Column

De smaak van Marokko

Sinds een paar jaar voelt Naïm zich moslim. Geen orthodoxe, want daar heeft hij geen tijd voor, maar wel een gematigd praktiserende. Zo doet hij mee aan de ramadan, maar gaat hij niet elke avond naar de moskee. „Ik vast omdat er zoveel armoede en honger op de wereld is”, zegt hij. „Die wil ik ook zelf ervaren.”

En dat laatste doet Naïm, want hij sjouwt als vakantiekracht de hele dag verhuisdozen en is bekaf. En tot zonsondergang mag hij niets eten.

Het lag niet voor de hand dat de 25-jarige student Frans met zijn baardje en oer-Hollandse achternaam, die hij niet in de krant wil, de islam zou omarmen. Hij groeide op in een oer-Hollands gezin, met een klassiek zangeres als moeder. Vijfentwintig jaar geleden trouwde zij met een Marokkaanse modeontwerper, van wie ze twee kinderen kreeg. Vier jaar ging het goed, totdat de mode niets meer opleverde. Naïms vader greep naar de fles, met een scheiding als gevolg. Naïm en zijn zusje hadden daarna geen contact meer met hem. Zes jaar later dronk hij zich dood. „Toch was hij ook een goed mens”, zegt Naïm, die nog altijd met zijn Marokkaanse vader bezig is.

Naïms moeder hertrouwde met een even oer-Hollandse man. Met zijn vieren vormden ze een voorbeeldig middenklassegezin. De islam speelde er geen rol. Tot Naïm zich er als puber voor begon te interesseren. „Ik ken veel jongens die zich tot de islam hebben bekeerd, zoals een Rus en een christelijke Turk”, zegt hij.

Als ik hem vraag wat het voor hemzelf betekent, antwoordt hij: „Ik voel me thuis bij de islam, al geldt dat ook voor de wereld van mijn moeder en stiefvader, met wie ik altijd goede gesprekken voer.”

De islam geeft hem vastigheid en duidelijkheid, beweert hij over zijn nieuwe identiteit. Bovendien voelt hij zich heel erg Marokkaans. „Als je een paar dagen vast en een moskee bezoekt, ga je op internet over de islam lezen en ontdek je van alles waar je het mee eens bent. Dan denk je: zo moet de wereld in elkaar steken.”

Kortom, een hoofddoek voor zijn toekomstige vriendin? „Ja”, zegt hij. „Van binnen voel ik dat een vrouw zich niet zo bloot moet geven. Zo staat het tenslotte geschreven.”

Als ik begin over radicale moslims, die hun ideeën met geweld aan niet-moslims opdringen, wijst hij hun gedrag meteen af. „Je moet altijd voor iedereen en voor elk ander geloof respect hebben”, zegt hij. „Ik ken niet zoveel jongens die zijn geradicaliseerd. Maar ze zijn in de war, hebben hun opleiding niet afgemaakt en zitten zonder werk. Ze zijn daardoor een makkelijke prooi voor moslims die kwaad willen, omdat ze zelf geen mening over het leven hebben.”

In mei bezocht Naïm met zijn ouders en zusje voor het eerst zijn familie in Marokko. „Ik herkende me in hen. Maar dat doe ik ook bij mijn Nederlandse familie. Bepaalde karaktertrekjes heb ik duidelijk van mijn stiefvader.”

Van Marokko heeft hij sindsdien de smaak te pakken. Begin augustus gaat hij er weer heen, met vakantie. En natuurlijk ter verdieping van zijn nieuwe ‘ik’.