Diplomatie wint in Iran, nu Syrië nog

Politiek verstand en doorzettingsvermogen kunnen heel lastige conflicten oplossen – zie het atoomakkoord, aldus Frank-Walter Steinmeier. Laten we dat nu ook voor Syrië proberen.

Illustratie Arcadio

Het akkoord van Wenen over het atoomprogramma van Iran kan zonder overdrijving historisch genoemd worden. Na meer dan tien jaar van onvermoeibaar onderhandelen hebben wij nu een doorbraak bereikt. We zijn erin geslaagd om een politieke oplossing te vinden voor een uiterst gevaarlijk conflict dat de wereld meer dan eens aan de rand van een militaire confrontatie heeft gebracht en in de toekomst nog meer dreiging in zich borg.

Het akkoord van Wenen is een overwinning voor het politieke verstand en doorzettingsvermogen. Het verschaft de regio meer veiligheid en sluit voor de lange termijn en controleerbaarheid uit dat Teheran een greep doet naar de atoombom. Verregaande beperkingen van de Iraanse nucleaire activiteiten worden gewaarborgd door een fijnmazig en omvangrijk systeem van controles.

In ruil hiervoor krijgen de Iraniërs achtereenvolgens een versoepeling, opschorting en vervolgens intrekking van het gecompliceerde sanctieregime, maar alleen wanneer de van Teheran verlangde en overeengekomen stappen van de beperking en de controle van het nucleaire programma zijn geverifieerd. Ik ben er zeker van dat de daarmee gepaard gaande openstelling de Iraanse economie en maatschappij diepgaand zal veranderen en tegelijk de start is van een nieuw hoofdstuk in de relatie tussen Iran en het Westen.

President Ruhani heeft de ingeslagen weg al in 2013 tijdens de presidentsverkiezingen aan zijn volk voorgelegd. Het resultaat was duidelijk: de meeste Iraniërs willen het akkoord, ook omdat ze verlangen naar de openstelling, zowel naar binnen als naar buiten toe. We hebben er alle belang bij deze ontwikkelingen te versterken en onze bilaterale betrekkingen met Teheran te doen herleven – politiek en economisch, maar ook cultureel en intermenselijk.

Maar het gaat om meer: het akkoord van Wenen geeft Iran ook de unieke kans om nu, na decennia van isolatie en confrontatie, nader te komen tot de internationale gemeenschap. Het doet de hoop opleven dat ook na Wenen in Teheran een politiek ingang vindt die in het Midden-Oosten niet meer alleen tegenstanders, maar potentiële partners en win-win-constellaties ziet. Met het E3+3-format (de drie Europese landen Frankrijk, Duitsland en het VK, plus de drie grootmachten VS, Rusland en China) hebben we een functionerend onderhandelingsformat gecreëerd.

Misschien kunnen we het momentum van deze historische overeenkomst van Wenen benutten om elders in de regio pogingen te ondernemen om de angel uit de ernstige conflicten te trekken.

Hiervoor – dat toont het akkoord van Wenen aan – zijn twee dingen nodig: eenheid binnen de internationale gemeenschap en de vaste wil om te handelen op basis van gemeenschappelijke belangen, maar ook het geduld en de bereidheid om in kleine, praktische stappen nader te komen tot een oplossing, wantrouwen te verminderen en ideeën en gespreksformats uit te proberen.

Dit is ook onze aanpak in Libië, waarvoor we een maand geleden in Berlijn samen met de speciale gezant van de Verenigde Naties de strijdende partijen samen hebben gebracht.

Maar nergens zou dit dringender zijn dan in Syrië, waar de burgeroorlog nu al voor het vijfde jaar onverminderd woedt. De Syrische fronten lijken meer verhard dan ooit – zowel militair als politiek. Wat in 2011 te midden van de Arabische Lente velen een vreedzame opstand tegen willekeur en onderdrukking leek, kreeg snel trekken van een etnisch-confessioneel-ideologische oorlog tussen andere machten, die over de rug van de Syrische bevolking wordt uitgevochten. We hebben niet veel tijd meer om de restanten van een Syrische gemeenschap te redden.

In Syrië hebben alle inspanningen van de VN om de partijen te wijzen op hun verantwoordelijkheid voor een vreedzame oplossing, tot nu toe gefaald. Dit niet in de laatste plaats vanwege onenigheid binnen de Veiligheidsraad en tegengestelde Russische en Amerikaanse belangen. Ik zet erop in dat dit snel te overkomen is, aangezien ook Moskou ziet dat het Assad-regime steeds meer in het nauw raakt.

Ook de naburige staten moeten meedoen; vooral Turkije en Saoedi-Arabië, die er belang bij zouden moeten hebben dat Syrië niet volledig uit elkaar valt. En we hebben een Iran nodig dat betrokken wordt bij een politieke vredesoplossing en hieraan constructief deelneemt.

Zo’n proces kan niet slagen zolang aan de ene kant de barrel bombs van Assad staan en aan de andere kant de beulen van IS en andere islamitische milities waarbij elke partij massief ondersteund wordt door externe partijen. Er is slechts één oplossing om deze noodlottige ontwikkeling een halt toe te roepen: de wereldgemeenschap moet naar buiten toe met één stem spreken en handelen.

Dat lijkt nu misschien nog heel ver weg. Maar het akkoord van Wenen heeft aangetoond dat vreedzame oplossingen van een conflict mogelijk zijn, zelfs wanneer het er aanvankelijk op lijkt dat wantrouwen en zelfs vijandschap onoverkomelijk zijn. Het is moeizaam en het vereist geduld en doorzettingsvermogen. Maar het is alleszins de moeite waard.