Voor Crone was de Koran geen geschiedenisboek

Patricia Crone (1945-2015)

Historicus

Mohammed bestond en de Koran is een kijkje in zijn hoofd, vond Patricia Crone.

Patricia Crone zette de deur open voor kritisch Koranonderzoek. Zaterdag stierf zij in het Amerikaanse Princeton aan kanker, net zeventig jaar oud.

Crone was historicus en oriëntalist. Ze specialiseerde zich in de geschiedenis van het Midden-Oosten, van de late Oudheid tot de invallen van de Mongolen in de dertiende eeuw. Toen, in het grensgebied van de door onderlinge oorlogen verzwakte rijken Byzantium en Perzië, ontstond een nieuwe religie, de islam. Die putte uit joodse en christelijke bronnen, gaf daar een Arabische wending aan en verspreidde zich razendsnel over het Midden-Oosten. Crone wijdde haar meest gezaghebbende én spraakmakende werk aan de vroege islam.

Ze werd in 1945 geboren in Denemarken en trok op aanraden van haar vader naar Parijs en Londen om talen te leren waarmee je verder kwam in de wereld. Aan het Londense King’s College studeerde ze middeleeuwse Europese geschiedenis, maar aan de School of Oriental and African Studies (SOAS) raakte ze in de ban van de niet-westerse wereld. Ze ging er Arabisch, Perzisch en Syrisch-Aramees studeren en die talenkennis opende voor haar talloze bronnen. Ze promoveerde in 1974 bij Bernard Lewis, grand old man onder historici van het Midden-Oosten.

Aan SOAS volgde Crone colleges bij Michael Cook, een andere protégé van Lewis. Samen gooiden zij een steen in het stilstaande water van de islamologie met hun boek Hagarism (1977). De meeste Westerse historici volgden destijds de islamitische traditie over het ontstaan van de islam. In hun boek reconstrueren Crone en Cook dat proces aan de hand van niet-islamitische bronnen. Dat leverde een heel ander beeld op van de vroege islam dan de islamitische overlevering.

De twee noemden de ideologie van de Arabische stammen die in de zevende eeuw optrokken tegen Byzantium en Perzië ‘hagarisme’. Dat is een verwijzing naar Hagar, de ‘Egyptische dienstmaagd’ uit de Bijbel met wie Abraham een zoon had, Ismaïl, die geldt als stamvader van de Arabieren. Crone en Cook schreven dat de Arabische opmars naar het noorden was geïnspireerd door joods messianisme, en dat Arabieren en Joden gezamenlijk Palestina wilden bevrijden van het Byzantijnse juk.

De meester recensenten, zowel westerse islamologen als islamitische geleerden, waren vernietigend. Crone en Cook vonden in hun eigen boek uiteindelijk ‘de vragen beter dan de antwoorden’.

In 1987 publiceerde Crone Meccan Trade and the Rise of Islam. Daarin concludeert ze dat de islamitische overlevering de betekenis van Mekka als handelscentrum sterk heeft overdreven. En ze noemt het ‘heidense Mekka’ een vrome constructie. Mohammed zou twistgesprekken hebben gevoerd met zowel joden als christenen.

Crone heeft nooit in twijfel getrokken dat Mohammed een historische figuur is. Volgens haar vertelt de Koran eerder wat er omgaat in het hoofd van de Profeet dan feitelijke gebeurtenissen. Het is een boek met een geschiedenis, zegt zij, en die laat zich reconstrueren. Haar bijdrage aan die reconstructie is even scherpzinnig als erudiet.