Economie Iran moet van heel ver komen

Iran wordt deel van de mondiale economie. De oliesector kan snel profiteren. Het volk moet geduld hebben. De Republikeinse Garde wil zijn belangen beschermen.

„Geachte Iraanse burgers”, sprak president Hassan Rohani gisteren tot zijn landgenoten na ondertekening van het historische akkoord met de zes wereldmachten. „Alle sancties, waaronder die tegen raketten, zullen daags na implementatie [van het akkoord] worden opgeheven. Niet opgeschort, opgeheven. Vandaag komt er een einde aan de onderdrukking van onze natie en begint de samenwerking met de wereld.”

Zal het akkoord dat Iran en de zes wereldmachten sloten er inderdaad voor zorgen dat de Islamitische Republiek aansluiting vindt bij de rest van de wereld? Veel Iraniërs hopen van wel, vooral de middenklasse in de steden. Sinds in 2002 een geheim deel van het Iraanse atoomprogramma werd onthuld, raakte het land internationaal steeds verder geïsoleerd. Het Westen vreesde dat Iran heimelijk een atoombom ontwikkelde en draaide de duimschroeven aan.

In een poging Irans nucleaire ambities te beteugelen legden de Verenigde Staten, de Europese Unie en de Verenigde Naties een lange reeks financiële en economische sancties op. De EU kwam met een olieboycot, een grote aderlating aangezien Europese landen tot de belangrijkste klanten behoorden. Iran werd afgesloten van het internationale betalingsverkeer. Miljarden aan buitenlandse tegoeden van Iran werden bevroren. De VS legden zelfs een volledig handelsembargo op, inclusief sancties voor bedrijven die zaken doen met Iran, een verbod op de import van alles van Iraanse herkomst, en sancties tegen Iraanse financiële instellingen.

Westers cordon

Dit westerse cordon heeft de Iraanse economie zwaar getroffen. De olie-export, waar een groot deel van de overheidsinkomsten vandaan komen, is gehalveerd. Hierdoor is de hele economie onder druk komen te staan. De staat kon zijn betalingsverplichtingen aan bedrijven niet meer nakomen, waardoor die in problemen kwamen. Fabrieken moesten sluiten of mensen ontslaan, omdat reserveonderdelen uit het buitenland niet meer te krijgen waren. De werkloosheid, vooral onder jongeren, is volgens sommige cijfers opgelopen tot 40 procent. De waarde van de Iraanse munt kelderde, waardoor de koopkracht van de middenklasse met 90 procent is gedaald.

Het akkoord van gisteren moet een einde maken aan de malaise. Toch zal het zeker nog enkele maanden duren voordat de afspraken zijn geformaliseerd en geïplementeerd. Eerst moet de VN-Veiligheidsraad een resolutie aannemen die het akkoord bekrachtigt. Dan zal het nog eens negentig dagen duren voordat het akkoord daadwerkelijk van kracht wordt, zodat het Amerikaanse Congres en het Iraanse parlement de tijd hebben zich over de deal uit te spreken.

Intussen zullen de VS, de EU en de VN hun sancties opheffen. Dit is echter niet onomkeerbaar. Als het atoomagentschap IAEA concludeert dat Iran zich niet aan de afspraken over de inperking van zijn nucleaire programma houdt, dan zullen de sancties weer worden ingevoerd. Het doel is dat het IAEA voor het einde van het jaar heeft geverifieerd of Iran de afspraken heeft nageleefd.

In het akkoord wordt een uitzondering gemaakt voor het embargo op conventionele wapens en op de import van technologie voor ballistische raketten. Iran heeft ermee ingestemd dat die nog respectievelijk vijf en acht jaar gehandhaafd zullen blijven. Deze restricties kunnen eventueel eerder worden opgeheven als het IAEA concludeert dat het Iraanse atoomprogramma vreedzaam is.

Drijvende olievoorraden

Vooral de verouderde Iraanse olie-industrie kan profiteren van het opheffen van de sancties. Olievelden, pijpleidingen en havens zijn door een gebrek aan investeringen in slechte staat. Volgens analisten is er een investering van 100 miljard dollar nodig om de olie-industrie te moderniseren. Westerse oliebedrijven zullen met open armen worden ontvangen. De Iraanse minister van Olie heeft al verkennende gesprekken gevoerd met Shell, BP, Total en Lukoil voorafgaand aan een vergadering van de OPEC vorig jaar november.

Zodra de olieboycot wordt beëindigd zal Iran de export van olie opvoeren om zijn lege schatkist te vullen. Daarvoor hoeft het niet meteen de productie te vergroten. Want vanwege de sancties heeft Iran tientallen miljoenen vaten olie opgeslagen op een twintigtal tankers voor de kust. Die olie kan relatief snel op de markt worden gebracht.

Ondanks de Europese olieboycot bleven China, India, Rusland en Turkije de afgelopen jaren gewoon Iraanse olie importeren. Maar vanwege de sancties durfde geen enkele bank geld over te maken naar Iran. Het gevolg is dat Iran naar schatting 100 miljard dollar aan tegoeden op banken in die landen heeft staan. Die zullen in de komende maanden worden vrijgegeven. Maar hier moet Iran verstandig mee omgaan om te voorkomen dat er gierende inflatie ontstaat.

Het aantrekken van de olie-export zal niet meteen nieuwe banen opleveren. De auto-industrie is in dat opzicht veel belangrijker. Iraanse autofabrikanten zijn in handen van leden van de machtige Republikeinse Garde, die een economisch imperium hebben opgebouwd van havens, banken en telecombedrijven. Zij worden beschermd door de staat. Een importheffing beschermt de Iraanse autofabrikanten bijvoorbeeld tegen buitenlandse concurrentie. De Garde zal willen profiteren van het einde van de sancties zonder zijn belangen in gevaar te brengen door buitenlandse bedrijven toe te laten tot Iran.