...de euro werkt zo als de splijtzwam van Europa

Als er een exit-optie is, is het makkelijker landen tot de orde te roepen. Zonder exit-optie zijn we gevangenen van elkaar. Het dictaat aan de Grieken is EU-onwaardig, vindt Arnoud W.A. Boot.

illustratie gatis sluka

Het akkoord over Griekenland biedt weinig perspectief en lijkt een bezegeling van een ophanden zijnde Grexit. Het Europese ideaal van samenwerking en gelijkwaardigheid is verworden tot het opleggen van dictaten. De schuldvraag is onbelangrijk. Ja, Griekenland heeft zichzelf veel te verwijten, maar de andere eurolanden, die op de meest naïeve manier die maar mogelijk was een gemeenschappelijke munt hebben ingevoerd, gaan niet vrijuit. De euro zou moeten staan voor een verdieping van de samenwerking en een gevoel van onderlinge verbondenheid in Europa, maar doet het tegenovergestelde. De euro is een splijtzwam, en hiermee worden de aanzienlijke successen die geboekt zijn met de Europese Unie – met name de interne markt – op het spel gezet.

Laat me eerst aangeven waarom ik zo kritisch ben over het Griekse akkoord en daarna doorschakelen naar een aantal zaken waar we mee aan de slag moeten: exitmogelijkheden uit de euro die moeten worden onderkend, en daarnaast fundamentele veranderingen die nodig zijn in het bankwezen.

Het aan Griekenland opgelegde dictaat is Europa onwaardig en gaat ook niet werken. Zelfs als het Griekse parlement instemt met de voorstellen (uit angst voor Grexit) is er geen regering te vinden die in staat zal zijn te leveren. Het pakket maatregelen zou na de krimp van dertig procent van de Griekse economie over de afgelopen vijf jaar uitzicht moeten bieden op herstel. En dat doet het niet. Er is niets in het pakket dat economische groei mogelijk maakt. Grexit zal uiteindelijk de logische consequentie zijn. Het dictaat beschadigt dus niet alleen waar Europa voor staat, maar voorkomt ook geen Grieks uittreden uit de euro.

Maar het gaat verder dan Griekenland. Er is een fundamentele herbezinning nodig op hoe nu verder met de euro. Europa is de VS niet, maar een verzameling onafhankelijke soevereine staten. Dit geeft een zwak fundament voor de euro. Over de tijd kunnen we naar elkaar toe groeien. Wie weet hoe Europees toekomstige generaties zich voelen. Een meer pan-Europees onderwijssysteem, uitwisselingsprogramma’s (zoals het Erasmusprogramma) en een verdere voltooiing van de interne markt kunnen daartoe leiden, maar dat heeft tijd nodig. Het kan niet worden afgedwongen.

Centraal moet staan dat de soevereiniteit van lidstaten gerespecteerd wordt. Deze is zeker niet absoluut, noch sluit ze uit dat er bevoegdheden worden overgedragen aan Europa. Zo zijn er allerlei bevoegdheden op Europees niveau komen te liggen, met name om de interne markt mogelijk te maken. Natuurlijk geeft dit fricties, maar uiteindelijk is er steun onder de bevolking dat de Europese Unie een meerwaarde heeft. De euro ligt gecompliceerder, omdat de burger hiervoor een veel grotere en gevoeligere inperking ervaart van nationale bevoegdheden, en deze ook nog eens onvoldoende zijn omdat een gemeenschappelijke munt in wezen een Verenigde Staten van Europa vereist. Dit is een spanningsveld dat niet kan worden genegeerd.

De absolute onomkeerbaarheid van deelname aan de euro bestaat daardoor niet. Soevereiniteit staat dit in de weg.

Helmut Kohl en François Mitterrand meenden hun plaats in de geschiedenisboekjes te kunnen verzekeren door hun opvolgers de erfenis van een onomkeerbare euro te geven. De euro moest wedijveren met de dollar, en die is ook onomkeerbaar. Men negeerde dat Europa niet de vanzelfsprekende eenheid heeft van de Verenigde Staten. Erger nog, Kohl en Mitterrand dachten met de euro een vanzelfsprekende eenheid van Europa te creëren.

We weten inmiddels beter. Het is vloeken in de kerk om een exit mogelijk te maken uit de euro. Zeker, een munt heeft geen lang leven als landen er zo maar uit kunnen stappen. Maar dat zal niet gebeuren. Zelfs Griekenland, ondanks de dertig procent krimp in de afgelopen vijf jaar, wil nog bij de euro horen. Maar exit is een mogelijkheid, weten we. Zeker nu. Totdat een verdere politieke integratie van Europa mogelijk is, zullen we hiermee moeten leven. En, misschien verrassend, het onderkennen van exit biedt ook een voordeel. Als er een exit-optie is, is het makkelijker landen tijdig tot de orde te roepen. Zonder exit-optie is iedereen de gevangene van elkaar.

De gebeurtenissen in Griekenland laten ook een ander groot gebrek zien. Als er problemen zijn, spelen banken een hoofdrol. Mensen halen hun geld weg (bankrun) of de nationale overheid probeert zich te financieren via haar lokale banken. Banken worden hierdoor meegesleurd in de val. We moeten weg van lokale banken die hun eigen overheid financieren. Nieuwe regels over een bankenunie gaan in die richting, maar zijn veel te soft.

En nog een andere suggestie. Verminder onze afhankelijkheid van banken. Het betalingsverkeer in Griekenland zit op slot omdat dat vast zit aan banken. Moderne technologie maakt het mogelijk om betaalsystemen te creëren die rechtstreeks tussen mensen gaan, bijvoorbeeld via PayPal-achtige rekeningen. De via banken gedreven, zelfversterkende destructie van een economie, zoals nu in Griekenland, wordt daarmee verminderd.

En voor de interne markt is het ook goed – moderne technologie slecht grenzen. Waarom hebben we niet allemaal zo’n rekening? Ook handig als er weer een storing is met internetbankieren.