Dijsselbloem mag terecht door

De verdeling van belangrijke posten in Europa is doorgaans een ingewikkeld spel van nationaliteiten en politieke stromingen. Het vinden van de balans daartussen mag voor buitenstaanders soms kinderachtig overkomen, het is essentieel om alle landen en stromingen zich vertegenwoordigd te laten voelen op het hoogste niveau.

Het voorzitterschap van de Eurogroep van ministers van Financiën dreigde even onderdeel te worden van dit spel. Spanje schoof minister Luis de Guindos naar voren, omdat het zich, niet ten onrechte, slecht bedeeld voelt bij de huidige verdeling van de belangrijkste functies in de Europese Unie.

Toch is het terecht dat de Eurogroep maandag koos voor de voortzetting van het voorzitterschap van de Nederlandse minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem, voor nog eens 2,5 jaar. En dat niet alleen omdat de status van De Guindos na de Spaanse verkiezingen van eind dit jaar onduidelijk is – zoals hij zelf ook had aangegeven. Een voorzitterschap zonder actief ministerschap zou een noviteit zijn geweest. Dat Dijsselbloem (PvdA) past in de politieke balans waarbij de sociaal-democratische stroming binnen de EU een belangrijke post te claimen heeft, is eveneens van belang.

Maar ook deze overweging is in wezen bijzaak. Wat moet tellen zijn competentie en continuïteit. Van zulke competentie heeft Dijsselbloem uitgebreid blijkgegeven. De Griekse crisis is een van de belangrijkste en meest complexe vraagstukken uit de geschiedenis van de Europese Unie. Om dat in goede banen te leiden, vergt inhoudelijk talent en politieke stuurmanskunst. Een verandering van het voorzitterschap, uitgerekend op dit cruciale moment, zou onverstandig en complicerend zijn geweest. Met de herverkiezing van Dijsselbloem als voorzitter heeft de Eurogroep terecht gekozen voor iemand met dossierkennis en dus voor continuïteit.