Prachtig of waanzin Wat vindt Den Haag? Steun aan Grieken raakt rijksbegroting toch een beetje

Nederland zou tussen de 4 en 5 miljard euro uitlenen aan Griekenland. Dat bedrag valt buiten de gewone begroting van de ministeries.

Wéér een paar miljard naar Griekenland, daar gáát ‘onze’ belastingverlaging van volgend jaar. Dat is de teneur van veel critici over het nieuwe reddingsplan voor Griekenland.

Geruststellend zei premier Rutte maandagmorgen al wel dat er door de nieuwe Griekse noodhulp in Nederland geen extra bezuinigingen nodig zijn. Geert Wilders gelooft er niks van. Hij twitterde diezelfde maandagochtend: „Hier bezuinigen en daar uitdelen.”

Hoewel de precieze bedragen nog lang niet vaststaan, circuleert als verondersteld Nederlands aandeel een bedrag van 4 tot 5 miljard euro. Dat komt inderdaad in de buurt van de 5 miljard aan lastenverlichting die het kabinet met Prinsjesdag zou willen presenteren.

Maar liggen die bedragen wel één op één op elkaar? Raakt, met andere woorden, de miljardensteun aan Griekenland de Nederlandse rijksbegroting?

Het antwoord is: nee, nauwelijks. Of in elk geval: nog niet.

Het Nederlandse begrotingsbeleid wordt gestuurd door het zogeheten EMU-saldo, de Europese definitie van begrotingstekort (of -overschot). Dat tekort mag niet hoger zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product. Dat Nederland in de afgelopen crisis een aantal jaren flink boven die strenge Brusselse begrotingsnorm uitkwam – ruim 5 procent in 2010 – noopte verschillende kabinetten tot ingrijpende bezuinigingen, voor in totaal ruim 50 miljard euro.

Volgens Europese afspraken tellen de noodzakelijke interventies in de financiële sector (zoals de redding van ABN Amro) en de steunoperaties binnen de eurozone níét mee voor het EMU-saldo, en vallen die buiten de reguliere begroting. Dat is het meest eenvoudige antwoord op de vraag of de Griekse miljarden rechtstreeks uit de zak van de Nederlandse belastingbetaler komen.

Maar indirect raakt die noodsteun de rijksbegroting wel degelijk. Voor alle miljarden heeft Nederland zelf immers geld moeten lenen op de kapitaalmarkten. Niet alles, want het gros ervan bestaat uit garanties.

Het Nederlandse aandeel in de steun aan Griekenland bedraagt tot nu toe 17,8 miljard euro. Dan gaat het om de twee eerdere Europese reddingspakketten, uit 2010 en 2012, die in totaal op 183,8 miljard euro uitkwamen. Daar komt ongeveer een half miljard bij voor het Nederlandse aandeel in de IMF-steun aan Griekenland. Alles bij elkaar gaat het om ruim 18 miljard euro. Alleen het eerste Europese pakket betrof een rechtstreekse lening aan Griekenland – voor Nederland: 3,2 miljard euro. De rest zijn garanties die via het noodfonds EFSF lopen.

Voor die 3,2 miljard euro is Nederland leningen aangegaan, die tegen de huidige lage rente structureel amper drukken op de vaste lasten van Financiën. Tegen een marktrente van, zeg, 1 procent, bedragen die 32 miljoen euro per jaar. Op totale overheidsuitgaven van bijna 260 miljard euro is dat een miniem bedrag.

Stel dat Nederland voor het nieuwe noodpakket inderdaad voor 5 miljard extra garant gaat staan, dan zal de totale exposure op Griekenland straks 23,5 miljard euro bedragen. Daar hoeft niet direct nieuw geld voor te worden geleend, want het nieuwe noodfonds ESM is, zoals Rutte maandag zei, al gevuld.