De zelfredzame burger is een gevaarlijke beleidsfantasie

Zelfredzaamheid inroepen terwijl er veel hulpbehoevenden bijkomen is dubieus en weinig realistisch. De overheid moet verre van dit begrip blijven, vindt Dirk-Jan van Baar.

Illustratie Marian Kamensky Illustratie Marian Kamensky

Overal duikt tegenwoordig de zelfredzame burger op, vooral bij de overheid. In werkelijkheid moet de zelfredzame burger, een creatie van de overheid, helpen om de verzorgingsstaat te trimmen. Het idee is dat de hulpzoekende voortaan eerst bij familie en in de eigen kennissenkring aanbelt voor er professionele zorg wordt ingeroepen.

Spindoctors van VVD en PvdA, de regeringspartijen die verder weinig met elkaar gemeen hebben, dachten met de participatiesamenleving even iets gemeenschappelijks te hebben bedacht. Maar in belangeloos participeren gelooft niemand meer. Vandaar die zelfredzaamheid. Mensen, zegt het kabinet er bemoedigend bij, willen dat ook zelf. Liever dan van de overheid afhankelijk zijn, regelt de zelfredzame burger zijn zaakjes zelf.

Zou het? Het is al ironisch dat het enige bindmiddel tussen VVD en PvdA is geleend van het CDA. De christen-democraten benadrukken van oudsher het belang van familiebanden, vriendschapsnetwerken en vrijwilligerswerk. Dat het ‘neo-paarse’ kabinet-Rutte daar nu ook op uitkomt, kun je als naastenliefde zonder christendom zien. Of zo’n stiekem beroep op de afgedankte christelijke moraal nog kan, is de vraag. Op veel liefde duidt het niet. Mij stoort dat er geen enkele discussie wordt gevoerd over hoe die zelfredzame burger eruit ziet en wie dat dan mag zijn. Kenmerkend voor de principiële leegheid van de huidige politiek is dat niemand zich afvraagt of de overheid die zelfredzaamheid wel naar zich mag toerekenen en daar ‘beleid’ op kan bouwen.

Als ik aan mijn eigen zelfredzaamheid denk, overvalt mij een gevoel van hulpeloosheid. Maar andere mensen lijken daar geen last van te hebben. Zij gedragen zich geëmancipeerd, beschikken over een praktische geest, voelen zich thuis in het moderne leven, bedienen met gemak de meest ingewikkelde apparaten en vertrouwen op experts. Dat je je auto, wasmachine of computer niet zelf kunt repareren spreekt vanzelf, en als het ding verouderd is, koop je een nieuwe. Het gaat hier om de normale arbeidsdeling, die zo alledaags is dat we er niet over nadenken, maar wel een hypotheek legt op onze zelfredzaamheid. Dat is iets heel anders dan zelfvoorziening. Om zelfredzaam te zijn moet je taken uitbesteden en vakkrachten inhuren, en dat kost (veel) geld.

Zo ook met de verzorgingsstaat, die de burger veel taken uit handen neemt en heel veel geld kost. Zoveel, dat die alleen nog als collectieve kostenpost wordt ervaren. Niet gek dat dan de gedachte postvat dat het wel wat minder kan en dat het beter is als al die zelfredzame burgers niet voor elk wissewasje een beroep op de overheid doen. Hier valt een wereld aan besparingen te winnen. Dat geldt bij uitstek voor de zorg, die vol zit met kleine plichtplegingen waar je geen zin in hebt en hoofdpijn van krijgt. Maar ook met veel dingen die je echt niet zelf kunt. Wordt onze samenleving werkelijk efficiënter als we hier meer op familie en vrienden zijn aangewezen? Stel uzelf en uw naasten als hulpkracht voor en u weet het antwoord.

Die zelfredzaamheid is dus nogal geclausuleerd, zeker als we oud en hulpbehoevend worden. De politiek denkt daarop in te spelen door de AOW-leeftijd te verhogen, langer werken te stimuleren en een groter beroep te doen op mantelzorg. Het staat haaks op de lastenverlichting die elders wordt gepredikt.

Jongeren vrezen in de toekomst (als zij zelf oud zijn) de rekening voor de vergrijzing te moeten betalen en willen nu al ontlast worden. Maar hoe zit het dan met al die hulpbehoevende hoogbejaarden die straks nog veel minder familie bij de hand hebben? De digitale technologie waar zorgmanagers op inzetten maakt hen nog hulpelozer en mantelzorg wordt praktisch alleen door (oudere) vrouwen gedaan.

Tegelijk wordt kinderopvang ondersteund, zodat (jonge) hoogopgeleide vrouwen carrière kunnen maken. Blijkbaar ligt er na de wieg wel een taak voor de overheid, maar verdampt die bij de aftakeling. Het ene emanciperende effect wordt zo door het andere uitgewist, vooral aan de onderkant van de samenleving. En alle op fysieke arbeid aangewezen mannen, die op latere leeftijd zijn uitgerangeerd, moeten maar zien hoe het verder gaat als de verzorgingsstaat een stapje terug heeft gedaan. Een verduisterd toekomstperspectief voor de gewone man. Meer zelfredzaamheid inroepen terwijl er meer hulpbehoevenden komen, dat lijkt mij dubieus en weinig realistisch. Daar komt nog iets bij. Die zelfredzaamheid waar beleidsmakers mee schermen, is niet van de overheid, maar van de burgers. Die bepalen zelf wat ze daarmee doen, daar kan de overheid niet mee aan de haal gaan.

Een verzorgingsstaat die uit kostenoverwegingen zorgtaken afstoot, doet niet waarvoor ze is opgericht en kan niet van vrije burgers verlangen dat ze die taken overnemen. Dat is geen zelfredzaamheid, maar corvee. En dat willen we niet. Het idee dat je de verzorgingsstaat kunt trimmen met een beroep op zelfredzame burgers die als particulier het liefst gepamperd worden en op individueel zorgrecht rekenen, berust op een ernstige denkfout en is een gevaarlijke beleidsfantasie.