Scanner kost miljoenen, maar de waarde voor Gaza is betrekkelijk

Minister Koenders kwam met een cadeau naar Gaza. Symbolisch of nuttig?

Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) in Gaza Stad, bij een gebouw dat tijdens de oorlog met Israël is verwoest. Foto Ashraf Amra/Hollandse Hoogte

‘Doordat wederopbouw nog steeds niet goed mogelijk is en door de voortdurende ellende waarmee de Gazanen dagelijks te maken hebben, verliezen zij de hoop op een betere toekomst.” Dit zei minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) over Gaza, dat hij gisteren bezocht.

Alleen: het bewuste citaat is niet van gisteren. Het is van 2009.

Destijds was dezelfde minister, toen nog van Ontwikkelingssamenwerking, ook al op bezoek in dit Palestijnse gebied. Ook toen had Gaza net een verwoestende oorlog achter de rug en kampte het al met de Israëlische blokkade, die in- en uitreizen van mensen en goederen sterk beperkt.

De uitspraak is onverkort van toepassing op de situatie van vandaag. De afgelopen twee dagen herhaalde Koenders zowel in Israël (West-Jeruzalem, Kerem Shalom) als in de Palestijnse gebieden (Ramallah, Rafah, Gaza-Stad en Beit Lahiya) dat hij „diep bezorgd” is over Gaza, dat de Gazanen „hoop” moet worden gegeven en dat de „ongelooflijke” verwoesting van de oorlog van vorig jaar tussen Israël en Hamas leidt tot „frustratie en radicalisering”.

In het verleden ambieerde Nederland nog weleens de rol van vredestichter. Zo heeft toenmalig minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) in 2012 een jaar lang geprobeerd het vastgelopen vredesproces tussen Israël en de Palestijnen op gang te brengen. Dit initiatief slaagde niet, waarna ook de inspanningen van de Amerikaanse minister Kerry (Buitenlandse Zaken) op niets uitliepen. Sinds ruim een jaar is van een vredesproces geen sprake meer.

Daarom kiest Koenders, die in 1995 als vrijwilliger in Gaza werkte, voor een andere rol: die van aanjager van de Palestijnse economie. Als de Israëlische bezetting en blokkade niet kunnen worden opgeheven, dan maar kijken of de Palestijnen kunnen worden geholpen met hun export, werkgelegenheid en landbouw. Daarom stond Koenders gisteren tussen de vrachtwagens bij de grensovergang Kerem Shalom, tussen Israël en de Gazastrook, en tussen de meloenen op een veldje in Beit Lahiya (Noord-Gaza).

Röntgenapparaat

In Kerem Shalom maakte de minister bekend dat Nederland een tweede goederenscanner doneert, ter waarde van 3,2 miljoen euro. De eerste is sinds 2013 in gebruik. Zo’n scanner is een soort röntgenapparaat dat de inhoud van een vrachtwagen scant. Zo duurt de controle maar zeven minuten per truck en hoeft de inhoud niet te worden overgeladen, is de gedachte.

Maar het gebruik van de scanner is niet zonder problemen. Anderhalf jaar geleden wilde premier Rutte de eerste scanner feestelijk in gebruik nemen, maar dit ging niet door toen bleek dat Israël geen goederenvervoer vanuit Gaza naar de Westelijke Jordaanoever toestond. En hiervoor was de scanner juist bedoeld.

Inmiddels laat Israël wel vrachtwagens door. Het ministerie van Buitenlandse Zaken sprak gisteren zelfs van 530 vrachtwagens die dagelijks vanuit Gaza de grens overgaan. Dit is niet te rijmen met de cijfers van de Verenigde Naties. OCHA, het VN-bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken, houdt het aantal vrachtwagens nauwgezet bij. Volgens dit bureau kwam de doorvoer naar de Westelijke Jordaanoever pas in november vorig jaar een klein beetje op gang, maar reden er vorige maand nog altijd maar 113 vrachtwagens Gaza uit. De ministers zei gisteren dat hij het „niet eens” is met deze cijfers.

Trots

Nederland is trots op zijn scanners. „Geen bommen, maar vrachtwagens”, zei Koenders gisteren een aantal keer. Toch is de verbetering van de economische omstandigheden van de Palestijnen niet het einddoel. Het liefst zou Nederland zien dat de scanners tijdelijk zijn, doordat de Israëlische blokkade van de Gazastrook wordt opgeheven.

Dit is ver van de realiteit. Israël is zeer beducht voor Hamas, dat sinds 2007 de facto de baas is in de Gazastrook. Koenders toerde gisteren in een gepantserde wagen door Gaza en sprak met allerhande figuren, maar met Hamas praat Nederland niet. Ook de minister erkende dat er weinig mogelijk is zolang de Palestijnen verdeeld zijn tussen de Palestijnse Autoriteit in Ramallah en Hamas in Gaza.

Toen Koenders om vijf uur ’s middags Gaza weer verliet, had hij liefst acht programmaonderdelen achter de rug. Het gevolg hiervan was een zekere vluchtigheid. Zo laste hij enkele minuten in voor het bekijken van gebouwen die waren ingestort tijdens de oorlog.

Ondanks alles liet de minister enig optimisme doorklinken. Maar enkele uren na zijn vertrek werd er alweer een raket afgevuurd op Israël. Voorlopig houden Israël en Hamas het op bommen, niet op vrachtwagens.