Fotografiegezin

Naast de gewone journalistiek bestaat er ook nog zoiets als vakbladenjournalistiek, schrijven voor periodieken die alleen de doelgroep zelf kent en waarover ze het op de scholen voor journalistiek ten onrechte nooit hebben.

Gisteren was ik even vakbladjournalist, ik mocht een medewerker van een bedrijf interviewen die een knikkerbaan had gebouwd. Er waren twee redactionele aanwijzingen: de medewerker had ‘een gebruiksaanwijzing’ en het interview moest plaats vinden in Monkey Town in Gouda, een speelhal voor kleine kinderen.

De fotograaf van dienst kwam me halen. Op de achterbank van zijn auto zaten zijn twee kinderen. Dat was nieuw, ik was nog nooit met een groep naar een interview gegaan. Het fotografiegezin en ik konden het goed met elkaar vinden. Onderweg leerden ze me onder andere dat je als je het woord ‘tarwewrat’ omdraait dat je dan weer ‘tarwewrat’ krijgt.

Net op het moment dat ik bijna dacht dat ik misschien vaker in groepsverband journalistiek moest gaan bedrijven, maakten we de fout om die kinderen bij een benzinestation te trakteren op een gezinszak M&M’s. Ik had wel eens gelezen dat kleurstoffen ‘iets’ met kinderen deden, dat bleek dus allemaal waar.

Met een opgewonden kluwen achter me aan bereikten we Monkey Town, een wat duistere, slecht verlichte hal waar de weeïge geur van kinderzweet en urine hing en waar honderden kinderen krijsend door elkaar renden, soms achtervolgd door ouders van wie de meesten er hondsmoe uitzagen.

De knikkerbaan stond achterin, in een soort aquarium. De maker ervan stond al op ons te wachten. Hij was niet zichzelf, zei hij maar eerlijk, want het elektronische liftje waarmee de knikkers normaliter volautomatisch naar het begin van de knikkerbaan werden getransporteerd bleek – waarschijnlijk omdat kinderen tegen de ruiten hadden geslagen – defect. Tot dat gerepareerd was was hij niet staat tot een gesprek.

Met de woorden ‘Sorry, ik heb even wat belangrijkers te doen’ kroop hij de glazen bak in waar we hem tussen de knikkers zagen kruipen. Om ons heen stonden inmiddels overal kinderen. De neuzen tegen het glas, alsof ze naar een bijzondere vis stonden te kijken.

Na het interview wilde ik zo snel mogelijk naar buiten. Ik zei tegen de fotograaf dat ik op het parkeerterrein op hem zou wachten. Daar kreeg ik na een kwartier het eerste sms’je: ‘kind kwijt’.

Dat kon natuurlijk gebeuren, het was eigenlijk vreemd als je je kind niet kwijtraakte in Monkey Town.

Op de weg terug, we waren weer compleet, leerde ik van een kind van zeven hoe ze in vakbladjournalistieke fotogezinnen een gebeurtenis als Monkey Town verwerkten.

„Wij waren daar voor werk, de andere mensen komen daar in de vakantie.”