Een ander leven – sinds die zeventiende juli

Op 17 juli 2014 verloren Rob Fredriksz en Silene Fredriksz-Hoogzand hun zoon en zijn vriendin. Ze zaten op vlucht MH17. „Ik kijk niet verder dan één dag. We plannen niets.”

Rob Fredriksz en Silene Fredriksz-Hoogzand. Foto Mieke Meesen

Hypernerveus is ze. Ze slaapt al nachten extreem slecht. Gek is dat, vindt ze. Maakt het uit dat het bijna een jaar geleden is? Elf of dertien maanden geleden is net zo erg. Maar toch, het maakt uit kennelijk.

Vandaag is het precies een jaar geleden dat vlucht MH17 uit de lucht werd geschoten en alle inzittenden de dood vonden. In dat vliegtuig zaten ook Bryce Fredriksz (23) en zijn vriendin Daisy Oehlers (20). Op dat moment begint voor Rob Fredriksz en Silene Fredriksz-Hoogzand, de ouders van Bryce, een ander leven. Silene: „Er is een leven voor de ramp. En een leven erna. Het zorgeloze, vrolijke leven van vroeger kan ik me niet meer voorstellen.”

Silene Fredriksz herinnert zich de dagen voor de ramp helder. Kraakhelder. „Waarschijnlijk omdat het voor Bryce en Daisy de laatste dagen waren.” Bryce woonde thuis. Zijn vriendin Daisy woonde bij hen in, al twee jaar. Bryce heeft een oudere zus. En drie halfzussen uit een eerder huwelijk van Rob. Bryce is een nakomertje. En de enige jongen. Een totale voetbalfanaat. Feyenoordfan. Hij had zijn mbo-studie afgerond en werkte als hulpkok in de catering. Daisy kende hij al vanaf de basisschool. Ze woonde in dezelfde wijk. Ze hadden plannen samen een huisje te huren.

Ze waren druk, de dag voor vertrek. Ze moesten nog dingen kopen voor hun vakantie naar Bali. En toen wilden ze nog de tante en oma van Daisy gedag zeggen, en de opa van Bryce. Toen ze thuiskwamen hadden Rob en Silene al gegeten. Silene maakte nog eten voor hen. Roti. Het maakte haar niet uit – ze houdt van koken, vooral voor haar kinderen. „Ze vonden alles lekker, wat ik ook maakte. Bami, fajitas, kip. En barbecue. Bryce was gek op barbecue.”

De vakantie was een cadeau van Rob en Silene. Twee maanden eerder was de moeder van Daisy overleden, na een langdurige ziekte. Het was een zware tijd geweest. „We moeten er even uit”, had Bryce gezegd. Ze hadden er zin in.

Rob bracht hen op donderdag 17 juli 2014 naar Schiphol. Zijn broer zou hen opwachten in Indonesië. Die was daar op vakantie. Rob: „We hadden al afscheid genomen. Bryce kwam nog even terug: pas je goed op de oma en de tante van Daisy, pa?” Natuurlijk, zei Rob.

Waarom Bryce daarvoor terugkwam? „Je weet het niet”, zegt Silene. „Dat blijft gissen.”

Silene was nerveus, zegt ze. Het was de eerste keer dat Bryce alleen ging vliegen. Ze moesten overstappen in Kuala Lumpur. Ze waren vaker in Indonesië geweest, Rob komt daar vandaan. Ze gaan om de twee, drie jaar. Silene: „Normaal gesproken regelde ik altijd alles. Ik haalde me van alles in mijn hoofd. Maar niet dit.”

Silene en Rob waren zelf net ook in Indonesië geweest voor vakantie. Ze waren twee weken terug. Eigenlijk hadden Bryce en Daisy met hen meegewild. Maar Daisy zat op school, in het eerste jaar van de opleiding voor doktersassistente. Het leek Silene en Rob beter als zij zou proberen het jaar goed af te ronden en zou overgaan.

Rob: „Ze bleek het jaar uiteindelijk niet te hebben gehaald.”

Silene: „Je kan jezelf totaal gek maken door te denken: hadden we maar...”

Ze zijn neergeschoten!

Een vriend van Bryce belde Rob op die 17de juli in de middag. „Heb je Bryce net weggebracht”, vroeg hij. „Ja”, zei Rob. „Weet je het zeker?” „Ja.” De verbinding werd verbroken. Die vriend had niets meer kunnen zeggen. Kort daarna belde een vriendin naar Rob.

„Ik was op een barbecue van het werk in Breda”, zegt Silene. „Mijn telefoon stond op stil. Meestal kijk ik zo nu en dan wel even, maar nu niet. Ik droeg een groene zomerjurk. Het was een warme dag.

Na anderhalf uur lukte het Rob om Silene te bereiken via een collega. Ben jij Silene Fredriksz-Hoogzand, vroeg iemand. Silene: „Ik wist meteen dat er iets mis was. Ik dacht, o God, Rob heeft een hartaanval. Of een ongeluk met Bryce en Daisy. Hij gaf me Rob en die schreeuwde door de telefoon: ze zijn neergeschoten!”

Een collega reed haar naar thuis. Een andere collega, een goede vriendin, zat naast haar op de achterbank. Silene: „Ik dacht: Hoe kan dit nou? Ik kon het niet geloven. Maar toen de collega achter het stuur zei ‘misschien valt het mee’, zei ik: nee, het valt niet mee. Ze zijn dood.”

Thuis zat het huis al vol met familie en vrienden. Silene: „Ik was de laatste geweest die het hoorde.”

Toen begon de zoektocht naar meer informatie. Ze belden naar het reisbureau en werden doorverwezen naar Malaysia Airlines. Ze belden en kregen een bandje. Ze belden naar Buitenlandse Zaken. Naar Schiphol. Iedereen noteerde gegevens en beloofde terug te bellen.

Rob: „Dat moeten ze nu nog doen.”

Ze gingen niet naar Schiphol waar inmiddels in allerijl opvang voor de nabestaanden was geregeld. Silene: „Ik dacht: wat moet ik daar?” Via de huisarts kregen ze slaappillen die niet hielpen.

Ik kon niet huilen, zegt Silene. „Veel mensen huilden, maar ik voelde me totaal verstrakt. Ik moet helder blijven, dacht ik maar. Pas de volgende dag, toen de mensen weg waren en Silene en Rob alleen waren, kwamen de tranen.

Later die dag ging Silene naar Schiphol. Een goede vriend bracht haar. Een neef van Rob, een van zijn dochters en een paar nichtjes gingen mee. Rob wilde niet gaan.

Betrokkenen gingen naar een hotel vlakbij Schiphol. Silene: „Daar zag ik een groot bord: ‘Nabestaanden MH17’. Ik dacht: dat ben ik dus. Een nabestaande.”

In een apart kamertje werden zo veel mogelijk gegevens genoteerd. Hoe ze eruitzagen. Wat voor een kleding ze droegen. Silene: „Ik wilde weten of ze op de passagierslijst stonden. Dat stonden ze. Ik wist dat. Toch was het een klap in mijn gezicht.”

Thuis zat het huis weer vol. Familie uit Duitsland kwam over. Vrienden van Bryce kwamen, vriendinnen van Daisy. Silene: „De eerste maand zaten hier dagelijks honderd man.”

Rob: „En die namen van alles mee. We hebben die eerste maand nooit hoeven koken.”

Silene: „Zonder die vrienden en familie waren we gek geworden. Zij houden ons op de been.”

Rob knikt.

Rechtstreeks tot Poetin

Het was een paar dagen later dat Silene en Rob de broer van Rob van Schiphol gingen halen. De broer die Bryce en Daisy had zullen opwachten. Ze zouden meteen bloemen gaan leggen bij vertrekhal 3. Daar ontmoette de familie de pers. Rob: „Die zagen natuurlijk meteen dat we niet zomaar belangstellenden waren.” Silene: „Eerst hadden we geen zin om iets te zeggen. Maar later dacht ik: wat kan het me schelen.”

Op dat moment lagen de lichamen en bagage in Oost-Oekraïne. Bergingswerkers konden er door de oorlogssituatie niet bij.

Ze richtte zich via Sky News rechtstreeks tot Poetin: ‘Alsjeblieft, haal die lichamen daar weg. Breng ze naar Nederland. Ik wil mijn kinderen terug. We willen ze kunnen begraven of cremeren. Nu zitten we alleen maar te wachten.’ De beelden gingen de wereld over.

Het heeft niets uitgemaakt. Maar Silene werd wel opeens herkend in de supermarkt. Later bleek dat er van Bryce en Daisy maar weinig werd teruggevonden. „Ik had hun lichamen zo graag teruggehad”, zegt Silene. „Ik had ze omhelsd, hoe ze er ook uitzagen.”

Ze zaten in het midden van het vliegtuig. „Passagiers die daar zaten zijn in de lucht gecremeerd”, zegt Rob.

„De hoop de lichamen terug te krijgen hebben we ook weer moeten bijstellen”, zegt Silene. „Ik heb wel tachtig keer moeten bijstellen.”

Uiteindelijk werd een rechtervoet gevonden van Bryce. En een stukje bekkenbot van Daisy. Later nog een paar botjes. Als laatste kwamen er nog negentien stukjes van beiden, waaronder schedelresten.

Lieve familierechercheurs

Naast de niet aflatende betrokkenheid van vrienden en familie hadden Silene en Rob veel steun van de familierechercheurs. Een man en een vrouw. „Twee hele lieve mensen”, zegt Silene, „die altijd meegingen.” Naar de familiebijeenkomsten, naar Eindhoven waar de kisten aankwamen, naar de wrakstukken in Gilze-Rijen. „Dat was een goed ding.”

De psychische ondersteuning van slachtofferhulp vonden ze minder doelmatig. „De mevrouw van slachtofferhulp verwees door naar de huisarts toen Silene psychische bijstand vroeg. Die wist het ook niet zo goed.” Uiteindelijk vond ze zelf een traumapsycholoog. Daar gaan ze beiden nog steeds naar toe.

„Ik kon niet verder leven”, zegt Silene. „Ik dacht steeds dat ik gek werd. Maar ik ben niet gek geworden.”

Rob: „Het lijkt alsof het gister is gebeurd. Maar het gemis wordt steeds groter.”

Silene: „Je gaat weer dingen doen. Ik lach ook af en toe weer. De buitenwereld denkt dan dat het wel weer gaat. Oh, wat fijn dat je weer kunt lachen – dat hoor ik vaak. Maar ze zien niet wat er in mijn hoofd gebeurt.”

Probeer de draad op te pakken. Het is een welgemeend advies, maar wat moet je ermee? Silene: „Het leven van voor de ramp bestaat niet meer. Hoe moet ik dat oppakken dan? Ik kijk niet verder dan één dag. We plannen niets.”

Rob: „Hoe het gaat, verschilt per dag. De ene keer heeft zij een zware dag, de andere keer denk ik: dit is niet te dragen.”

Silene: „Dat is het ook niet. Maar er is geen keus.”

Werken gaat nog altijd moeizaam. Silene is managementassistent bij een groot bedrijf. Ze werkt nu twee halve dagen, terwijl ze vroeger vier dagen werkte. „Mijn hoofd zit vol. Ik kan me slecht concentreren.”

Het waren uitgaanstypes – Rob en Silene. Ze gingen naar Scheveningen, naar salsa-avonden. Silene: „Het was Bryce die weleens ’s nachts belde: mam, weet je hoe laat het is? Moeten jullie niet naar huis?”

Dat kan niet meer, maar het hoeft ook niet meer. Ze gaan niet meer uit. Silene: „Geen zin meer. Ik vond het al lastig om weer naar de markt te gaan.”

De vrienden van Rob belden om te vragen of hij weer mee ging tennissen. Je moet eruit, zeiden ze. Rob: „Ik had steeds smoesjes. Nu bellen ze niet meer, maar staan gewoon voor de deur. Dan moet ik wel.”

De kamer van Bryce en Daisy is nog zoals ze hem achterlieten. Silene maakt af en toe schoon, maar legt alles precies zo terug. Het bed blijft onopgemaakt „Ik hou me vast aan wat ik nog heb.”

In januari hadden Rob en Silene een ontmoeting met nabestaanden van de Lockerbie-vliegramp uit 1988. „We wilden vooral weten hoe we verder moeten”, zegt Rob. „Het tweede jaar wordt erger dan het eerste jaar. Met de jaren slijten de allerscherpste randen van het verdriet iets af. Maar de pijn en het gemis blijven. ‘It has been 26 tough years’, zei een van de vaders.”

Hij zucht.

Alles weten

Afsluiten is niet mogelijk. De ramp met de MH17 is het afgelopen jaar nauwelijks uit het nieuws geweest. Steeds waren er weer nieuwe feiten en feitjes. En de begrafenis of crematie moet nog komen. „Ik ben blij dat we daarmee hebben gewacht”, zegt Silene. „Er zijn nabestaanden die weer moesten herbegraven als er wat was gevonden.”

In elk geval tot het eindrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid verschijnt, zal MH17 nieuws blijven.

Silene: „Eerst wilde ik liever niet weten wat er precies was gebeurd. Ik kón er niet aan denken. Toen Timmermans met zijn verhaal kwam over het zuurstofmasker, dacht ik: had ik liever niet gehoord.”

Rob: „Ik wil alles weten.”

Silene: „Ik inmiddels ook. Alles. Hoe is het precies gebeurd? Wat was precies de rol van Rusland? Wie zijn schuldig? En die moeten worden gestraft.”

Rob: „Dat gebeurt niet. De belangen zijn te groot. Nederland is te voorzichtig. We krijgen alweer gas uit Rusland.”

Silene: „We zijn veel te netjes.”

Rob: „In het begin vroegen we steeds om informatie. Vooral omdat journalisten wel van alles naar boven weten te krijgen. Maar we moeten het eindrapport afwachten, horen we steeds.”

Ze hebben steun aan de andere nabestaanden. Silene: „De eerste dag dat ik op Schiphol was, ontmoette ik familie van een moeder die twee kinderen in het toestel had zitten. Die moeder is inmiddels een goede vriendin. Ik heb contact met andere nabestaanden. We begrijpen van elkaar wat we doormaken. Mensen die het niet hebben meegemaakt, hebben geen idee. En gelukkig maar.”

De tuin staat vol bloemen. Bryce had de zaadjes nog rondgestrooid, hij vond het te kaal. Een grote foto van Bryce en Daisy hangt bij de zithoek met kussens waar ze graag zaten. Vrienden van Bryce droegen de foto mee tijdens de stille tocht. „Ik kan niet recht in zijn ogen kijken”, zegt Rob. „Ik kijk erlangs.”