Monument voor tolerantie

In de Leidse Meelfabriek dromen kunstenaars uit heel de wereld over de toekomst.

Pascale Marthine Tayou, Plastic Bags (2001-2015) Foto Marc de Haan

Er wappert een bijzondere vlag tussen de industriële torens van De Meelfabriek in Leiden: geen driekleur die symbool staat voor een koninkrijk of republiek, maar één waarin alle nationale vlaggen van de wereld samenvloeien. Als in een reusachtige toverbal versmelt het Griekse blauw-wit met het geel-rood van Macedonië en het groen van Pakistan. Citoyen du Monde, zoals het kunstwerk van de uit Benin afkomstige kunstenaar Meschac Gaba heet, is een utopisch droombeeld – een fraai symbool voor een wereld zonder grenzen.

Gaba’s vlag dient als logo voor de ambitieuze tentoonstelling Global Imaginations, die Museum De Lakenhal samen met de Universiteit Leiden en Museum Volkenkunde heeft georganiseerd. Twintig kunstenaars afkomstig uit heel de wereld laten er werken zien die niet zouden misstaan op biënnales of Manifesta’s: ruimtevullende installaties met sociaal-geëngageerde thema’s. Hoofdlocatie is de schitterend vervallen Meelfabriek, met zijn betonnen zuilengalerijen en zijn wokkelvormige glijbanen, waar tot 1988 de zakken meel zo de vrachtschepen in roetsjten. Elders in de stad, in de Oude Universiteitsbibliotheek, Museum Boerhaave en de galerie van het LUMC, zijn aanvullende presentaties te zien.

De boodschap van de tentoonstellingsmakers is duidelijk: de tijd dat de kunstwereld gedomineerd werd door blanke westerse mannen is voorgoed voorbij. De interessantste creatieve geluiden komen nu uit Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Die trend is deze zomer ook te zien op de Biënnale van Venetië, die dit jaar de titel All the World’s Futures draagt. Global Imaginations sluit daar mooi op aan. Net als in Venetië wordt ook in Leiden door de kunstenaars gereflecteerd op de toekomst van onze aarde. En net als in Venetië ziet die toekomst er niet altijd even rooskleurig uit.

Op het binnenplein van De Meelfabriek word je verwelkomd door een enorme stalen globe van de Chinese kunstenaar Chen Zhen. Rond de evenaar plaatste hij een cirkel van stoelen uit verschillende tijden en culturen. Maar van een kringgesprek is geen sprake: alle zetels staan met de rugleuningen naar elkaar gekeerd. Ze wenden zich af van de tekst die met rode neonletters in het hart van de aarde is aangebracht: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die verklaring stamt alweer uit 1948, maar de dertig artikelen die toen door de Verenigde Naties werden opgesteld, zijn voor velen nog altijd een utopie. Het recht op een eigen mening, op privacy, op onderwijs, op een eerlijk proces, het recht om je land te verlaten en in een ander land asiel aan te vragen, het recht op werk en op vrije tijd – het is nog lang niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid. Vandaar dat Chen Zhen ons er nog eens aan helpt herinneren.

Wereldproblemen als het gebrek aan drinkwater of de groeiende bergen plastic worden in Leiden op ludieke wijze aan de kaak gesteld. Het Brits-Argentijnse duo Lucy en Jorge Orta hing een slang in de Zijlsingel, de ooit door de industrie zo vervuilde vaart die langs De Meelfabriek stroomt, en biedt het publiek glaasjes gezuiverd grachtenwater aan. De metalige smaak blijft nog lang na-ebben, maar ziek word je er in ieder geval niet van.

Pascale Marthine Tayou uit Kameroen maakte een reusachtige slurf van tienduizenden plastic zakjes, die als een kleurrijke kroonluchter de zes verdiepingen van het Meelmagazijn met elkaar verbindt. Tayou ziet de plastic zak als hét symbool van de globalisering: het is een teken van consumentisme en vervuiling, maar ook onlosmakelijk verbonden met het beeld van de vluchteling, die met al zijn bezittingen in een plastic tasje over de aardbol zwerft.

Daarbij vergeleken zijn de problemen van de Leidenaren peanuts. Het Amerikaanse collectief Ghana Think Tank, dat als doel heeft problemen in de eerste wereld op te lossen door ze voor te leggen aan inwoners uit derdewereldlanden, trok de afgelopen maanden in een bouwkeet de Leidse wijken in en vroeg de inwoners wat hen dwarszat. Na enig doorvragen bleek de bevolking vooral last te hebben van de rotzooi schoppende meeuwen. Maar ook de groeiende intolerantie bleek de Leidenaren hoog te zitten. Moslims klaagden over de vooroordelen waarmee ze te maken hadden. Sinds ze een hoofddoek was gaan dragen, vertelde een meisje, werd ze niet meer uitgenodigd voor feestjes.

Daarop besloot Ghana Think Tank een monument te maken voor het ooit zo tolerante Nederland. In De Meelfabriek bouwde ze een typisch Hollands huisje van baksteen, met rode dakpannen en een draaiende boekenkast als voordeur, zoals in het Achterhuis van Anne Frank. Wie naar binnen wil, moet zijn schoenen uitdoen, want het interieur van het huis is omgetoverd tot islamitische gebedsruimte. In eerste instantie wilden de kunstenaars hun werk Anne Frank Moskee noemen, maar die titel stuitte op weerstand van het Overleg Joden, Christenen en Moslims (OJMC). Nu heet het werk Monument to the Dutch.

Het huisje roept herinneringen op aan de kerk die tijdens de Biënnale van Venetië door kunstenaar Christoph Büchel tot moskee werd getransformeerd. Daar sloten de Venetiaanse autoriteiten de gebedsruimte al na enkele weken, zogenaamd omdat de vergunningen niet in orde waren. Ook in Leiden hielden de protesten aan. Het OJMC wond zich op over het feit dat er wel een koran in de boekenkast van het kunstwerk stond, maar geen bijbel of thora. De Lakenhal plaatste hun reactie – heel tolerant – vervolgens op de museumwebsite en de kunstenaars vulden de boekenkast aan. Zo roept Monument to the Dutch precies de vraag op die Ghana Think Tank voor ogen had: hoe tolerant is Nederland nog, als het er werkelijk op aan komt?