De Kip-caravan gaat nooit verloren

Fabrikant Kip merkt dat de economie aantrekt. Heel Nederlands, dat „knusse, kneuterige gebeuren”.

Kip produceert de Shelter voor mensen die caravans verafschuwen maar stiekem wel in een fijn bed willen slapen. Foto’s Kees van de Veen

Klepje open, laatje dicht, gordijntje opzij, kussentje omhoog. En kijk, hier in dit hoekje zit nog een speciaal wc-klapdeurtje! Henk Gunnink, baas van Kip Caravans moet even grinniken. „Ja, ja, je hebt veel klanten die dit leuk vinden. Dit knusse, kneuterige gebeuren, met alles erin. Huisje spelen, ja.”

Voor die klant maakt Kip de Kompakt of de Vision, met alles erop en eraan. Nou ja, bijna alles, want de caravans van Kip zitten lang niet zo vol als die Duitse joekels van Hobby of Knaus, met barretjes en glazen en een extra koelkast en mega-tv. Maar wie wil, kan een Kip met douche, vloerverwarming of vast bed krijgen.

Gunnink (61) zelf is meer iemand voor een Shelter, het nieuwe, strakke kampeerding van Kip dat geen caravan mag heten, zo hip is -ie. Hij dirigeert de verslaggever de nieuwste telg in de Kip-familie in. De Shelter (vanaf 10.000 euro) is de eerste caravan die hij heeft laten ontwerpen sinds hij de baas is, nu vijf jaar. Het is een licht, rationeel caravannetje met een groot bed, een hefdak voor de ruimte en „het tentgevoel” en de nodige lampjes, laatjes en stopcontacten. Tegen een meerprijs drukt Kip er een flitsende print op, bouwt er een buitenkeukentje („want wie wil nou ín een caravan koken”) of een verwarming als je ermee op wintersport wil. Dat heeft hij zijn zoon laten testen. Ging prima, maar bij te veel sneeuw klapt wel het hefdak in, ha ha ha.

Maar een Shelter kun je niet met douche krijgen – „ben je mal” – of gordijntjes, want die verafschuwt Gunnink. Zo erg, dat hij heeft gezorgd dat gordijntjes in de nieuwste Kips veel meer kosten dan voorheen.

Hij heeft nu 400, 500 Shelters verkocht, zo’n 80 procent van het totaal. Dat is nog niet veel nee, maar wacht maar, die Shelter gaat het hem helemaal worden. Duitsers vinden ’m ganz geil en in China rijdt al een knalroze promo-exemplaar rond.

Teken van herstel

Na jaren diepe crisis stijgt de caravanverkoop voor het eerst weer, meldt brancheorganisatie KCI. Dit jaar zijn al ruim 4.000 nieuwe caravans verkocht, tegenover 5.500 vorig jaar in totaal. Het caravanwezen zit nog lang niet op het niveau van voor de crisis, toen er 20.000 caravans per jaar werden verkocht. Maar het is het eerste teken van herstel.

Dat teken heeft Kip, de enige caravanfabrikant van Nederland, hard nodig. Nadat het bedrijf in 2007 al een doorstart maakte, nam Gunnink Kip in 2010 „voor een paar miljoen” van de curator over. Midden in de crisis. En zijn vrouw was ook al niet bijzonder enthousiast over het hele caravangebeuren. Gunnink: „We zijn een keer met een enorme Knaus met verzwaard chassis vol kleren naar het IJzeren Gordijn gereden. Dit is de laatste keer in een caravan, zei ze toen. Mijn vrouw is meer van de tent.”

Gunnink kocht Kip, omdat hij assemblageruimte voor zijn goedlopende Boedelbak zocht. Boedelbak verkocht hij in 2012 met winst aan Europcar en toen had hij alleen Kip nog. Verdiend heeft hij daar nog niet aan, winst verwacht hij pas volgend jaar.

Maar hij is zich gaan hechten aan de Kip, zegt hij. „Erfgoed.” Op zijn eerste dag heeft hij een antieke Kip gekocht, die staat naast de caravan die het bedrijf van de weduwe van Jan Kip had gekregen. Het ontwerp van de Kip spreekt hem het meest aan, andere merken als Home-Car en Chateau die ook in Hoogeveen werden gemaakt staan „in de ijskast”. De Kip is iets smaller dan andere caravans, zegt hij. Iets wendbaarder, iets lichter, voor mensen die meer rondtrekken. Iets duurder ook, maar je hebt er wel een beter ding voor.

Notoire kampeerders

We maken een rondje door de fabriek. Toen Gunnink in 2010 de deuren opende lag de productie al maanden stil. „Het was een chaos. Er lag meer op de grond dan op de tafels. Mensen hadden ruzie. Er waren tafeltjes in de kantine die tien jaar niet met elkaar praatten.”

Gunnink schilderde de muren, gaf alle opnieuw aangenomen werknemers een nieuwe functie en liet een lange tafel in de kantine zetten, waar ze verplicht samen moeten lunchen. Langs de productielijn heeft hij eens een rij palmbomen gezet, „voor de gezelligheid”. Nu werken er 40 tot 50 man, afhankelijk van het seizoen.

Die zetten de schrikbarend lichte Kip-caravans in elkaar. Gunnink laat de machine zien waarmee hout, styrofoom en aluminium aan elkaar worden geplakt, „het tostiapparaat”. Kip maakt niet genoeg caravans om dat apparaat draaiend te houden. Daarom heeft Gunnink een tweede tak opgericht: Kip Care. Dat gaat mobiele sanitaire units voor ouderen en mensen slecht ter been maken.

Het is een minibadkamer met wc, douche en wastafeltje in een fraaie kast, die je in anderhalf uur opbouwt. Gunnink heeft hem eindeloos zelf getest. „Kip weet hoe je lichte spullen maakt die vocht buiten houden.”  En ouderen zijn zo’n groeimarkt dat Kip Care weleens groter kan worden dan Kip Caravans.

Maar Kip blijft wel caravans maken. En Shelters, „voor mensen die niet dood gevonden willen worden in een caravan”, maar stiekem wel in een fijn bed willen slapen.

Nederland, met 450.000 exemplaren één van de landen met de meeste caravans per inwoner, zal „tot in den treure” blijven kamperen, denkt Gunnink. Kijk naar de factoren: hoogste trekhaakdichtheid ter wereld. Onbetrouwbaar weer. Hang naar goedkoop. Naar comfort. Naar vrijheid. En dat alles liefst met de fiets, die handig achterop een caravan kan. Nee, de Kip sterft niet uit.