Babypoep met afwijkende geur wijst op darmontsteking

Een elektronische neus ziet gevaarlijke darmontsteking dagen eerder aankomen.

Een ernstige darmontsteking die te vroeg geboren baby’s soms treft, kan al een paar dagen voordat het kind ziek wordt, worden geroken. Een elektronische neus, die eerder ontwikkeld werd voor het Amerikaanse leger om chemische en biologische wapens op te sporen, herkent een afwijkend geurprofiel in de babypoep. Dat schrijven onderzoekers van het VUmc in een artikel dat gisteren verscheen in het Journal of Pediatrics.

Jaarlijks krijgen 100 tot 150 couveusebaby’s in Nederland necrotische enterocolitis, oftewel NEC. Het is een ernstige ziekte; 15 tot 30 procent van de baby’s komt te overlijden. Bij NEC krijgen kinderen plotseling een bolle buik, gaan overgeven en krijgen bloederige ontlasting. De behandeling bestaat uit stoppen met alle voeding (de baby’s krijgen in plaats daarvan een infuus) en het toedienen van antibiotica. De kinderen met wie het slecht afloopt, zijn meestal binnen 24 uur overleden.

„Het ziekteproces ontwikkelt zich razendsnel, waardoor wij als artsen vaak achter de feiten aanlopen”, zegt eerste auteur van het artikel, kinderarts Tim de Meij. „Met de elektronische neus kunnen we NEC een paar dagen voor de klinische symptomen al zien aankomen. Dan kunnen we meteen beginnen met behandelen en de ontsteking eerder stoppen. Ik verwacht dat we daarmee complicaties kunnen voorkomen.”

Bij een deel van de kinderen die NEC krijgt, moet operatief een stuk darm worden verwijderd als dat door de ontsteking afgestorven is. Sommige kinderen moeten levenslang aan het infuus blijven omdat hun darmstelsel geen voedsel meer kan verdragen. Door de ontsteking lopen kinderen ook vaak een ontwikkelingsachterstand op.

In de studie zaten 128 te vroeg geboren kinderen, waarvan tot twee weken na de geboorte dagelijks een poepmonster werd verzameld. Dertien van hen kregen NEC; zeven overleden. Bij de geuranalyse achteraf bleek de elektronische neus vanaf drie dagen vooruit NEC te voorspellen, met een gevoeligheid en specificiteit van 89 procent.

Inmiddels zijn De Meij en zijn collega’s begonnen met een grotere vervolgstudie waaraan vrijwel alle intensive-care afdelingen voor zuigelingen in Nederland meedoen. Pas nadat de methode hierin gevalideerd is, kan die gebruikt worden voor de diagnostiek.

De Meij droomt ervan straks een geursensor in te bouwen in een couveuse zodat de pasgeborenen continu in de gaten kunnen worden gehouden. De Meij: „Nu meten we een schepje poep uit de luier, maar dan kan elk windje, uitgeademde lucht of lichaamsgeur gemeten worden. Hoe eerder we kunnen ingrijpen, hoe beperkter de gevolgen.”