Atticus was altijd al minzaam over zwarten

‘Atticus is een racist’ was het nieuws over 'Ga heen, zet een wachter'. Dat kan voor liefhebbers van To Kill a Mockingbird een schok zijn. Vanuit literair oogpunt is deze Atticus een uitkomst. Het maakt Harper Lee’s boek in één klap relevant.

Illustratie Paul van der Steen

Het verhaal begint klassiek. Een zesentwintigjarige vrouw reist vanuit New York per trein naar Maycomb, het dorpje in het zuiden van de Verenigde Staten waar ze is opgegroeid. Op het station wordt de vrouw opgewacht door haar vroegere buurjongetje Henry, die tegenwoordig advocaat is. Hij wil met haar trouwen, zij twijfelt. Het is halverwege de jaren vijftig, in het zuiden lopen de spanningen tussen blank en zwart hoog op. De vrouw zal in de dagen die volgen merken dat zowel Henry als haar vader, ooit haar moreel kompas, zich hebben verbonden aan racisten die zich hevig verzetten tegen de opkomende burgerrechtenbeweging en in de meest gruwelijke termen over de zwarte bevolking spreken. Die vader is een advocaat en heet Atticus Finch. De vrouw die uit de trein stapt heet Jean Louise Finch, maar is bij het grote lezerspubliek al vijfenvijftig jaar lang beter bekend al Scout, het negenjarige meisje uit To Kill a Mockingbird, de uiterst succesvolle debuutroman van Harper Lee uit 1960.

Oerboek?

Lee is ondertussen 89 en leek voorbestemd om tot haar dood de schrijfster te blijven van dat ene boek, waarvan inmiddels meer dan dertig miljoen exemplaren zijn verkocht. Ze hielp haar jeugdvriend Truman Capote met de research voor zijn ijzingwekkende In Cold Blood, maar leidde daarna een teruggetrokken leven. Toen eerder dit jaar bekend werd dat ze vijfenvijftig jaar na To Kill a Mockingbird alsnog met een tweede roman zou komen, Go Set a Watchman (in het Nederlands: Ga heen, zet een wachter) was dat dan ook groot nieuws – ook al bleek het dan bij nader inzien niet om een nieuw boek te gaan, maar om een roman die Lee al in de jaren vijftig had geschreven. De uitgever die het manuscript las, zei dat ze de jeugdherinneringen die in het verhaal waren opgenomen, tot een zelfstandige roman moest omwerken. Dat deed Lee, en het resultaat was Mockingbird. De rest van het manuscript verdween in een la.

Dus wat zouden we straks te lezen krijgen, een voorstudie van To Kill a Mockingbird of een zelfstandige roman? En was de bejaarde Lee nog wel helder genoeg om te kunnen bepalen dat dit ‘nieuwe’ boek moest uitkomen, of was ze bewerkt door mensen uit haar omgeving die zich rijk rekenden? Er was uiteindelijk een officieel onderzoek voor nodig om te bepalen dat Lee volkomen toerekeningsvatbaar was.

Inmiddels, het zal niemand zijn ontgaan, is Ga heen, zet een wachter verschenen. Hoewel het vóór Mockingbird is geschreven, is het in feite een vervolg op dat boek: het gaat over dezelfde mensen, maar dan twintig jaar later. De titel is ontleend aan Jesaja 21 vers 6: ‘Want aldus heeft de Heere tot mij gezegd: Ga heen, zet een wachter, laat hem aanzeggen, wat hij ziet.’ En wat ziet die door de profeet verordonneerde wachter? Grote stapels in boekhandels, veel artikelen in kranten, tijdschriften en internet, ongekend veel voorbestellingen. De verschijning van de nieuwe Donna Tartt twee jaar geleden was een rimpeling vergeleken bij de vloedgolf aan publiciteit die nu is losgebarsten. Dat wij in ons eigen taalgebied ooit iets vergelijkbaars zullen meemaken lijkt onwaarschijnlijk, zelfs als Peter Buwalda op negenentachtigjarige leeftijd alsnog met een tweede roman komt.

De publiciteitstsunami die is losgebarsten, bewijst eens te meer wat voor fenomeen schrijfster Harper Lee is, zeker in de Verenigde Staten. To Kill a Mockingbird is daar verplichte kost op middelbare scholen, en naar verluidt hebben generaties jongeren zich op een rechtenstudie geworpen omdat ze net zo’n rechtschapen advocaat wilden worden als Atticus Finch: iemand die pleit voor gelijkberechtiging, zonder zich iets aan te trekken van zijn omgeving. Ook de verfilming uit 1962 zal aan het succes van het boek hebben bijgedragen. Gregory Peck kreeg een Oscar voor zijn rol van Atticus Finch, de held die in de rechtszaal een zwarte man verdedigt die er ten onrechte van wordt beschuldigd een blanke vrouw te hebben verkracht.

Want daar draait het om in Mockingbird: racisme, klassenverschillen, de ongemakkelijke verhoudingen tussen blank en zwart in het zuiden van de Verenigde Staten. In Ga heen, zet een wachter keren dezelfde thema’s terug, en in feite op een directere manier, omdat deze keer alle hoofdpersonen volwassen zijn.

De gebeurtenissen in Mockingbird zagen we door de ogen van Atticus’ dochter, de negenjarige Scout. Haar kinderlijke verteltoon, die lang niet alle nuances van de wereld van de volwassenen vat, schept een veilige marge waarin wij ons wijzer kunnen achten dan Scout zelf. Dat geeft de roman ondanks alle ernst ook iets vertederends, en hier en daar iets sentimenteels. In Ga heen, zet een wachter ontbreekt het kinderlijke perspectief. Wanneer Jean Louise, de volwassen Scout, ontdekt met welke mensen haar vader en haar verloofde zich inlaten, kan ze zich niet achter onwetendheid verschuilen. Ze moet de confrontatie aangaan.

Poetsen bakken

Ga heen, zet een wachter is een zelfstandige roman, geen oerboek of een onvoltooide voorstudie. Het is een boek van zijn tijd. De plagerige dialogen tussen Henry en Jean Louise doen wat gedateerd aan, en er zijn verwijzingen naar contemporaine personen en politieke dan wel religieuze ontwikkelingen die niet worden uitgelegd en ook niet allemaal even goed uit de verf komen. Er worden poetsen gebakken en mensen wordt de pip toegewenst. De toon is aanvankelijk luchtig, maar wordt naarmate het verhaal vordert ernstiger en emotioneler. Tijdens Jean Louises bezoek aan haar geboortedorp lopen de emoties hoog op. De actie uit het boek bestaat voornamelijk uit dialogen, waarin de verschillende generaties elkaar becommentariëren en bestrijden.

Het mag dan een zelfstandige roman zijn, het is onmogelijk om Ga heen, zet een wachter te lezen zonder Mockingbird in het achterhoofd te houden. Veel personages uit Mockingbird keren terug: Atticus natuurlijk, maar ook tante Alexandra, huishoudster Calpurnia en oom Jack, de meest intrigerende bijrolspeler uit de roman. Het wijsneuzige vriendje Dill, voor wie de jonge Truman Capote model stond, verschijnt even in een jeugdherinnering, maar speelt in het heden van de roman geen rol meer.

Er is iets vreemds met die jeugdherinneringen: het zijn niet de sterkste delen van het boek; soms langdradig, niet altijd functioneel. Wonderlijk dat die uitgever juist in deze herinneringen een veelbelovende aanzet tot een roman zag – al kan het natuurlijk ook zo zijn dat hij meer heeft gelezen dan wij, dat een aantal herinneringen uit dit manuscript naar Mockingbird zijn overgeplaatst en niet meer zijn teruggezet.

De jeugdherinneringen zijn niet het belangrijkste in Ga heen, zet een wachter, en dat is goed: het voorkomt dat het boek verwordt tot Mockingbird 2. De roman draait om de confrontatie tussen Jean Louise en degenen die in Maycomb zijn achtergebleven. Tot haar verbijstering ziet Jean Louise dat de relatie tussen blank en zwart in haar dorp volledig is verziekt. De eens zo wellevende en rechtschapen Atticus leest pamfletten die ‘De zwarte pest’ heten en is lid van een Burgerraad waarin blanke mannen spreken over ‘kroezige warhoofden’ die ‘wezenlijk minderwaardig’ en ‘nog lager dan kakkerlakken’ zijn.

‘Atticus is a racist!’ was de afgelopen dagen op internet te lezen, maar in feite verschilt de oude, geradicaliseerde Atticus niet eens zo heel erg veel van zijn jongere versie uit Mockingbird. De jonge Atticus, de onverschrokken advocaat die vond dat iedereen voor de wet gelijk was, had in zijn houding tegenover zwarten iets minzaams, als een zorgzame vader die vindt dat zijn nog niet volwassen kinderen een rechtvaardige behandeling verdienen. Twintig jaar later gruwt hij van het idee dat de zich emanciperende zwarten volledig zouden integreren in de blanke samenleving en zelfs bestuursfuncties zouden kunnen gaan innemen. Daar is dat kinderlijke ras nog lang niet aan toe! houdt hij zijn dochter voor. Jean Louise gruwt op haar beurt van de angstige hypocrisie van haar voormalige morele baken en haat de man die hij geworden is.

Literaire leugen

Deze ‘nieuwe’ Atticus kan lezers schokken, maar uit literair oogpunt is hij een uitkomst. Hij voorkomt dat het lezen van Ga heen, zet een wachter een nostalgische exercitie wordt en maakt deze roman in één klap relevant. Opeens krijgt het personage Atticus diepgang. Vijfenvijftig jaar lang hebben we een heroïsch beeld van hem in ons collectieve literaire geheugen meegedragen, en nu moeten we dat beeld bijstellen; dat leidt tot ongemak en zelfonderzoek. Je zou bijna gaan denken dat Lee ons allemaal te slim af is geweest en dat de late publicatie van deze roman een vooropgezet plan was om ons iets bij te brengen over verwachtingspatronen, onze wil tot heldenverering en onze onwil de gecompliceerde aard van de mens onder ogen te zien.

De roman eindigt klassiek: Jean Louise blijkt haar geboortegrond ontgroeid. Letterlijk murw geslagen door haar familie (wat een heftige passage oplevert) lijkt ze in te zien dat de confrontatie tussen de generaties een noodzakelijk stadium is in haar volwassenwording. Dat geeft de tragiek van de roman een universeler tintje, maar haalt ook de angel uit de politieke discussie. Misschien is dat jammer, maar het betekent wel dat ze haar vader weer als mens kan zien en dat band tussen hen vooralsnog niet wordt doorgesneden.