘ancillaries’: de tot robot omgevormde menselijke lichamen die de uitvoerende organen waren van het centrale brein. In het begin van de roman is Breq, na lange kosmische omzwervingen, op zoek naar wie de burgeroorlog ontketende, haar schip vernietigde en dwong tot het doden van één van haar geliefde bemanningsleden.

Die schuldige is niemand minder dan de hoogste heerseres van het kosmische rijk, wier bewustzijn op zijn beurt verdeeld is over een groot aantal lichamen. Dat maakt haar bijna onsterfelijk, maar ook kwetsbaar: de heerseres raakte in zichzelf verdeeld na een uitzonderlijk wrede genocide binnen steeds grotere kosmische expansie waarnaar zij streeft. Vandaar de burgeroorlog, vandaar Breqs kruistocht.

Dat avontuur is spannend zoals zoveel ‘space opera’s’, maar dat is niet het meest opzienbarende aan Leckies roman. Dat ligt eerder in de fascinerende wereld die zij oproept en de consequentie waarmee zij haar fantasie heeft weten uit te bouwen. Ancillary Justice beschrijft een werkelijkheid waarin AI-systemen zo gecompliceerd geworden zijn dat zij onvoorspelbare en daarmee bijna menselijke trekken hebben gekregen. De kapitein van een ruimtevaartuig kan met haar schip maar beter op goede voet staan. Sym- en antipathieën van het systeem kunnen haar danig parten spelen. Ook onderling botert het tussen de ruimteschepen niet altijd: die van een hogere klasse voelen zich duidelijk verheven boven de wat mindere.

Wie dat vergezocht of zelfs een beetje flauw voorkomt, rekent buiten de waard van Ann Leckies verbluffende pen. Nergens wordt zij nadrukkelijk; op geen enkel moment gaat zij naast haar verhaal staan om de lezer bij te praten. Hij moet het allemaal maar opmaken uit het verhaal dat Breq vertelt, en dat nergens de vanzelfsprekendheid te buiten gaat die in zo’n verhaal nu eenmaal geen nadere toelichting behoeft. Daarom kost het enige tijd om greep te krijgen op Ancillary Justice.

Maar de beloning is er des te groter om. Ook in het inmiddels verschenen vervolgdeel op wat uiteindelijk een trilogie moet worden, Ancillary Sword, weet Leckie de lezer voortdurend te verbazen. De wereld van Breq mag hem inmiddels dan wat vertrouwder voorkomen, ze roept nog altijd voldoende mysteries op om de fantasie én het brein te prikkelen. Hoe je je dat moet voorstellen: een AI-systeem dat menselijke robots in dienst heeft, zo’n robot die op haar beurt het hele brein van een ruimteschip incarneert, en een dictator die zich in honderden lichamen heeft opgesplitst – het zijn vragen waar filosofen nog jaren mee vooruit kunnen.

Net als met de vraag hoe het nu eigenlijk zit met de seks van al die androgyne mensen waarmee Leckie de lezer inmiddels vertrouwd heeft weten te maken. Dát ze eraan doen, en gretig ook, is duidelijk. Maar hoe? Dat blijft ook in Ancillary Sword een raadsel. En misschien ook wel in Ancillary Mercy, het slotdeel van de trilogie dat dit jaar nog verwacht wordt.