Hoe een rel ontstond waar niets aan de hand was

Komen er kinderen op straat te staan? Een raadslid zocht „sensatie”, en zo werd een kleine kwestie een rel.

Moeder is 54 jaar als ze in februari plotseling aan een hartstilstand overlijdt. Vader woont niet in Nederland maar haar twee kinderen, 19 en 24 jaar, wonen nog thuis, in een eengezinswoning in Houten. Die moeten ze verlaten, horen ze van woningbouwvereniging Viveste. Ze krijgen een driekamerappartement aangeboden. Op het voorstel reageren ze niet, waarna Viveste dreigt met ontruiming.

Gerard Zandbergen, fractievoorzitter van Inwonerspartij Toekomst Houten, hoorde erover van zijn zoon. Die kent een van de nabestaanden. Juridisch, wist Zandbergen, staat Viveste in zijn recht. Maar hij vond het geval zo triest dat hij belde met PvdA-wethouder Jocko Rensen. Of die wat kon betekenen.

Dat bleek vruchteloos en Zandbergen zette een ander instrument in: schriftelijke vragen aan het college. De nabestaanden, schreef hij, hebben „tijd en rust nodig” om dit te verwerken. Waarom zou de overheid in „schrijnende gevallen” bij toewijzing van huurwoningen geen uitzondering maken? „Het zou van medemenselijkheid getuigen als deze kinderen de eerstkomende jaren het ouderlijk huis niet te hoeven verlaten.”

De nabestaanden, die anoniem willen blijven, hebben de driekamerwoning inmiddels geaccepteerd. Maar de zaak kreeg deze week zijn eigen dynamiek. Het „trieste geval” haalde de lokale media nadat een fractiegenoot, die volgens Zandbergen nu eenmaal „wat sensatie zocht”, een bericht erover plaatste op de openbare Facebook-pagina van Houten. Kop: „Kinderen op straat na overlijden moeder.” Ietwat misleidend, geeft Zandbergen toe.

Maar de Facebook-rel was al geboren. „Schandalig”, „schokkend”, „onmenselijk”, „te gek voor woorden” reageerden tientallen inwoners op sociale media. Ze hebben geen goed woord over voor Viveste, die zich genoodzaakt voelde een eigen verklaring op Facebook te plaatsen.

Een storm in een glas water?

Dat kinderen van de hoofdhuurder niet zomaar als medehuurder worden aangemerkt, is heel normaal, zegt Aemile van Rappard, voorzitter van de Vereniging van Huurrecht Advocaten. „Echtgenoot en geregistreerd partner zijn huurder van rechtswege, kinderen niet.” Bij overlijden van de hoofdhuurder moeten kinderen in beginsel de woning verlaten, en daar is volgens Van Rappard best wat voor te zeggen. Waarom zouden twee jonge mensen over een eengezinswoning mogen beschikken terwijl er wachtlijsten voor zulke woningen zijn? In Houten wachten gezinnen gemiddeld acht jaar op zo’n woning.

„Kinderen vliegen uit”, zegt Van Rappard, „dat is het uitgangspunt van de wet”. Uitzonderingsgronden zijn spaarzaam. Dan zal het achtergebleven kind bij de kantonrechter moeten aantonen dat het een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ voerde met vader of moeder. Samen de vaatwas en boodschappen doen kan helpen. Maar volgens een recente uitspraak van de Hoge Raad kon zelfs een zoon van 56 die zijn hele leven met moeder samenwoonde ‘gemeenschappelijkheid’ niet aantonen. „Er moet echt sprake zijn van samenwoning alsof je een stel bent.” En dat Viveste in dit geval vervangende woonruimte heeft aangeboden, is volgens Van Rappard nog best netjes. Ze is daar volgens de wet niet toe verplicht.

Wethouder Rensen vindt het vooral „jammer” dat Inwonerspartij Toekomst Houten zo inspeelt op emotie. „Door schriftelijke vragen te stellen wekt de partij de suggestie dat er iets ernstigs aan de hand is. Dat kinderen op straat zouden komen te staan, terwijl dat helemaal niet zo is.” De partij probeert volgens hem een punt te scoren door de zaak uit zijn verband te trekken. „Ze doen aan negatief framen. Maar door zo politiek te bedrijven, wek je bij burgers verkeerde verwachtingen. Alsof alles maakbaar is.” Laat de politiek hiermee ophouden, zegt hij. „Ze staat al zo onder druk.”

Zandbergen: „We komen gewoon op voor die twee jongelui.”