‘Held is helaas een typische man’

Hij gelooft nog steeds in 3D, ook al is zijn nieuwe speelfilm, een intiem drama over de liefde en een trauma, slechts in 2D te zien.

Verder leven na een trauma: James Franco als schrijver die betrokken was bij een ongeval.

Every Thing Will Be Fine van Wim Wenders bereikt de Nederlandse bioscopen niet zoals de film door de regisseur is bedoeld. De regisseur maakte zijn intieme, ingehouden drama, over een schrijver (James Franco) die een kind doodrijdt en vervolgens met de gevolgen daarvan moet doorleven, in 3D. Maar te weinig filmhuizen zijn toegerust om de film op die manier te vertonen, en daardoor is het voor distributeur Lumière te kostbaar om de film zowel in 3D als 2D uit te brengen. Wenders heeft zich daarmee akkoord verklaard.

Jammer, want al voegt de diepte ook weer niet zo vreselijk veel toe aan de film, het is toch een interessant, tikje vervreemdend experiment om de techniek die het meest geassocieerd wordt met overdonderend spektakel nu eens voor een intiem relatiedrama te gebruiken.

In de gewone, ‘platte’ versie moet de film het hebben van het subtiele, weinig uitgesproken scenario dat veel aan het inlevingsvermogen van de kijker overlaat, in een verhaal dat liefst vijftien jaar aan rouwverwerking beslaat. Maar de matte hoofdrolspeler James Franco laat regisseur Wenders ernstig in de steek. Naar verluidt zat multitalent Franco tijdens de opnamen tussendoor de hele tijd met zijn hoofd in de boeken. Dat is te zien. Franco is er duidelijk niet helemaal bij.

Wenders pionierde al met digitale 3D in zijn succesvolle, beter geslaagde dansdocu Pina (2011). Hij blijft geloven in het medium: voor de regisseur eerder een nieuwe vertelvorm dan simpelweg een nieuwe techniek. Wenders, bij de première van zijn film op het filmfestival van Berlijn: „De techniek is bij de huidige stand van zaken zo flexibel, dat je zelfs van de schouder in 3D kunt draaien. Je kunt elk shot, hoe gecompliceerd ook, in 3D maken. Er zijn geen beperkingen meer. Alleen duurt het opnameproces iets langer dan met een reguliere camera.

„Voor mij gaat het bij de techniek niet om diepte als een doel op zich. De vraag is veel meer of je met 3D ook de innerlijke diepte van personages kunt weergeven. Je ziet meer in 3D. Je ziet de fouten beter, maar hopelijk is ook de présence van de acteurs beter zichtbaar. Deze camera ziet meer dan welke andere camera dan ook, juist ook in een verhaal over een man die zijn emoties niet wil laten zien.

„De meeste mannen hebben er helaas moeite mee om hun emoties te tonen. De hoofdpersoon van de film, Thomas, is in dat opzicht een typische man. Ik heb de meeste bewondering voor de vrouwen in de film, die geen genoegen nemen met zijn geslotenheid. Ik ben zelf ook weleens stevig aangepakt door een vrouw, omdat ik zo weinig van mezelf liet zien.”

Wenders ging voor de film in zee met de fameuze cameraman Benoît Debie (Spring Breakers, Lost River, de films van Gaspar Noé). Maar niet zozeer om diens uitbundige eigen signatuur. Wenders: „Ik wilde graag met hem werken, omdat hij een groot avonturier is. Hij neemt altijd veel risico’s. Hij zit niet vastgebakken aan zijn persoonlijke stijl. Hij is iemand die zodra hij de techniek van 3D in zijn vingers heeft meteen zal proberen om het tegenovergestelde ermee te doen dan eigenlijk gebruikelijk is.”

De film heeft een klassiek en kalm tempo, te vergelijken met het melodrama van de jaren vijftig toen 3D voor het eerst populair was. „Dat heeft te maken met het iets tragere tempo waarin de film is gemonteerd. We hebben ernaar gestreefd de diepte zo natuurlijk mogelijk weer te geven. Daarbij zijn we zoveel mogelijk afgegaan op hoe het menselijk gezichtsvermogen daadwerkelijk functioneert. Die minder snelle montage is eigenlijk veel natuurlijker. In de werkelijkheid kijken we ook elke dag naar de wereld in één lange take.”