Tsipras: premier van de loze beloften en de valse hoop

Dit is nu de politieke situatie in Griekenland: het parlement stemde afgelopen nacht met een royale meerderheid voor een ‘reddingsplan’, waarover de premier had gezegd dat het een overeenkomst was waar hij niet achterstond maar die hij wel wil uitvoeren.

Dat betekent: nieuwe bezuinigingen en belastingverhogingen in ruil voor nieuwe leningen vanuit Europa. Een akkoord dus dat, in een mildere en voor Griekenland gunstiger vorm, anderhalve week geleden per referendum aan de bevolking was voorgelegd. Op advies van dezelfde premier zei de meerderheid daar nee tegen. Sindsdien is het met de Griekse economie verder bergafwaarts gegaan en lopen de financiële tekorten in hoog tempo op.

Het resultaat van het afgelopen debat is mogelijk ook dat premier Alexis Tsipras zijn eigen politieke beweging ziet scheuren. Een deel van de parlementariërs van Syriza stemde tegen het voorstel van het kabinet. Onder hen de voormalige minister van Financiën, Yanis Varoufakis. De staatssecretaris van Financiën, Nadia Valavani, is opgestapt. Ook andere ministers keerden zich tegen het akkoord met Europa. Hun aanblijven is kwestieus.

De tegenstemmers hebben gelijk als ze beweren dat Tsipras zich niet aan de beloften heeft gehouden waarmee hij in januari de nationale verkiezingen won. Hij zou niet meer bezuinigen en een nieuwe, voor Griekenland veel prettiger ogende regeling bij zijn Europese gesprekspartners bedingen. Daar is niets van terechtgekomen. Tsipras en diegenen in zijn politieke stroming die zich nu tegen hem keren, hadden beter kunnen beseffen dat ze de kiezers paaiden met loze beloften – een volk dat zwaar onder de economische crisis leed en lijdt en dat de begrijpelijke behoefte voelde om af te rekenen met de klassieke partijen die verantwoordelijk waren voor de malaise waarin Griekenland zich bevindt.

Een volk dat, linksom of rechtsom, de steun van de Europese partners van Griekenland verdient. Veelzeggend is het besluit tot een exportstop voor 25 soorten goedkope medicijnen dat de regering gisteren nam uit vrees voor een tekort daaraan in eigen land – met alle ellende van dien.

En zo is Griekenland opnieuw een land waar demonstranten, gisteravond in Athene nabij het parlementsgebouw, in opperste woede brand stichtten, met molotovcocktails gooiden en winkelruiten vernietigden. Zinloze daden, maar wel een uiting van frustraties en ze herinneren aan de beelden die te zien waren toen Tsipras’ voorgangers nog aan de macht waren.

Toen hij in januari aantrad, als premier die de nu vals gebleken hoop vertegenwoordigde, werd over de onervaren Tsipras vastgesteld dat het veel stuurmanskunst van hem zou vergen om zijn land door deze zware periode te loodsen. Hij ging al snel in de fout door privatiseringen terug te draaien, die nu opnieuw op het programma staan. Collega-ministers schoffeerden Duitsland, het rijkste en machtigste land van de Europese Unie, met in dit verband irrelevante verwijzingen naar de nazimisdaden van driekwart eeuw geleden. Een land om veel geld vragen onder het gelijktijdig uiten van beledigingen – het getuigt niet van psychologisch inzicht.

Tsipras heeft tot nu toe niet getoond dat hij over de vereiste stuurmanskunst beschikt. De uitkomst van het parlementaire debat biedt hem daarvoor een laatste kans.