Het is tijd om de enkeling te herdenken

Nu de laatste overlevers van de Holocaust uitsterven, groeit de behoefte aan monumenten en persoonlijke herdenkingsplekken.

Infographic Fokke Gerritsma

Het Anne Frank Huis kon in 1956 ternauwernood worden gered van de sloophamer. De Hollandsche Schouwburg, tijdens de oorlog de verzamelplaats voor duizenden Joden, ging in 1945 aanvankelijk verder als Piccadilly Theater voor toneelvoorstellingen en concerten. En eind jaren zestig schreef de prominente Amsterdammer historica Annie Romein-Verschoor nog „bezwaren” te hebben tegen, op dat moment, ontluikende „bedevaartsoorden” zoals het inmiddels opgeknapte Anne Frank Huis. Die trokken te veel nieuwsgierige dagjesmensen of „verzetsreünisten”, aldus de historica die samen met haar echtgenoot Jan Romein een Joodse onderduiker verborg tijdens de oorlog.

Het contrast met het heden is groot. Het Anne Frank Huis maakte begin deze maand bekend fors te gaan uitbreiden om de groeiende bezoekersstroom – inmiddels 1,2 miljoen mensen per jaar – aan te kunnen. De week daarvoor publiceerde de Hollandsche Schouwburg plannen voor de omvorming tot een Nationaal Sjoa Museum, dat in voorjaar 2016 de deuren moet openen. In 2014 maakte het Nederlands Auschwitz Comité bekend het monument van Jan Wolkers in het Wertheimpark te willen laten vergezellen door een reusachtige wand van Daniel Libeskind met daarop de voor- en achternamen van alle 102.000 Nederlandse Holocaustslachtoffers.

„Er is veel gaande op het gebied van Joodse herinnerings- en herdenkingsplekken in Amsterdam”, zegt VU-historicus Bart Wallet, kenner van de geschiedenis van Joods Amsterdam. „Nu de laatste overlevers met actieve kennis van en herinnering aan die zwarte bladzijde van de Joodse geschiedenis uitsterven, is men druk doende de herinnering op andere manieren vast te leggen. Daarbij wordt inspiratie gezocht bij voorbeelden uit het buitenland, zoals het Shoah Museum in Washington.”

Hier en daar is er volgens hem zelfs sprake van een „herinneringscompetitie” in Amsterdam. Wallet: „Het Anne Frank Huis is wat aandacht en bezoekersaantallen betreft overduidelijk nummer één. Maar plek twee is minder duidelijk.” De Hollandsche Schouwburg en het Nederlands Auschwitz Comité strijden erom, zegt hij. Neem de namenwanden voor Holocaustslachtoffers. De Hollandsche Schouwburg heeft er een, met 6.700 Joodse familienamen. En het Auschwitz Comité wil er, een paar honderd meter verderop, dus ook een, met de voor- en achternamen van alle Nederlandse slachtoffers.

Desgevraagd zegt conservator van de Hollandsche Schouwburg Annemiek Gringold het initiatief van de namenwand van het Auschwitz Comité te steunen. Sterker, er wordt „actief samengewerkt”, bijvoorbeeld om te voorkomen dat er met de namen fouten worden gemaakt.

De nadruk op het gedenken van individuele personen markeert volgens historicus Wallet een derde fase van de omgang met de oorlog door Joods Amsterdam. „Direct na de oorlog, de eerste fase, wilde men niets van die oorlog weten”, vertelt hij. „De Hollandsche Schouwburg riep te veel afschuwelijke herinneringen op om als herdenkingsplek te kunnen functioneren. De afkeer van iemand als Annie Romein-Verschoor van herdenkingsplekken paste bij die eerste fase. En Joden die toch naar buiten traden en iets wilden bouwen, kregen vaak nul op het rekest van de autoriteiten.”

In de tweede periode traden Joodse instellingen als collectief naar buiten. Hadden ze hun oorlogsdoden aanvankelijk alleen in eigen kring geëerd, in de synagoge en op de eigen begraafplaatsen, in de jaren zestig kwamen er steeds meer openbare monumenten. Daarbij werden Joden deel van de collectieve herinnering aan de oorlog. Op 4 mei 1962 werd de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam plechtig als herdenkingsplek ingewijd.

Van recenter datum, pakweg de laatste tien jaar, is de derde fase, aldus Wallet. „Daarin ligt de nadruk op de herinnering aan vermoorde Joden als individu, veel minder als groep.” De namenwanden in de Schouwburg en het Wertheim Park passen daarbij. Hetzelfde geldt voor het concentreren van kleine gedenkplaatsen op enkelingen, bijvoorbeeld de Joodse verzetsman Eli van Tijn. Het monumentje voor hem aan de Kraaipanstraat in Amsterdam-oost dateert van eind 2007.

Jacques Grishaver van het Nederlands Auschwitz Comité bevestigt de trend die Wallet signaleert. Hij zegt: „Die personalisering is al enige jaren bezig. De omgekomen Nederlandse Joden zijn verdwenen. En je bent vergeten als je naam nooit meer wordt genoemd.”