Chinese Tsinghua aast op Amerikaanse chipmaker

Het Chinese Tsjinhua wil de Amerikaanse chipmaker Micron overnemen. Zal Washington dat toestaan?

Kenniscentrum TusPark, Tsinghua University Science Park, in Beijing. Foto Tomohiro Ohsumi / Bloomberrg

Opnieuw probeert een Chinees staatsbedrijf een van de grootste Amerikaanse chipmakers over te nemen om de Chinese halfgeleiderindustrie tot wereldmarktleider te maken. De Chinese Tsinghua Groep, een bedrijf van de gelijknamige universiteit in Beijing, heeft een bod van 23 miljard dollar uitgebracht op Micron Technology in Idaho.

De Tsinghua Groep, twee jaar geleden ontstaan door samenvoeging van vijf halfgeleiderfabrikanten waaronder de Unigroep, wordt volledig door de Chinese overheid gecontroleerd en gefinancierd. De Tsinghua Universiteit is de alma mater van Chinese presidenten, premiers en ministers.

Bestuursvoorzitter Zhao Weiguo deed gisteren over de bedoelingen niet geheimzinnig. „Wij liggen ver achter op buitenlandse bedrijven als het gaat om de ontwikkeling van geheugenchips”, zei hij tegen de media van de Communistische Partij van China.

Bij Micron werd gisteren niet gereageerd op het bod dat hoogst waarschijnlijk op verzet van het Amerikaanse Congres zal stuiten. Het is niet duidelijk of Micron bereid met de Chinezen te onderhandelen. Duidelijk is wel dat de Tsinghua Groep hoe dan ook een bod zal uitbrengen en dan is het onder andere aan de Micron-aandeelhouders, waaronder het activistische Greenlight Capital, om te beslissen. Zij zijn ontevreden over de halvering van de beurskoers sinds januari.

Duidelijk is ook dat er geen snelle deal zal worden gesloten. Het Amerikaanse kabelstation CNBC citeerde bronnen op de ministeries van Defensie en Justitie die tegen de verkoop van Amerikaanse IT-technologie aan China zijn. Zeker na de recente hackers-incidenten lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat Washington zal instemmen.

In 2010 probeerde het Chinese Huawei (telefoontechnologie) vergeefs voet aan de grond te krijgen en in 2005 verbood de Amerikaanse regering de verkoop van een grote oliemaatschappij aan een Chinees staatsbedrijf. Daar staat tegenover dat de VS-autoriteiten vorig jaar wel instemden met de verkoop van de pc-divisie van IBM en Motorola aan Lenovo.

De Chinese poging om door aankoop van een of meer grote buitenlandse bedrijven de ontwikkeling van een eigen halfgeleiderindustrie te versnellen vloeit voort uit onvrede over de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers. Alle Chinese makers van smartphones en computers moeten chips kopen bij leveranciers als Qualcomm, Samsung en ASML (chipmachines). Een eigen chipsindustrie geldt in Beijing als strategisch doel, zowel om de economie te versterken als om de ICT-veiligheid te garanderen.