Draaikolken in rivier zorgen voor gevaar

Daarvoor waarschuwt Rijkswaterstaat

Zwemmen in de Lek bij Tull en ’t Waal bij lage waterstand, in de zomer van 2013. Bij rivierkribben, de dammen die loodrecht op het water staan, komen vaak draaikolken voor. Foto Martijn Beekman/ANP

De aanleiding

„Ik ben er al meer dan vijftig jaar naar op zoek en heb ze nog nooit gevonden”, mailt lezer Kees Visser. „Bestaan er echt draaikolken in de grote rivieren, zoals Rijkswaterstaat beweert?”

Visser, opgegroeid in Sliedrecht, een plaats aan de rivier de Merwede, doelt op de waarschuwing vorige maand dat zwemmers in rivieren en kanalen kunnen verliezen „van de sterke stroming en draaikolken” door scheepvaartverkeer. Hij vindt het bangmakerij. „Niemand heeft mij kunnen laten zien waar ze zijn en toch houden ze vol dat ze bestaan. Draaikolken vind je alleen in bad als je de stop er uittrekt, en een stop – die heb je niet in de rivierbodem.”

Waar is het op gebaseerd?

Ieder jaar waarschuwt Rijkswaterstaat aan het begin van de zomer voor gevaren bij het zwemmen. In vaargeulen en bij bruggen, sluizen en havens geldt een zwemverbod. Toch komen er jaarlijks zwemmers om het leven.

En, klopt het?

Een draaikolk kan je vergelijken met roeren in een theekopje, vertelt Ton Hoitink, universitair hoofddocent environmental fluid mechanics van Wageningen Universiteit. „Door de stroming die ontstaat, verzamelen de theeblaadjes zich in het midden. Hoe sterker de draaiing, hoe groter de verticale stroming die gevaarlijk kan zijn.”

Hoitink doet onderzoek naar rivierbewegingen, bijvoorbeeld op Borneo. „Daar hoef je niet lang te zoeken naar draaikolken. In natuurlijke gebieden, waar rivieren meanderen, vind je ze in scherpe bochten.” Doordat water versneld een bocht instroomt, ontstaat een ronddraaiende beweging, met een opwaartse stroom in het midden en een neerwaartse aan de randen: de draaikolk. Hoitink heeft plekken onderzocht waar het water wel vijftig meter diep is en alles via de draaikolk naar de bodem wordt gezogen om later elders boven te komen.

De rivieren in Nederland zijn over het algemeen niet zo diep – en een stuk voorspelbaarder dan bijvoorbeeld de 1.143 kilometer lange Kapuas op Borneo – maar ook hier komen draaikolken voor. Alleen moet je daarbij niet denken aan de grote, alles opslokkende watergaten uit de verhalen van Jules Verne.

„Soms kan je ze niet eens zien”, vertelt Jan Jaap de Kroes van roeivereniging Daventria. „Dan staat er een flinke wind, waardoor het water al ruw is. Stroompatronen zie je dan niet.”

De Kroes roeit sinds 1972 regelmatig op de IJssel bij Deventer en kent het effect van een draaikolk. „Je denkt dat je rechtdoor vaart, maar plotseling wordt je boot meters opzij geduwd – gerust een meter of tien. Dankzij het drijfvermogen van de boot word je niet naar beneden gezogen.”

De draaikolken in Nederland worden vaak veroorzaakt door rivierkribben, de dammen die loodrecht op de oever staan. Snelstromend water in de rivieren botst op de schuine wanden van de krib, waardoor de ronddraaiende, neerwaartse stromingen ontstaan. „Die stroming kan meters per seconde bedragen, zeker als er grote schepen langsvaren die de boel aanjagen”, zegt waterbouwkundige Henk Eerden van Rijkswaterstaat. „Als je daar als zwemmer in terechtkomt, word je naar de bodem getrokken.”

Als je geen geoefende zwemmer of zeer ervaren duiker bent, is zo’n stroming levensgevaarlijk. „De stroom is zo sterk dat een mens er nooit tegenop kan zwemmen. Door het troebele water zie je niets, waardoor de kans groot is dat je in paniek raakt. Je wilt terug naar waar je vandaan kwam, maar beter kan je je in zo’n geval laten meestromen. Alleen, daar heb je stalen zenuwen en zeer veel ervaring voor nodig, iets wat veel mensen op zo’n moment niet hebben.”

Conclusie

Hoewel de draaikolken in de Nederlandse rivieren niet te vergelijken zijn met die uit de verhalen van Jules Verne, zijn ze er wel degelijk. En de verticale stromingen, niet altijd zichtbaar, vormen een gevaar. De stelling ‘draaikolken in de Nederlandse rivieren zorgen voor gevaar’ beoordelen we dan ook als waar.