Column

Minder afleiding van collega’s, dus harder werken? Eeeh, nee

Pieter van Os werkt als zzp’er in Warschau. Deze zomer doet hij wekelijks verslag van het thuiswerken.

Het boek is er nog niet. Het is nu bijna een jaar geleden dat ik mijn vaste baan opzegde om, met gezin, te verkassen naar Warschau; mijn vrouw ging daarheen voor haar werk. Ik verhuisde goedgemutst; nog nooit was ik zzp’er geweest, of freelancer, en eigenlijk vond ik dat een tekortkoming van mezelf. Schrijven moet zijn als gezelligheid, dacht ik. Beide kennen geen tijd.

Ik dacht dat als ik eenmaal eenzaam en ongestoord in café, bibliotheek of huiskamer zou werken, een nieuw boek zonder pijn of moeite uit de vingers zou rollen. Daar had ik zin in, want mijn vorige boek was er slechts na hangen en wurgen gekomen, geschreven op dagen dat mijn wekker soms om vijf uur ’s morgens afging – voor het ontwaken der kinderen en voor ik vertrok naar kantoor.

Het bleek allemaal onzin. Schrijven kent wel tijd.

Het boek is er dus nog niet, laat staan een eerste hoofdstuk. Maar ik heb wel talloze nieuwe inzichten opgedaan. Ze lijken op het eerste gezicht oppervlakkig, maar zo beleef ik ze niet. De belangrijkste: het internet is eigenlijk een heel dik boek. De pagina’s eindeloos.

Ik zei dat jaren geleden al eens tegen mijn moeder, toen ik haar probeerde uit te leggen waar dat pijltje voor staat, linksboven in de browser. Maar pas nu, nu ik voor het eerst sinds twintig jaar niet meer in vaste dienst ben van een veeleisende werkgever, begrijp ik pas goed wat ik zei. De World Wide Distraction zegt nooit nee; er is altijd meer.

Als er geen baas is, moet je zelf nee zeggen.

Wellicht om dit probleem zichtbaar te maken probeert een Amerikaanse kunstenaar het volledige internet uit te printen. Geen grap. Wacht, ik google zijn naam even…

… Het is nu vijftig minuten later. De man heet Kenneth Goldsmith. Hij trad onlangs op tijdens Poetry International in Rotterdam. Dit vond ik binnen een minuut.

Ik kwam ook een schatting tegen van de grootte van het internet: 137 miljard A4’tjes. Verder las ik fascinerend materiaal over kunstenaars wier werk zich richt op de visualisatie van de abstracte ruimte die internet heet. Dat was leuk.

Maar het genoegen is ook vluchtig. Op iets langere termijn – neem een ochtend, een middag of een hele dag – garandeert de World Wide Distraction juist een dalend geluksniveau, hoe fascinerend het materiaal dat je vindt ook is. Voor wie werk gedaan wil krijgen, het maakt niet uit wat, is internet zelfs dodelijk.

Toen Odysseus wist dat hij langs de onweerstaanbaar zingende, maar tevens moordzuchtige sirenen zou varen, liet hij zich vastbinden aan de mast en stopte hij was in zijn oren.

Betekent dit dat ik de wifi in huis onklaar moet maken? Hoe vind ik dan nog de naam van de kunstenaar die het hele internet wil uitprinten?

Sinds ik uit dienst ben vragen vrienden en kennissen zonder uitzondering: „Wat doe je nu de hele dag?” Of, erger: „Beschrijf eens hoe je dag begint. Je gaat zitten en dan?”

Dat zijn vervelende vragen voor wie urenlang bladert door het boek der boeken. Ik verpak het antwoord liever in een van mijn semidiepzinnige inzichten.

Of ik gooi er een vergelijking tegenaan, bedacht tijdens dat urenlange bladeren. Zoals: lege dagen in de agenda zijn als nieuwe fietsstallingen bij het Centraal Station: ze vullen zich vanzelf. De stroom fietsen is niet op te vangen, elke nieuwe vrije stal lokt weer een nieuwe fiets.

Ik heb geleerd: meer tijd, vrijheid en minder afleiding van collega’s op kantoor, betekent niet automatisch meer productie.

Ik draai een leeg vel in een oude, Poolse typemachine en ik tik: hoofdstuk één.

Nu nog een titel, zonder eerst te bladeren.