Feest, de sancties zijn voorbij! Maar handel met Iran blijft lastig

Nu er een nucleaire deal is met Iran, worden de economische sancties tegen het land opgeheven. Maar tijdens de boycot is er veel veranderd in het land. Vijf redenen waarom handel met Iran – ook nu – nog niet vanzelfsprekend zal zijn.

Iraniërs vieren feest op straat in Teheran vanwege de dinsdag gesloten nucleaire deal. Foto AP/Ebrahim Noroozi

Met een historisch akkoord over zijn atoomprogramma keert Iran terug in de wereldeconomie. De zware economische sancties tegen Iran worden opgeheven.

Westerse bedrijven krijgen opnieuw toegang tot een land met tachtig miljoen inwoners en een gas- en olievoorraad. Multinational Shell wil er graag aan de slag, maar andere Nederlandse bedrijven staan nog niet te popelen om zich in Iran te mengen. En, is iedereen even welkom om te profiteren van de heropenende zijderoute? Vijf redenen waarom het historische akkoord handel met Iran (nog) niet vanzelfsprekend maakt.

1 Bedrijven zijn nog huiverig over wat het akkoord precies inhoudt

Alles staat of valt met het akkoord, dat nog in werking moet treden. Op Shell na blijven Nederlandse bedrijven heel terughoudend. Het is nog te onzeker om concrete stappen te ondernemen. „Ze houden een slag om de arm”, stelt Dennis Heijnen van exporteurvereniging Fenedex. Het is niet duidelijk wanneer het handelsembargo daadwerkelijk ophoudt. En op welke manier: gefaseerd of worden de sancties tegelijk opgeheven? „Bovendien is er de sluimerende onzekerheid dat het Amerikaanse Congres of ayatollah Ali Khamenei, de hoogste leider van Iran, het akkoord alsnog dwarsboomt”, aldus Heijnen.

2 De relaties moeten hersteld worden

In tegenstelling tot Birma, waartegen economische sancties in 2012 werden afgezwakt en waar Heineken onlangs een brouwerij opende, heeft Iran een lange handelsgeschiedenis. In 2011 voerde Nederland nog voor 600 miljoen euro uit naar Iran. Maar door het embargo slonk de export met 37 procent, tot 375 miljoen euro afgelopen jaar. Volgens Mohammad Mashhadi, directeur van consulentbureau East-West Trade zijn veel relaties tussen Nederlandse en Iraanse partners „bevroren”. Maar, zegt hij ook, ze zijn „niet verloren”. De relaties moeten hersteld worden. Hoe sneller, hoe beter, denkt Heijnen. „Bedrijven die vooraan willen staan als het embargo verdwijnt, die halen nu al handelscontacten aan.”

3 En betalen is ingewikkeld

Het betalingsverkeer tussen Iran en de internationale gemeenschap is bijzonder omslachtig. In 2012 schrapte SWIFT, ‘s werelds grootste interbancaire overdrachtnetwerk, Iran van zijn ledenlijst. Dat was toen op verzoek van Europa. Europese en Amerikaanse banken voeren geen transacties meer uit met Iraanse banken. Alleen via ingewikkelde omwegen kun je geld in en uit Iran krijgen. Voordat bedrijven gaan overwegen om te investeren en exporteren, moeten Europese en Amerikaanse banken volgens Heijnen hun transactiebeleid met Iraanse banken opnieuw toegankelijk maken. Mashhadi is overtuigd dat door het opheffen van de sancties Iran gewoon weer lid wordt van SWIFT.

4 Het land zit vooral te wachten op grote investeringen

Iran is in de eerste plaats opzoek naar investeerders die de roest van verouderde infrastructuur willen en kunnen schrobben. „Zowel de olie- en gasindustrie als de logistieke infrastructuur heeft de afgelopen jaren sterk geleden”, vertelt Heijnen. Multinationals kunnen miljoenen investeren om de industrie te moderniseren. Mkb’ers staan lager op het verlanglijstje van Iran. Naast investering in de energiesector ziet Mashhadi vooral toekomst voor Nederlandse bedrijven in landbouw, machinebouw en water: „Dat gaat heel breed: van offshore infrastructuur tot duurzame irrigatienetwerken.”

5 Handel drijf je vooral met staatsinstellingen, niet met burgers

Iran is veranderd: het is niet meer hetzelfde land als dat van vóór de sancties. Onder de vorige president Ahmadinejad nam corruptie en mismanagement toe en verarmde de Iraanse middenklasse. Staatsinstellingen – hoofdzakelijk religieuze stichtingen en de republikeinse garde – versterkten hun greep op de industrie. Zij zijn vandaag de belangrijkste handelspartners, en niet de Iraanse burgers. Het kan dus nog wel even duren voor er Goudse kaas in de Iraanse supermarkt ligt.