Plezier in fietsen hield Robert Gesink al die jaren op de been

Met zijn krachttoer toont Gesink zijn grootse vorm. Voorbij het leed dat de lange klimmer met zich meedraagt.

Robert Gesink na de etappe naar La Pierre-Saint-Martin. Foto Bas Czerwinski/ANP

Van een kinderpersconferentie voorafgaand aan de start in Utrecht tot de schitterende vierde plaats in de eerste bergetappe van de Tour, bovenop een col van 1.610 meter hoogte. Robert Gesink straalt. Het plezier in wielrennen spat er aan alle kanten vanaf. Die ene uitspraak, gisteren aan de finish. „Ik dacht ik doe eens gek.”

De Tour is nog lang en gewonnen is er niets, maar binnen één dag in de Pyreneeën is Gesink (29) terug in de wereldtop. De kopman van Lotto-Jumbo viel bergop als eerste aan, in de belangrijkste wedstrijd van het jaar, op het zwaarste terrein en tegen de sterkste tegenstanders. Alleen de Sky-sneltrein van Chris Froome en Richie Porte en Movistarkopman Nairo Quintana konden hem uiteindelijk inhalen. Maar in eigen tempo hield Gesink de schade beperkt en won hij flink tijd op de rest. Achtste staat hij nu in het klassement, met goede kans op meer. „Hij was hier de derde klassementsrenner in de koers”, rekende ploegleider Nico Verhoeven voor.

Een nieuwe Gesink, een versie 2.0, zoals hem deze Tour steeds wordt gevraagd? Tot voor kort zou hij er misschien geïrriteerd op reageren, nu lacht hij erom. Voor zijn eigen gevoel is hij nog steeds dezelfde renner die al in 2010 bij de allerbesten hoorde in de Tour, toen vlak achter Alberto Contador en Andy Schleck. „Robert is helemaal niet veranderd”, vertelde zijn trainer en vertrouwensman Louis Delahaye afgelopen zondag. „Voor ons is hij altijd een sfeermaker geweest aan tafel, een leider van de ploeg. Alleen naar buiten toe is hij nu wat losser. Zoiets gaat geleidelijk, kwestie van ervaring en goed in je vel zitten.”

Als iemand Gesink goed kent dan is het Delahaye, snotterde ploegleider Merijn Zeeman aan de finish, in tranen na de topprestatie van de kopman. „Die twee hebben samen de afgelopen jaren zoveel meegemaakt. Al die tegenslagen, maar Robert is altijd hard blijven werken. Dan is dit zo mooi.” Valpartijen dwongen hem tot opgave inTour en Vuelta, in 2011 het overlijden van zijn vader, een zware beenbreuk. Jarenlang fietsen met hartritmestoornissen tot een operatie in 2014. Dan ernstige complicaties bij de zwangerschap van zijn vrouw, een knieblessure die hem het afgelopen voorjaar kostte. Een ‘loser’ durfden criticasters hem te noemen. Maar weinigen wonnen vaker. Van zichzelf. „Het plezier in fietsen heeft hem op de been gehouden”, stelt Delahaye.

Als eerste renner van de Raboploeg ooit schoot de Achterhoeker op z’n 21ste door de grens van 500 Watt bij een inspanningstest. Hij moest als kopman direct het gewicht van de ploeg dragen, na het stoppen van zijn voorganger Michael Boogerd. Makkelijk was het niet, met dopingaffaires en het stoppen van sponsors Rabobank (2012) en vorig jaar Belkin. Toch bleef Gesink zich fysiek verbeteren. Volgens Delahaye haalde hij vorig jaar in de Vuelta zijn beste niveau ooit, voordat hij naar huis moest om zijn zieke vrouw bij te staan.

Alle tegenslag heeft hem gelouterd. In de wedstrijd is hij iets meer ‘klootzak’ geworden, constateerde ploeggenoot Bram Tankink in de eerste week, die hij zonder kleerscheuren doorkwam. Op het ásociale af durfde hij zich in het gewring te storten, de lange klimmer lijkt minder uitgemergeld dan andere jaren. Buiten de koers is hij vriendelijker. Gesink hoeft het niet meer uit te leggen. Hij fietst, hij heeft plezier. „Ik dacht ik doe eens gek.”