Column

Er is al afgeboekt op de Griekse schuld

Ja, zei Mark Rutte deze week, ik heb mijn verkiezingsbelofte gebroken. Er gaat méér geld naar de Grieken. Hoewel er in de Tweede Kamer vandaag stoom afgeblazen zal worden, is de kans zeer groot dat het het publiek het de premier niet kwalijk neemt. Eerlijkheid in de Griekse kwestie is al eerder beloond. PvdA-lijsttrekker Diederik Samsom bezorgde met een dergelijke openheid drie jaar geleden zijn partij een adembenemende comeback bij de parlementsverkiezingen. Nee, niet al het geld komt terug, zei hij toen in een vraaggesprek met deze krant. „Als je tijd geeft, geef je geld. Ja, Griekenland kost ons meer dan ons beloofd was.”

Blijft de vraag waarom we de Griekse schuld nu niet gewoon afschrijven. Iedereen weet dat deze veel lager is dan waarvoor hij geboekt staat. Het IMF drong dinsdag nog aan op afschrijving. Dat heeft te maken met de reputatie van het fonds maar het getuigt ook van realiteitszin.

De reden dat iedereen kan blijven doen alsof de Griekse schuld torenhoog is, is dat de boekhouding van staten hopeloos ouderwets is in vergelijking met die van bedrijven en zelfs lagere overheden. Die zouden niet de nominale waarde maar de contante waarde (net present value) van de vorderingen op Griekenland hebben genomen.

Er zijn twee obstakels om dit niet te doen. De eerste is verdragstechnisch: kwijtschelden staat gelijk aan een overdracht van geld, en dat mag niet van het Verdrag van Maastricht. Maar of dit onoverkomelijk is? De EU is een meester in het verbuigen van regels en wetten tot ze nét niet breken.

De andere reden is er een van onttovering. Kwijtschelden betekent voor de crediteuren een bekentenis dat niet al het geld terugkomt. Maar, zoals gezegd, de geesten bij de burger zijn daar al rijper voor dan menig politicus denkt. Het tij zit mee, de economie groeit, de huizenprijzen stijgen. De autoverkoop in Europa rijst de pan uit en in Nederland maakt menigeen zich vooral druk over het al dan niet aanschaffen van een Apple-watch als deze morgen in de verkoop gaat.

Griekenland kan intussen blijven beweren dat het gebukt gaat onder een ondraaglijke schuld. Maar hoe groot is deze écht? Daar moeten interne calculaties van zijn, maar voor de buitenwereld is het nog gissen.

Er zijn omwegen: denktank Bruegel calculeerde begin dit jaar dat Griekenland, als alle verzachtende maatregelen in acht worden genomen, vorig jaar maar 2,6 procent van het bbp aan rente betaalde. Dat is veel minder dan vergelijkbare europrobleemlanden Portugal (5 procent), Ierland (4,1 procent en Spanje (3,3 procent). Portugal had in 2014 een staatsschuld van 128 procent van het bbp, Ierland 123 procent en Spanje 92 procent.

Dat geeft de mogelijkheid tot reverse engineering. Stel dat Griekenland leende tegen de gemiddelde voorwaarden van deze drie landen. Stel dus, dat Griekenland een normaal probleemland was zonder alle huidige douceurtjes van kunstmatig lage rentes, uitgestelde betalingen en extreem verlengde looptijden. Hoe groot zou de Griekse staatsschuld dan moeten zijn om een rentebetaling van 2,6 procent van het bbp te vergen?

Antwoord: 72 procent van het bbp. Ja, zo weinig. De rentelast van de Grieken over 2014 hoorde bij een staatsschuld van 72 procent van het bbp. Niet de 175 procent die voor 2014 in de boeken stond. Daar komt nu, door alle vernietigende capriolen van Tsipras en zijn kabinet, nog wel wat bij. Maar ondraaglijk? Vraag dat eens aan een Portugees.

We hebben de Grieken al een bedrag vergeven dat gelijkstaat aan de omvang van hun gehele economie. Nu alleen nog de droom afboeken tot deze werkelijkheid.