Dagkalender van de Wereldliteratuur: de meester van de puinliteratuur

Heinrich Böll (links) naast Günter Grass en Willy Brandt

Precies dertig jaar geleden overleed de Duitse Nobelprijswinnaar Heinrich Böll, een schrijver die wegzinkt in vergetelheid als we hem niet snel gaan (her)lezen.
‘Trümmerliteratur’, puinliteratuur, noemde de Rijnlandse Nobelprijswinnaar (1972) zijn merendeels korte romans. Als geen ander beschreef Heinrich Böll de ontreddering en daarna de morele leegheid waarin West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog verkeerde; het ontroerendst in Und sagte kein einziges Wort (1953), een roman over een huwelijkscrisis. De van het oostelijk en westelijk front teruggekeerde schrijver was rooms-katholiek, maar stond kritisch tegenover de kerk, bijvoorbeeld in Ansichten eines Clowns (1963, over een man die zijn integriteit en spiritualiteit probeert te bewaren in een door materialisme beheerste samenleving).

Böll begon zijn carrière met laconiek geschreven romans en verhalen over de oorlog, waarvan Der Zug war pünktlich (1949) de eerste was. In zijn romans over Duitsland ten tijde van het Wirtschaftswunder experimenteerde hij voorzichtig met de vorm: Billard um halb zehn (1959, de geschiedenis van drie generaties Keulse architecten) speelde zich af in één dag; de satire Gruppenbild mit Dame (1971, over een ‘gewone’ Duitse vrouw) is opgebouwd uit interviews en documenten. Ook na zijn Nobelprijs bleef Böll zich opwerpen als geweten van de natie: in het door Volker Schlöndorff verfilmde Die verlohrene Ehre der Katharina Blum (1974) viel hij de schandaaljournalistiek aan, en in Fürsorgliche Belagerung (1979) sprak hij zich uit over het raf-terrorisme en de reactie van de Duitse staat daarop.

Voor meer afleveringen van deze Dagkalender van de Wereldliteratuur, zie The Global Reader.

Pieter Steinz zit op Twitter.