Trots op de Pluto-missie

Liefhebbers van de ruimtevaart worden verwend in deze periode. Eerst was er, in november vorig jaar, de landing van de ruimtesonde Philae op de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, als onderdeel van de Europese Rosetta-missie. En gisteravond zond de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons de eerste haarscherpe beelden van het oppervlak van de dwergplaneet Pluto en foto’s van de grootste maan Charon en het maantje Hydra.

Beide missies oogsten bewondering voor het menselijk vernuft. Dat New Horizons na een reis van 9,5 jaar slechts 72 seconden later dan gepland langs Pluto scheerde, grenst aan het ongelooflijke.

De wetenschappelijke oogst is nu al groot. Met name het bestaan van bergen en het ontbreken van kraterinslagen in het oppervlak wijzen op een verrassende geologische activiteit.

De vraag is: wat is het nut van dit soort kostbare missies? In een tijd waarin het rendementsdenken ook de wetenschap domineert, ligt een pleidooi voor de hand voor het afbuigen van de geldstromen in de richting van wetenschap die direct praktische toepassingen oplevert.

Die keuze is vals. Beide benaderingen zijn nuttig. Wetenschap helpt ons verder. Soms door het antwoord te zoeken op gerichte vragen. Vaak ook door onvermoede resultaten als gevolg van fundamenteel onderzoek. En soms door grote vraagstukken op te lossen die de aanzet kunnen vormen tot wetenschap en kennis die we ons nu niet of nauwelijks voor kunnen stellen.

De ontdekking van het ‘pentaquark’ deze week bij de LHC-deeltjesversneller in Genève is daar een voorbeeld van. Het deeltje, een samenstelling van vijf bouwstenen van subatomaire deeltjes, bevestigt een deel van de theorie over de bouwstenen van de materie. Van het allergrootste naar het allerkleinste gaat de zoektocht van de mens door. En mág hij doorgaan. Dat is een zegen. En het is nog spannend ook.