Racismecriticus die zich afzet tegen hoopvolle houding Obama en King

De jonge Amerikaanse schrijver (39) groeit in korte tijd uit tot de invloedrijkste denker over ras in de VS. Zijn boek Between the World and Me, een lange brief aan zijn zoon, werd meteen een bestseller.

De Amerikaanse schrijver Ta-Nehisi Coates. foto Stephen Voss/Redux

De dag nadat de 21-jarige Dylann Roof negen zwarte kerkgangers doodschoot in Charleston, South Carolina, ging het debat in de Verenigde Staten vooral over vuurwapengeweld. President Barack Obama had het over „iemand die kwaad wilde doen, en geen moeite hoefde te doen om een vuurwapen in zijn handen te krijgen. We kunnen hier iets aan doen.”

Ta-Nehisi Coates, een jonge zwarte intellectueel uit Baltimore, gaf de schietpartij een totaal andere lading. Een discussie over vuurwapens zou snel verzanden in het gebruikelijke debat tussen voor- en tegenstanders, vond hij. En uiteindelijk zou de wapenlobby van de NRA de discussie smoren. De aanslag ging in de eerste plaats om racisme, vond hij, en daarom moest er eerst een symbolische daad gesteld worden. De Confederatievlag, „het symbool van blank superioriteitsdenken”, moest uit South Carolina verdwijnen.

Coates schreef diezelfde dag een gepassioneerd stuk in het linkse tijdschrift The Atlantic, waar hij voor werkt. „Strijk de vlag. Nu”, schreef hij. „Verdrijf de cultus van dood en kettingen.” Links, rechts, Obama, iedereen kreeg hij mee. Vorige week werd de vlag gestreken in hoofdstad Columbia.

‘Hij vult intellectuele leegte’

De 39-jarige Ta-Nehisi Coates is in korte tijd de invloedrijkste Amerikaanse denker over ras geworden. Zijn deze week verschenen boek Between the World and Me wordt in de Amerikaanse pers gezien als het belangrijkste non-fictieboek over dit thema van de afgelopen tijd. Volgens de 84-jarige (zwarte) schrijfster Toni Morrison kan alleen Coates „de intellectuele leegte vullen die is ontstaan na het overlijden van [de in 1987 overleden zwarte schrijver en activist] James Baldwin”.

Between the World and Me, dat meteen het best verkochte boek van de week werd, zou eigenlijk pas dit najaar uitkomen. Maar dat was voor Charleston, en de rellen in zijn geboortestad Baltimore, die ontstonden na de dood van een zwarte arrestant door politiegeweld. Het boek is geschreven als een brief aan zijn 14-jarige zoon. Coates beschrijft hoe het is om als zwarte jongen op te groeien in het Amerika van Obama, dat zichzelf ten onrechte had wijsgemaakt dat de jaren van raciale tegenstellingen voorbij waren. Racisme zit in Amerika ingebakken, schrijft Coates. In de politie, de scholen, de gesegregeerde buurten. „Jij en ik, mijn zoon, zijn de onderkant. Dat was zo in 1776. Dat is vandaag nog altijd zo.”

Racisme vooral fysieke ervaring

Racisme is voor Afro-Amerikanen in de eerste plaats een fysieke ervaring, die „hersencellen doodt, luchtwegen blokkeert, spieren scheurt, organen verwijdert, botten kraakt, tanden breekt”. De dood van ongewapende zwarten als Eric Garner of Michael Brown zijn volgens Coates geen incidenten, maar een logisch gevolg van de maatschappelijke verhoudingen. „Opgroeien als zwarte in Baltimore betekende dat je naakt was voor de elementen van de wereld. Die naaktheid is geen vergissing. Het is een doelbewust effect van beleid.”

Ta-Nehisi Coates schrijft al jaren over racisme, maar bereikte in 2012 voor het eerst een groot publiek. Tijdens de herverkiezingscampagne van Barack Obama richtte hij zich tegen de eerste zwarte president van de VS. Obama, schreef Coates in The Atlantic, wilde juist vanwege zijn huidskleur „twee keer zo goed zijn” voor wantrouwige blanke kiezers. Daarom vermeed hij het om over rassenkwesties te praten. In die zin, concludeerde Coates, is Amerika eerder slechter dan beter af met een zwarte president.

Coates groeide op in het armste, westelijke deel van Baltimore. Zijn vader was een voormalige Black Panther, die hem de wetten van geweld en angst bijbracht. Regelmatig, schrijft hij, kreeg hij een pak slaag met de riem van zijn vader, omdat hij bang was dat hij zijn zoon zou verliezen aan de gangs, de politie, of de drugs. Coates raakte er toen van overtuigd dat al die werelden elkaar in stand hielden, en de opkomst van een zwarte middenklasse tegenhielden.

Kritiek op zwarte leiders

Vorig jaar brak in verschillende Amerikaanse steden grote onrust uit over politiegeweld tegen zwarten. Ta-Nehisi Coates groeide in die periode uit tot de toonaangevende stem in de zwarte gemeenschap. De onrust in die gemeenschap richtte zich sterk op het falen van zwarte leiders, die vooral de gemoederen wilden sussen. Over de zwarte burgemeester van Baltimore, Stephanie Rawlings-Blake, schreef hij bijvoorbeeld: „Als geweldloosheid wordt gepredikt door vertegenwoordigers van de staat, terwijl de staat zelf geweld gebruikt tegen haar burgers, dan is zij ontmaskerd als een oplichter.” Hij is als overtuigd atheïst ook kritisch op zwarte kerken, die volgens hem te verzoenend zijn.

Coates werd een veelgevraagd spreker, en met zijn compromisloze kritiek op de overheid en de eigen leiders vertolkte hij de woede van de geïsoleerde zwarte gemeenschap. Wie hem ziet spreken, ziet weinig van die woede terug. Coates, lang en wat gezet, praat bedeesd en weegt zijn woorden zorgvuldig. Maar geweld tegen de politie keurt hij niet zonder meer af, zei hij vlak na de rellen in Baltimore. De politie is zelf verantwoordelijk voor de verstoorde relatie met Afro-Amerikanen.

Nu de leiders van de Burgerrechtenbeweging op een enkeling na niet meer actief zijn, werpt Ta-Nehisi Coates zich op als een leider van de nieuwe generatie. Het is een generatie die zich afzet tegen de hoopvolle houding van Obama of Martin Luther King, en die uiteindelijk weinig perspectief ziet. Twee jaar geleden werd Coates uitgenodigd op het Witte Huis. Coates was te somber, zei Obama na een gesprek. „Wanhoop niet.”