Duitsland ging akkoord, en toch blijft het de zondebok

Merkel stemde in met het zoveelste Griekse steunpakket. Maar het gif is gezaaid, denkt Gideon Rachman.

Foto Thinkstock

Na het akkoord over Griekenland waren de geluiden over vernedering van dat land, de overwinning van een almachtig Duitsland en ondermijning van de democratie in Europa niet van de lucht. Wat een onzin. Als iemand gecapituleerd heeft, is het Duitsland. Berlijn is in principe gewoon akkoord gegaan met een nieuwe Griekse reddingsoperatie van vele miljarden – de derde tot nu toe. In ruil hiervoor heeft Merkel van Tsipras beloften over economische hervormingen gekregen waarmee hij het hartgrondig oneens is. Zijn regering zal al het mogelijke doen om de overeenkomst te dwarsbomen die ze zelf heeft ondertekend. Als dat een Duitse overwinning is, zou ik niet graag een nederlaag zien.

En dat geklets over de vertrapte democratie in Griekenland, ook dat is onzin. Het Griekse referendum van 5 juli was in feite een besluit dat de rest van de eurozone Griekenland miljarden moest blijven lenen – maar dan tegen voorwaarden die werden bepaald in Athene. Dat was totaal niet realistisch. De werkelijke rem op de Griekse vrijheid van handelen is niet het ondemocratische karakter van de EU, maar het feit dat Griekenland blut is.

Het commentaar op het verlies aan Griekse soevereiniteit in het afgesproken akkoord richt zich op de gedachte dat Griekenland nu 50 miljard euro aan bezittingen zal moeten privatiseren en dat het fonds in Athene onder toezicht van buitenlanders zal komen te staan. Gezien de corruptie en vriendjespolitiek onder de opeenvolgende Griekse regeringen klinkt dit als een goed idee. Maar door het hevige verzet van Syriza tegen privatiseringen is het onwaarschijnlijk dat een bedrag van 50 miljard gehaald wordt.

Natuurlijk is het dilemma voor het gewone Griekse volk afschuwelijk. Vorige week was ik in Athene en ik had te doen met veel mensen die ik sprak, want ze vreesden voor hun baan, spaargeld en toekomst. Maar het is een neolinkse fantasie dat dit allemaal de schuld is van hardvochtige Europeanen die gedachteloos bezuinigingen opleggen aan een verder gezond land. Griekenland is jarenlang slecht bestuurd en leefde boven zijn stand.

Toen de crisis kwam, had de Griekse overheid een begrotingstekort van meer dan 10 procent van het bruto binnenlands product en weigerde de particuliere sector het land geld te lenen. Zonder de leningen die Griekenland van IMF en EU kreeg, had er nog veel harder moeten worden bezuinigd. Ook klopt het niet dat de schuldeisers van Griekenland zich onbuigzaam hebben opgesteld. Al in 2012 hebben de crediteuren in de particuliere sector een deel van hun vorderingen afgeschreven. Waarmee aflossing van de schuld op de lange baan werd geschoven. Intussen hebben ook de gewone Duitsers, Nederlanders, Finnen en anderen alle recht zich verongelijkt te voelen. Toen zij tot de euro toetraden, werd hun voorgehouden dat het verdrag waarmee de gemeenschappelijke munt werd ingevoerd een clausule bevatte die bail-outs uitsloot. Deze was bedoeld om de belastingbetalers te verzekeren dat zij nooit de rekeningen van andere eurolanden zouden hoeven te betalen.

Dat was toen. Inmiddels zijn er reddingsoperaties geweest in Spanje, Portugal en Ierland – en al drie keer in Griekenland. Ondanks het gepraat over de gierige Europeanen die weigeren Griekse schulden af te schrijven, bestaat wel degelijk het besef dat het onwaarschijnlijk is dat Griekenland de 320 miljard euro die het nu al schuldig is, ooit geheel zal terugbetalen.

De Griekse crisis laat ook een openlijker breuk tussen Frankrijk en Duitsland zien. De Franse regering betoonde zich de grote voorvechter om Griekenland in de euro te houden en de bezuinigingen af te zwakken. Ongetwijfeld heeft Frankrijk eerzame motieven om voor Griekenland op te komen. Maar als ik een Duitse belastingbetaler was, zou de schrik me om het hart slaan bij die hartelijke omarming van de Franse president Hollande en de Griekse premier Tsipras.

Want Frankrijk heeft ook zelfzuchtige redenen om de bezuinigingen in Europa terug te willen dringen. Het land heeft sinds de jaren zeventig niet eenmaal een sluitende begroting weten aan te nemen. De Franse regering vindt het bijna even moeilijk om structurele hervormingen van de economie door te voeren als de Griekse. De Duitsers speelden duidelijk met het idee van een Grexit – een gedwongen vertrek uit de eurozone. Na de nodige waarschuwingen bonden ze in, bijvoorbeeld toen de minister van Buitenlandse Zaken van Luxemburg zei dat zoiets „fataal zou zijn voor de reputatie van Duitsland in de EU en de rest van de wereld”.

Liever dan die uitkomst te riskeren, stemde de Duitse regering in met het zoveelste Griekse steunpakket. Maar in werkelijkheid vergiftigt de euro de houding van Duitsland tegenover Europa en de houding van Europa tegenover Duitsland.