Rotterdamse haven lijdt strop met Russische deal

Russen krijgen financiering olieterminal niet rond.

Kop van de Beer waar Russische terminal gepland was

De grote Russische olieterminal die in de Rotterdamse haven zou komen, is van de baan. Dat heeft het Havenbedrijf Rotterdam vanochtend bekendgemaakt.

De Russen konden de financiering voor het project niet rond krijgen, stelt een woordvoerder van het Havenbedrijf. Dit zou mede het gevolg zijn van de opgelopen spanningen tussen Rusland en de Europese Unie. Bovendien zouden grote Russische olieconcerns weigeren garanties te geven voor olieleveringen aan de terminal in Rotterdam. De gemiste inkomsten van het Havenbedrijf Rotterdam bedragen meer dan 700 miljoen euro.

De overeenkomst voor het prestigieuze project werd in 2011 gesloten door premier Rutte en de toenmalig Russische president Medvedev. De Russische investeringsmaatschappij Summa zou via zijn Nederlandse dochterbedrijf Shtandart TT een terminal bouwen waar 3 miljoen kubieke meter ruwe olie uit Rusland kon worden opgeslagen. De terminal was bedoeld voor de doorvoer van zogeheten Oeral-olie.

Met de plannen was veel geld gemoeid. De Russen zouden jaarlijks 6 miljoen euro betalen voor het gebruik van de grond. Daarnaast zou de terminal per jaar 22 miljoen aan havengelden opbrengen.

De partijen waren een contract aangegaan met een minimale looptijd van 28,5 jaar, vandaar dat de strop voor het Havenbedrijf oploopt tot 700 miljoen euro. Daartegenover staat dat het geen 200 miljoen euro hoeft te investeren in de aanleg van havenfaciliteiten.

Volgens de woordvoerder lijdt het Havenbedrijf geen verlies, omdat de grond (58 hectare) weer voor een ander project kan worden gebruikt. Alle kosten van het Havenbedrijf zijn volgens hem „ruimschoots” vergoed met de inkomsten van het project. Het bedrijf ziet af van juridische stappen tegen Summa. Volgens de woordvoerder zou dat lang duren en veel geld kosten. „We zijn tot de conclusie gekomen dat het niet gaat werken en gaan op een goede manier uit elkaar.”

Het terrein aan de Maasvlakte, ‘De Kop van de Beer’, ligt al sinds de jaren zestig braak. Telkens worden ontwikkelingsprojecten voortijdig afgebroken. In 2010 zag gasbedrijf Liongas af van de bouw van een tweede LNG-terminal (‘Liquefied Natural Gas’, oftewel vloeibaar aardgas) omdat wereldwijd de vraag naar gas was ingezakt en de gasprijzen waren gekelderd.