Krimgoud is onze oorlogsbuit

De omstreden goudschat die geëxposeerd werd in het Allard Pierson Museum moet gebruikt worden als drukmiddel voor daderberechting MH17-ramp, vindt Hans van Houwelingen.

Foto's Allard Pierson Museum, Amsterdam

Een jaar geleden werd Nederland door de ramp met vlucht MH17 meedogenloos een oorlog ingezogen. De omvang van deze gruwelijke gebeurtenis dwingt de Nederlandse staat tot het leveren van een uiterste krachtsinspanning teneinde de daders te berechten. Enkele weken geleden heeft minister Koenders dit nog eens bij zijn Russische collega Lavrov stevig maar kansloos benadrukt. Op initiatief van Maleisië wordt nu binnen de Veiligheidsraad van de VN steun gezocht voor de oprichting van een internationaal tribunaal om tot berechting te komen. Dat gaat volgens strafrechtexperts jaren in beslag nemen terwijl het de kans op succes niet vergroot.

De macht van ons kleine land schiet in deze kwestie te kort, en gelaten horen we aan hoe onze politici zich in allerlei bochten wringen om het imago van de internationale rechtsorde overeind te houden. Bij deze omissie in de rechtsgang kan de kunst wellicht een aanvullende rol spelen, niet rechtmatig maar rechtvaardig: met oorlogsbuit.

Gedurende de tentoonstelling De Krim, goud en geheimen van de Zwarte Zee, die op 7 februari 2013 opende in het Amsterdamse Allard Pierson Museum, werd de Krim door Rusland ingelijfd. De expositie liep af op 31 augustus 2014, maar de goudschat bevindt zich nog steeds in Nederland. Het is onduidelijk waar hij naar terug gestuurd moet worden. Zowel Oekraïne als Rusland claimt de wettige eigenaar te zijn. Behoren de gouden voorwerpen toe aan de musea op de Krim die ze uitleenden, maar illegaal in Russische handen zijn geraakt, of aan Oekraïne dat de voorwerpen in bruikleen gaf? De zaak ligt sindsdien voor de Nederlandse rechter.

Herinnering aan de ramp

Ik wil een oproep doen om het goud van de Krim helemaal niet terug te geven, aan welk land dan ook, althans niet eerder dan wanneer de daders van de MH17-ramp voor de rechter staan. Tot dat moment houdt Nederland de schat van de Krim als ‘oorlogsbuit’ vast en exposeert hem permanent op een mooie plek ter herinnering aan de ramp.

In NAVO-tijden denk je niet aan een oorlogsbuit, door het ene land van het andere afgepikt. Het herinnert aan tijden van zeehelden en veldheren, veroveraars, keizers en tsaren.

Het herinnert kortom aan precies hetzelfde beeld waarmee Poetin de harten van alle Russen heeft veroverd die weer dromen van een groot en machtig Russisch rijk, van Novorossiya dat zich uitstrekt van Oost- en Zuid-Oekraïne tot aan de Roemeense grens.

Een autoritaire grote leider spreekt meer tot de Russische verbeelding dan een door het Westen gekleineerde diplomaat. „Rusland verplaatst de strijd van het economische schaakbord naar het militaire, en heeft zijn zwakte daarmee omgezet in kracht”, schrijven de geopolitieke deskundigen Allison en Simes in NRC van 3 mei. In die omgeving zal de Nederlandse boodschap goed worden begrepen, wellicht zelfs gewaardeerd, omdat het de taal spreekt die men daar graag hoort.

Hoe minder macht hoe groter het belang van beeldvorming. De staat heeft in dat opzicht aanvankelijk goed aangevoeld dat de repatriëring van de slachtoffers uit het oorlogsgebied met een groots, militair ceremonieel moest worden uitgedrukt. Het effect van dit beeld maakt een jaar later plaats voor slappe knieën – het enige dat we horen is dat het onderzoek het beste gedijt bij zo weinig mogelijk politieke bemoeienis.

Ook als Nederland diplomatiek spitsroeden loopt legitimeert dat niet het lijdzame geduld dat van zijn bevolking wordt verlangd. Waar moeten mensen naartoe met hun gevoelens? Hoe kan Nederland uiting geven aan zijn boosheid? Op dit punt staat de politiek vastgenageld, maar kan de kunst een stevige vuist maken.

Waar het recht met voeten wordt getreden, is gerechtigheid op zijn plaats. Onze oorlogsbuit is een cultureel maar venijnig antwoord op het aangedane leed. In de feitelijke rechtsgang rondom vlucht MH17 speelt het geen rol, maar geannexeerd Krimgoud zal niemand onberoerd laten en een onuitwisbare betekenis verbinden aan de geschiedenis van deze antieke voorwerpen.

Terreurbombardement niet vergeten

Denk aan Guernica, Picasso’s fameuze schilderij voor de Expo van 1937 in Parijs, dat pas terug naar Spanje mocht als het land verlost was van de fascisten. Door dit magistrale gebaar zal het door de fascisten onder Franco uitgevoerde terreurbombardement op onschuldige burgers van het stadje Guernica nooit meer worden vergeten.

Uiteraard is er geen juridische weg om oorlogsbuit te formaliseren. Nederland is gelukkig ook niet in een staat van oorlog. De staat mag slechts langs de zijlijn toekijken hoe het gekibbel van de Russen en de Oekraïners voor de Amsterdamse rechter uitpakt. Maar nabestaanden van slachtoffers van MH17 kunnen wel proberen beslag te leggen op het goud, vooruitlopend op een mogelijke vordering wegens schadevergoeding jegens de Russische of Oekraïense staat.

Als de rechter dat toestaat, is het Allard Pierson Museum gebonden de goudschat hier te houden totdat er uitspraak is gedaan over de aansprakelijkheid van Rusland of Oekraïne jegens de nabestaanden. In Oost-Europese stijl kunnen we proberen met zoveel mogelijk traineren, gedoe, rekken en draaien teruggave uit te stellen tot de daders van de aanslag zijn berecht. Het beeld daarvan zal zijn dat het volk zijn krachten bundelt voor gerechtigheid – we geven het goud niet terug omdat we dat niet willen.

Volledig in de wederrechtelijke context van de oorlog in Oost-Oekraïne is het rechtvaardig te roepen dat de schat ons toebehoort tot het recht zegeviert.