Nucleair akkoord met Iran verdient waardering en steun

Amper had president Obama in januari 2009 het Witte Huis betrokken, of hij sprak zich uit voor een toenadering tot Iran. In een interview met een Arabische nieuwszender zei hij dat wanneer „landen zoals Iran bereid zijn om hun vuist te openen, zij een uitgestoken hand zullen aantreffen”. Aanvankelijk leidde het tot niets.

Maar toen in Teheran de onverzoenlijke president Ahmadinejad in 2013 had plaatsgemaakt voor zijn gematigder opvolger Rohani, sloeg het uur van de diplomatie. Onder druk van steeds hardere internationale sancties koos Iran eieren voor zijn geld: het omstreden nucleaire programma van het land werd inzet van serieuze onderhandelingen tussen Iran en de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad (de VS, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) aangevuld met Duitsland. De grootmachten wilden voorkomen dat Iran een kernwapen zou ontwikkelen. En het Iraanse bewind wilde zich bevrijden uit het verstikkende internationale isolement, waartoe het door sancties was veroordeeld.

Dat het gisteren uiteindelijk gelukt is om een akkoord te sluiten, is van grote betekenis. De deal verdient waardering en steun. Het Iraanse atoomprogramma wordt weliswaar niet volledig ontmanteld. Maar het serieuze gevaar dat Iran zich tot een kernmacht ontwikkelt, is met dit akkoord voor de komende tien tot vijftien jaar wel sterk beperkt. In ruil daarvoor worden de economische sancties opgeheven en op den duur ook het wapenembargo.

Een garantie voor een succesvolle uitvoering van de afspraken is er niet. Maar het akkoord bevat wel maatregelen die ervoor zorgen dat Iran er niet ongestraft een loopje mee kan nemen, zoals de verificatie door het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) en de dreiging dat de sancties weer van kracht kunnen worden als Iran zich niet aan de overeenkomst houdt. Dat de zes grootmachten gezamenlijk hebben onderhandeld, waarbij ook de Europese Unie een rol heeft gespeeld, geeft het akkoord extra gewicht. Het is bemoedigend dat deze landen, ondanks hun conflicten op andere terreinen, hiermee getoond hebben tot effectieve diplomatieke samenwerking in staat te zijn.

Critici wezen gisteren meteen op het risico dat Iran zich straks, bevrijd van sancties, nog meer zal laten gelden in het Midden-Oosten: dat het op den duur alsnog een atoombom kan bouwen en dat zowel Israël als Saoedi-Arabië zich daardoor ernstig bedreigd voelt. De situatie in het Midden-Oosten kán daardoor verder destabiliseren. Maar een geloofwaardig alternatief hebben de critici niet. Zonder akkoord zou Iran de vrije hand hebben om zijn nucleaire projecten voort te zetten. En het bombarderen van nucleaire installaties in Iran, waarmee in Israël en de Verenigde Staten wel is geschermd, zou grote gevaren met zich meebrengen voor de hele regio. Terwijl de kans klein is dat het hele nucleaire programma op die manier ook werkelijk uitgeschakeld zou kunnen worden.

Het is daarom te prijzen dat de betrokkenen, ondanks alle tegenstand, hebben doorgezet. Obama heeft een sleutelrol gespeeld. Nu moet hij nog zien te voorkomen dat het Congres de zaak blokkeert. Lukt hem dat – en hij kan bovendien een veto uitspreken over het Congresbesluit – dan heeft hij een belangrijk succes geboekt in zijn streven de verspreiding van kernwapens tegen te gaan. Of het ook zal leiden tot de politieke toenadering tot Iran waar hij op hoopte, zal vermoedelijk pas blijken onder zijn opvolgers.