Wenders wil de diepte in, Franco blijft vlak

Every Thing Will Be Fine van Wim Wenders bereikt de Nederlandse bioscopen niet zoals de film door de regisseur is bedoeld. De regisseur maakte zijn intieme, ingehouden drama, over een schrijver (James Franco) die een kind doodrijdt en vervolgens met de gevolgen daarvan moet doorleven, in 3D. Maar te weinig filmhuizen zijn toegerust om de film op die manier te vertonen, en daardoor is het voor distributeur Lumière te kostbaar om de film zowel in 3D als 2D uit te brengen. Wenders heeft zich daarmee akkoord verklaard.

Jammer, want al voegt de diepte ook weer niet zo vreselijk veel toe aan de film, het is toch een interessant, tikje vervreemdend experiment om de techniek die het meest geassocieerd wordt met overdonderend spektakel nu eens voor een intiem relatiedrama te gebruiken.

In de gewone, ‘platte’ versie moet de film het hebben van het subtiele, weinig uitgesproken scenario dat veel aan het inlevingsvermogen van de kijker overlaat, in een verhaal dat liefst vijftien jaar aan rouwverwerking beslaat. Maar de matte hoofdrolspeler James Franco laat regisseur Wenders ernstig in de steek. Naar verluidt zat multitalent Franco tijdens de opnamen tussendoor de hele tijd met zijn hoofd in de boeken. Dat is te zien. Franco is er duidelijk niet helemaal bij.

De film heeft een klassiek en kalm tempo, te vergelijken met het melodrama van de jaren vijftig toen 3D voor het eerst populair was. Dit heeft te maken met het iets tragere tempo waarin de film is gemonteerd. Daardoor oogt de minder snelle montage veel natuurlijker. In de werkelijkheid kijken mensen ook elke dag naar de wereld in een lange take.