In taal temde hij de demonen

Rogi Wieg (1962-2015)

Dichter Rogi Wieg schreef steeds vaker en explicieter over zijn depressies.

Rogi Wieg in 2003 Foto Marco Okhuizen/Hollandse Hoogte

‘Kennelijk is Rogi taaier dan menigeen én hijzelf denkt’, schreef Joost Zwagerman vorig jaar bij de tentoonstelling van de tekeningen en schilderijen van de al tientallen jaren met ernstige depressies worstelende dichter. Rogi Wieg overleed gisteravond op 52-jarige leeftijd in Amsterdam; een vorig jaar door hem ingediende aanvraag voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch lijden werd dit jaar gehonoreerd, meldt zijn uitgever.

Onlangs publiceerde de dichter enkele ‘laatste’ gedichten op de website van het tijdschrift Extaze, met regels als: ‘Laat mijn dood een bloemlezing/ zijn van iemand en iets. God,/ maak van mijn pijn een bloementrompet/ en maak van mij een vuurzee van water.’

De transformatie van pijn tot bloementrompet leverde Wieg in de jaren tachtig een stormachtige entree in de Nederlandse poëzie op. Zijn eerste bundel bij uitgeverij Van Oorschot, Toverdraad van dagverdrijf, werd enthousiast onthaald en bekroond met de Lucy en C.B. van der Hoogtprijs, met gedichten waarin de demonen in zijn geest nog in taal te temmen leken, zoals het hiernaast afgedrukte ‘Om iets te weten van de toekomst’.

Wieg werd in 1962 geboren als zoon van ouders die in 1956 uit Hongarije waren gevlucht. Zijn productiviteit was aanvankelijk groot; hij schreef poëzie en proza en werkte als poëziecriticus voor Het Parool. In de loop der jaren schreef hij steeds vaker en explicieter over zijn depressies, wat hem niet door alle critici in dank werd afgenomen: hij kreeg het verwijt van narcisme.

In 1998 verscheen de ‘persoonlijke kroniek’ Liefde is een zwaar beroep en in 2003 de roman Kameraad scheermes. Die was een persoonlijk ziekteverslag én een aanklacht tegen de geestelijke gezondheidszorg, die vaak niets voor mensen kan doen. Wieg werd opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen, onderging elektroshocktherapie en probeerde driemaal een einde aan zijn leven te maken.

Ruim tien jaar geleden begon hij met schilderen. In de inleiding van zijn poëziebundel met schilderijen De Ander schreef hij, in de derde persoon, over zichzelf: ‘Rogi Wieg kan zijn hang naar mystiek en religie en zijn zeer heftige gevoelens over leven en dood beter kwijt in beelden dan in woorden.’

De laatste jaren was Wieg er, ook door jarenlang medicijngebruik, fysiek steeds slechter aan toe. Begin dit jaar zei hij over zijn naderende einde in de Volkskrant: „Ik deugde nergens voor en heb toen hopelijk een paar mooie dingen gemaakt die mijn signatuur tonen. Als ik ergens voor had gedeugd, zouden ze niet gemaakt zijn.”