Even dat pijnlijke bultje googlen - doe maar niet

Acht op de tien mensen zoekt op internet naar diagnoses bij lichamelijke klachten. Maar die sites zitten er vaak naast, blijkt uit nieuw onderzoek.

Foto Thinkstock

Wat als je last hebt van aanhoudende hoofdpijn, een pijnlijk bultje of vreemde uitslag? Even opzoeken via Google? De kans is groot dat je het doet, maar er al te veel op vertrouwen is niet verstandig, blijkt uit een onlangs gepubliceerd rapport.

Onderzoekers van Harvard lieten 23 medische zelfcheck-sites op basis van een lijstje ingevoerde symptomen bepalen wat iemand mankeerde. De klachten varieerden van ‘zelf op te lossen’ (een verkoudheid) tot ‘acute hulp nodig’ (falende lever).

De resultaten bleken niet enorm betrouwbaar: maar in eenderde van de gevallen werd in één keer de juiste diagnose gesteld. Ook zijn de sites volgens het onderzoek wel erg voorzichtig. Voor kwaaltjes die prima zelf te verhelpen zijn, werd in tweederde van de gevallen het advies gegeven om tóch een arts te raadplegen.

Ook in Nederland kruipen we achter de computer als we ergens last van hebben, bleek in 2013 uit onderzoek van de Radboud Universiteit. Bijna 83 procent van de ondervraagden zocht online naar gezondheidsinformatie.

Zo vertelt Moetiknaardedokter.nl je aan de hand van een vragenlijst of een afspraak met een arts nodig is – of dat je beter op Thuisarts.nl kunt kijken, een site van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) met gezondheidsinformatie. Naar eigen zeggen komen er 80.000 mensen per dag.

Dat soort gedigitaliseerde gezondheidszorg, e-Health, groeit gestaag in Nederland. Het aantal mensen dat online een afspraak bij de huisarts kan maken of herhalingsrecepten kan aanvragen toegenomen van respectievelijk 7 en 21 naar 13 en 30 procent van de Nederlanders, blijkt uit de e-Health Monitor 2014. Een consortium van onder meer het NHG, de Hartstichting en het Longfonds lanceerde onlangs de Persoonlijke Gezondheidscheck: een antwoord op de wildgroei aan onbetrouwbare online gezondheidstesten.

Uit een vorige maand gepubliceerd tussentijds vervolgonderzoek blijkt dat veel van de vorig jaar door het kabinet opgestelde doelstellingen op het gebied van e-health moeilijk gehaald gaan worden. Zo zou 80 procent van alle chronisch zieken in 2019 online toegang moeten hebben tot de eigen medische gegevens. Momenteel heeft ongeveer 10 procent dat. Ook moet binnen vijf jaar iedereen die zorg of hulp thuis krijgt 24 uur per dag via een beeldscherm met een zorgverlener kunnen communiceren. Vijf procent kan dat nu.

Een app of site gebruiken voor medisch advies gaat voorlopig in elk geval gepaard met risico’s. Hoewel, zo benadrukken ook de onderzoekers van Harvard: het is beter dan helemaal geen informatie inwinnen.

Is er dan geen enkele manier om te weten of wat je leest betrouwbaar is? Jawel, sites en apps die je vertellen of je naar de dokter moet, of die zelf een diagnose stellen, moeten volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een Europees CE-keurmerk hebben. Ze gelden als medisch hulpmiddel en moeten voldoen aan eisen voor veiligheid, gezondheid, milieu- en consumentenbescherming. Momenteel zijn het er ongeveer dertig, waaronder Moetiknaardedokter.nl, maar een overzicht ontbreekt, zegt de IGZ.

Artsenorganisatie KNMG werkt aan een richtlijn voor medische apps, die in de toekomst meer duidelijkheid moet gaan bieden. Tot die tijd wordt het helaas gewoon plaatsnemen in de wachtkamer. Tenzij je huisarts al kan videobellen natuurlijk.