Straks zit jouw huisbaas in de VS

Foto ANP

Buitenlandse investeerders hebben de Nederlandse huurwoningmarkt ontdekt – en ze blijven. Kijk maar naar deze cijfers van vastgoedadviseur JLL:

Nul procent. Soms één, misschien een keertje twee. Totdat ineens, vorig jaar, maar liefst 50 procent van alle beleggingen in Nederlandse huurwoningen door buitenlandse investeerders werd gedaan. Marijn Snijders, directeur van vastgoedadviseur Capital Value, schat dat buitenlandse partijen dit jaar in totaal 1 tot 1,5 miljard euro zullen investeren.

Een iets minder hoog bedrag dan vorig jaar (toen was het 1,5 miljard), maar dat komt doordat er toen twee ongebruikelijk grote portefeuilles verkocht werden: woningcorporatie Vestia verkocht voor 570 miljoen euro 5.500 woningen aan het Duitse Patrizia, het Wooninvesteringsfonds (WIF) verkocht er bijna 4.000 aan de Britse belegger Round Hill Capital voor 365 miljoen euro.

Veilig land voor beleggers

Wat maakt de Nederlandse woningmarkt ineens zo interessant voor – met name – de Duitsers, Britten en Amerikanen? Allereerst de lage huizenprijzen: beleggers geloven dat die vanaf nu alleen maar kunnen stijgen. Maar ook de veranderde regelgeving helpt. Door nieuwe regels kunnen corporaties sinds oktober 2013 makkelijker woningen verkopen. Andere aantrekkelijke factor is het toenemend tekort aan huizen, waardoor de leegstandrisico’s voor beleggers kleiner worden en de huurprijzen verder oplopen.

Volgens Snijders is het “essentieel” dat de buitenlandse beleggers actief blijven op de Nederlandse woningmarkt. Het tekort aan betaalbare huurwoningen loopt de komende jaren op – en er is kapitaal nodig om nieuwe te bouwen. Beleggers zullen dan ook meer naar nieuwbouwwoningen gaan kijken.

Beeld: BAM

Een ‘beleggerswoning’ van BAM. Beeld: BAM

Bouwbedrijf BAM speelt daar op in. Afgelopen voorjaar lanceerde het bedrijf de ‘beleggerswoning’: huizen afgestemd op de wensen van grote institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen. ‘Verhuurklare producten’, snel te bouwen en uit te breiden met ‘luxe pakketten’. Zelfs de toiletrolhouders worden alvast in de muren geboord, om te voorkomen dat huurders gaan doe-het-zelven. Het bedrijf wordt volgens een accountmanager “overspoeld” door geïnteresseerde beleggers.

Andere bankrekening

Huurders vrezen omhoogschietende huren en onbereikbare huisbazen, zo weet Snijders. Die hogere huren zijn een risico, zegt Snijders, maar “woningcorporaties verhoogden hun huren ook al maximaal”.

Snijders denkt dat de woningen goed onderhouden zullen worden. Nederlandse huurders zijn goed beschermd, zegt ook Jorn Thoomes, hoofd van de afdeling Capital Markets Residential van JLL, en de huisbeheerders zijn meestal Nederlands. Dus in de praktijk is “waarschijnlijk het enige verschil dat de huur naar een andere bankrekening moet worden overgemaakt”.


Een groep Amsterdamse huurders van woningcorporatie Stadgenoot is daar niet zo zeker over. Zij willen hun huizenblok kopen. De bewoners van de 62 woningen aan de Derde Oosterparkstraat vrezen namelijk dat vooral beleggers geïnteresseerd zijn in het kopen van hun blok. Edmund Wellenstein, een van de initiatiefnemers:

“Beleggers hebben belang bij een hoog rendement. En dat krijgen ze met zo hoog mogelijke huren en zo min mogelijk onderhoud. Dat zijn niet ónze belangen.”

Mocht de nieuwe eigenaar een buitenlandse partij zijn, dan vrezen de huurders dat de afstand een probleem wordt. Wellenstein:

“Het kantoor van de verhuurder ligt nu op loopafstand van mijn huis. Als dat in Berlijn of Londen staat, hoe ga je dan nog je verhaal halen als het niet naar je zin gaat?”