Uitkering? Ga maar prikken

Rotterdam wil dat werklozen iets terugdoen voor hun uitkering. Dat roept weerstand op, en klachten over vernedering en intimidatie.

Rotterdammers zonder werk maken de stad schoon. De lokale ombudsman bepleit meer maatwerk. Foto’s Robin Utrecht

Ze dragen allemaal een oranje hesje, hebben een papierknijper in de ene en een vuilniszak in de andere hand. En ze hebben geen werk. Daarmee houden de overeenkomsten op. Franko (32) werkte als meubelmaker, maar werd ontslagen en komt zonder diploma’s niet meer aan het werk. Een 42-jarige Hindoestaanse was thuiszorgmedewerker en raakte haar baan kwijt na een fusie. En hbo-student Zakaria (21) stopte na een half jaar met zijn hbo-studie economie.

Een uitkering krijg je niet zomaar, zeker niet als je in Rotterdam woont. Daar wordt sinds 2013 een uitkering niet meer gezien als een recht maar als een tijdelijke overbrugging naar een andere baan. En mensen die een overbrugging nodig hebben, doen iets terug voor de samenleving. En versnellen daarmee hun reïntegratie.

Zakaria heeft geen zin om iets voor de samenleving te betekenen, zegt hij terwijl hij lege sigarettenpakjes en blikjes in zijn zak gooit. Hij solliciteerde op banen als verkoper en als orderpicker. Hij werd afgewezen. Hij heeft een mbo-diploma vestigingsmanager, maar voor een baan heeft hij ervaring nodig. Prikken vindt hij nutteloos werk.

Toch is dat wat werklozen moeten doen als ze zich aanmelden voor een uitkering. Ongeveer de helft komt een maand na aanmelding in het traject WerkLoont binnen. Zij worden geholpen een baan te vinden. Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, door psychische of lichamelijke problemen, schulden of verslaving, komen in een ander traject, gericht op het aanpakken van de problemen.

Na het aanvragen van een uitkering worden mensen op maandagochtend half negen verwacht in het klaslokaal in het WerkLoont-gebouw in Delfshaven. De leraar is bijvoorbeeld Hesley Matroos. Matroos is charmant en vriendelijk, maar ook extreem duidelijk. Als je een uitkering aanvraagt, betekent het dat je een dag per week sollicitatietrainingen volgt. Een halve dag huiswerk. „We verwachten vijf sollicitaties per week”, zegt Matroos tegen de groep. „Dat doet u niet voor mij, maar omdat u zo snel mogelijk weer aan het werk wilt.”

Eén dag per week moet er betaald werk worden gedaan, vertelt Matroos. En dat gedurende vijftien weken. Dat baantje mag je zelf zoeken. Vind je dat betaalde werk niet, dan prik je papier.

Terwijl hij praat, zwaait hij met de papierprikker. Daar kun je je tegen verzetten, of zelfs chagrijnig van worden, zegt Hesley Matroos. „Maar je kunt ook denken: ik ben lekker buiten en ik maak de buurt mooier. Ik praat met mijn collega-papierprikkers. Dan valt het best mee.”

Rotterdammers die gewoon even proberen om een uitkering aan te vragen, zie je na een dag niet meer terug, vertellen de teammanagers. De rest laat het programma over zich heen komen.

Een tikje minder joviaal

In de sollicitatietraining zitten de cursisten in een kring. In het midden staan twee stoelen, de rugleuningen tegen elkaar. Een voor een moeten de cursisten een bedrijf opbellen en meer informatie vragen over een vacature. Voor nep. In de ene stoel zit de trainer, in de andere de cursist. „Goeiemorgen”, roept een blonde vrouw in een denkbeeldige telefoon. „Goeiemorgen”, zegt de trainer, met zijn rug naar haar toe. De vrouw: „Ik zou graag wat meer willen weten over de vacature voor een callcenter-medewerker.”

Ze doet het goed, zeggen de medecursisten na het gesprek. Ze is helder en vriendelijk, ze stelt goede vragen. En vraagt aan het eind van het gesprek met wie ze heeft gesproken. De docent is het daarmee eens: „Het zou misschien een tikje minder joviaal kunnen.”

Het donkere meisje dat na haar komt, zou wat zekerder kunnen praten, vinden de cursisten. En iets meer eigen initiatief tonen. „Vertel uit jezelf waarom je geschikt bent voor de baan”, zegt de docent tegen de cursisten. „Stel je niet afwachtend op, maar toon initiatief.”

Als een werkgever vraagt waarom je op een baan solliciteert, dan is het niet handig om te zeggen: ‘Ik ben aan een nieuwe uitdaging toe’, vertelt de docent de groep. „Wat het jou oplevert, is niet interessant voor hem. Vertel op welke wijze jij hem van dienst kunt zijn. En verdiep je in een bedrijf voordat je gaat bellen.”

Het stevige programma stimuleert mensen om een baan te vinden. Vooral hogeropgeleiden hebben een wensbaan voor ogen. Zij worden gedwongen breder te zoeken, zegt teamleider Ingeborg van Ham. „Zij hebben altijd in de logistiek, of in de ICT gewerkt. En zoeken weer zo’n baan. Maar als die banen er niet zijn, dan moeten ze minder kieskeurig zijn.” De regel is dat ze algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden. „Alles dus. Maar geen baan in de prostitutie of zo”, licht Ingeborg van Ham toe.

De Rotterdamse ombudsman Anne Mieke van Zwanenveld kwam onlangs met een kritisch rapport. Zij ontving veel klachten over het reïntegratiebeleid. Deelnemers voelen zich vernederd en geïntimideerd. Vooral hogeropgeleiden vinden het zot dat ze moeten vegen. Zwanenveld adviseert de gemeenten voor meer maatwerk te zorgen.

Simone Everaars merkt dat ook hogeropgeleiden baat kunnen hebben bij het papierprikken, als ze eenmaal de drempel over zijn. Ze is jobcoach bij SDW arbeidsintegratie, het bedrijf dat de papierprikkers begeleidt. Vanuit het pand in Rotterdam Zevenkamp vertrekken de prikkers met busjes naar verschillende delen van Rotterdam. Everaars gaat af en toe een dagdeel mee. Zij vertelt hoe mensen die aanvankelijk grote weerzin hadden tegen het prikken, na een dag buitenlucht opknappen. „Ze zullen het niet graag toegeven, maar het brengt ze wel in beweging.”

Rob Elderson (62) van SDW is de werkbegeleider van de groep. De prikkers hebben geluk met hem. De meesten willen absoluut niet prikken in de buurt waar ze wonen, en daar houdt hij rekening mee. En hij doet zijn best er iets leuks van te maken. „Het is mooi weer, gaan we straks op het strand prikken?”, vraagt hij aan zijn groep tijdens de lunchpauze. „Daar hebben de badgasten ook wat aan.” Hij doelt op het strandje bij Nesselande. Als opgeschoten jongens op straat roepen: „Héé taakstrafferssss”, roept Elderson terug: „De enige die hier een taakstraf heeft, ben ik.” En daar moet de groep dan wel weer om lachen.

Genoeg sneue verhalen

Hij verbaast zich nog het meest over hogeropgeleiden die eerst hun WW hebben opgesoupeerd en pas écht moeite doen voor een baan als ze moeten prikken. „Dan komen ze hier en dan zijn ze na een paar weken weg, omdat ze iets hebben gevonden.”

De vegende hogeropgeleiden krijgen wel een hoop aandacht, maar het zijn uitzonderingen in zijn groep. De meesten zijn laagopgeleid en daardoor kwetsbaar. Elderson kent genoeg sneue verhalen van mensen die écht proberen aan een baan te komen, maar gewoon de papieren of de capaciteiten niet hebben.

Hij kent ook de winkeliers die zo blij zijn met de schoonmaakploeg die af en toe door het winkelcentrum trekt, dat ze graag een ijsje of een stukje kibbeling uitdelen. Daar gaat hij dan even langs. Toen een van de prikkers zijn pakket bij de voedselbank moest ophalen, regelde Rob dat ze in die buurt zouden schoonmaken. Ze hebben nog een extra rondje rond de voedselbank geprikt.

Het leukst vindt hij nog het stel dat verliefd werd tijdens het papierprikken. „Je zag ze lekker kleppen met elkaar. Leuke meid, is dat, hè, riep ik nog. Beetje gemompel. Ze zijn nog steeds bij elkaar!”