Poëzie over 9/11, MH17 en de Grieken

Hoe lees je een gedicht? Ellen Deckwitz geeft iedere donderdag een cursus in nrc.next. Vandaag: dichten over actuele gebeurtenissen.

Illustratie Jenna Arts Illustratie Jenna Arts

Vraag een willekeurige persoon op straat waar een gedicht over gaat en negen van de tien keer luidt het antwoord: ‘gevoelens’. Dat is natuurlijk niet zo vreemd, als je ziet waar men in Nederland gedichten doorgaans voor gebruikt: bij huwelijken, rouwberichten en geboortekaartjes. Vaak zijn dit verzen die over gevoel gaan: ‘Dankbaar en blij: een vijfling erbij!’ of ingetogener: ‘wij voelden mee met je stil verdriet/nu rouwen wij, maar treuren niet’.

Geen wonder dat iedereen denkt dat poëzie over emoties gaat. Ik krijg regelmatig de vraag waarom je als dichter eigenlijk nog over iets anders zou schrijven dan over deze drie levensfasen. Wanneer dat soort vraagstellers dan hoort dat er tegenwoordig ook gedichten verschijnen over bijvoorbeeld de bio-industrie (zoals in Tempel, van Mustafa Stitou), het gevangeniswezen (Ester Naomi Perquin, Celinspecties) of topdrukte in de H&M (Menno Wigman, Mijn naam is legioen), trekken zij hun wenkbrauwen op.

We hebben immers nu.nl, de krant en programma’s waarin een gebeurtenis tot in den treure wordt besproken. Waarom zou je dan nog een gedicht willen lezen over, ik zeg maar wat, de doden van Charlie Hebdo, als je ook een gedicht over de sterfelijkheid van J.C. Bloem erbij kan pakken?

Geen vrolijk vakantieland meer

Er zal altijd een behoefte zijn aan gedichten over liefde, geboorte en dood, omdat dit de basisgebeurtenissen van een mensenleven zijn. Hoe we ons uitdrukken, wordt mede bepaald door wat ons overkomt. Een woord als Griekenland is het laatste jaar van een andere lading voorzien dan de eerdere connotatie van vrolijk vakantieland.

Een heftige gebeurtenis verandert de manier waarop mensen over de wereld denken, spreken en schrijven. We hebben dan meer behoeften dan die waaraan de journalistiek tegemoet kan komen. Vlak na de aanslagen van elf september 2001 werd opeens een zestig jaar oud gedicht van de Brit W.H. Auden massaal in kranten afgedrukt en online gedeeld. Het gedicht, ‘September 1st ,1939’, ging over de angstgevoelens omtrent de naderende oorlog. En het was griezelig toepasselijk bij 9/11: ‘…this neutral air/ Where blind skyscrapers use/Their full height to proclaim/ The strength of Collective Man.’ Raak, en er was duidelijk behoefte aan, maar een nieuwslezer hoor je het niet zo snel zeggen.

Vorig jaar, na de crash van de MH17, gebruikten politici en journalisten telkens dezelfde bewoordingen.‘De onderste steen moest boven komen’, het was ‘onuitsprekelijk’ en een ‘nationale ramp’. Toch was daarmee niet alles gezegd. De gedichten die over MH17 verschenen, gingen meteen viral op Facebook. We hadden behoefte aan andere woorden, aan een andere blik op de ramp. Zoals: ‘Waar iets valt/ daar ligt het en wie viel staat nooit meer op/ maar dat wil nog niet zeggen dat het vallen stopt’ (Ingmar Heytze) of: ‘Twintig keer naar het journaal gekeken en/het is nog steeds/moord’ (Anne Vegter). Het is veelzeggend dat nrc.next-columniste Simone van Saarloos ervoor koos om in plaats van een column een gedicht aan de ramp te wijden: ‘Rouw vindt ruimte op internet/omdat stilte daar geen kelen schor krijgt.’

Vaak zwengelde zo’n gedicht nieuwe gesprekken aan, omdat het nieuwe invalshoeken toonde. Omdat het betekenissen verbond. Omdat het verwoordde wat er was veranderd in onze hoofden. Omdat je bepaalde dingen nou eenmaal niet kan zeggen in een speech of persbericht, maar wel in een gedicht.

Bij poëzie ben je bereid de inhoud breder te interpreteren dan een krantenbericht. In een eerdere column heb ik uitgelegd dat poëzie op een andere manier met de werkelijkheid omgaat. Een gedicht hoeft niet op te ruien, zoals een speech van Wilders. Je hóéft het niet te lezen (sterker nog, je moet er soms zelfs moeite voor doen), je wordt er niet zo onvrijwillig aan blootgesteld als aan een liedje op de radio of een krantenkop. Die vrijblijvendheid maakt dat je de tijd en ruimte kan nemen om op een andere manier de veranderde werkelijkheid te interpreteren en te bevatten.

Daarom zal er altijd behoefte zijn aan gedichten over de actualiteit. Zo zag ik bijvoorbeeld de Facebookpagina van Nachoem Wijnberg voorbij komen. Hij is naast eigenzinnig dichter en schrijver van de hilarische roman Alle collega’s dood, ook hoogleraar Economie aan de UvA. Vergelijk het gedicht dat hij schreef nou eens met de standaardberichtgeving over de Griekse schuldencrisis. Wie staat er op het achtuurjournaal bij stil dat de Griekse cultuur de basis vormde voor onze beschaving? En dat we misschien wel allemaal Berliner zijn, dus solidair, maar niet allemaal Grieken? Wat is een Europeaan dan nog, behalve een schuldeiser?

Unieke ruimte

De wereld waarnaar woorden verwijzen, verandert met haar mee. Daarom zal de poëzie nooit mogen verdwijnen, want zij biedt een unieke ruimte om in te reflecteren en te begrijpen. Om via een prikkelend gedicht je eigen denken te verbreden. Laten we hier ons voordeel mee doen. Naast geboorte, liefde en dood zijn er nog heel wat meer dingen die in een mensenleven kunnen gebeuren, waarover we moeten blijven communiceren. Je weet maar nooit wanneer er weer iets op ons dak komt vallen.