Anti-terrorismemaatregel in Koeweit: DNA van alle 3,5 miljoen inwoners

Koeweiti’s halen de schouders op over de draconische maatregel. Maar is die wel uitvoerbaar en effectief?

Begrafenis van slachtoffers van de zelfmoordaanslag op 26 juni in Koeweit waarbij 26 doden en ruim 200 gewonden vielen. Foto EPA Foto RAED QUTENA/EPA

Binnenkort kun je in Koeweit worden aangehouden door een agent met een wattenstaafje. Iedereen moet wangslijm afstaan; het land gaat DNA-materiaal afnemen van alle inwoners. De wet, in een oogwenk door het parlement aangenomen, volgt op de recente zelfmoordaanslag op een shi’itische moskee in Koeweit-Stad waarbij 26 mensen omkwamen.

De draconische maatregel tekent de schok die de aanslag in Koeweit teweegbracht, en is een wereldwijd unicum. Ook in andere landen wordt DNA-materiaal opgeslagen, maar alleen van mensen met een crimineel verleden. Privacywetgeving en ethische bezwaren staan het aanleggen van een alomvattende DNA-databank doorgaans in de weg. Koeweit ziet het probleem niet, omdat de databank slechts toegankelijk wordt met toestemming van de rechter.

Ook onder de bevolking is weinig beroering ontstaan over de maatregel. Koeweiti’s willen koste wat kost nieuwe aanslagen voorkomen. Als dit daarvoor nodig is, dan moet dat maar. Bovendien heerst er momenteel een groot saamhorigheidsgevoel met de emir en zijn regering. De emir was als een van de eersten op de plek van de aanslag, iets wat hem veel krediet heeft gegeven.

„Dit zijn mijn kinderen”, verklaarde hij tegenover bezorgde omstanders die zich afvroegen wat hij daar deed. Niet veel later verschenen grote billboards langs de kant van de weg met daarop: „U bent onze vader.” In zo’n klimaat valt weinig weerstand tegen de nieuwe wet te verwachten.

Expats

Expats – zo’n 2,5 miljoen van de 3,5 miljoen inwoners – fronsen hun wenkbrauwen, maar niet meer dan dat. Om voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen, moesten zij toch al vingerafdrukken afgeven, zich op aids laten testen, een röntgenfoto van hun longen laten maken en een verklaring omtrent gedrag overleggen. Dit kan er ook nog wel bij. Begrijpelijk, want voor veel lagelonenwerkers is een baan in Koeweit de enige manier om de familie in India of de Filippijnen te onderhouden. Ook het fortuinlijker deel van de immigrantenbevolking neemt de maatregel voor kennisgeving aan. Zoals een Libanese blogger: „Ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Voor zover het zin heeft er iets van te vinden. Als ik het er niet mee eens ben, moet ik maar wegwezen, of een jaar in de gevangenis zitten.”

Weer anderen vragen zich vooral af hoe de overheid de maatregel praktisch ten uitvoer wil brengen. Voor nieuwe immigranten moet dat nog wel lukken. Maar hoe aan het DNA-materiaal te komen van de 3,5 miljoen mensen die al in het land zijn? Koeweit is geen geoliede wetshandhavingsmachine. Overheidsdiensten zijn traag, bureaucratisch en slordig. In een land waar duizenden al jaren zonder (geldig) rijbewijs rijden, is het moeilijk voorstelbaar hoe een dergelijke omvangrijke operatie op korte termijn gerealiseerd kan worden. En dan ook nog zonder fouten.

Wangslijm

Onduidelijk is of ook tijdelijke bezoekers DNA moeten afstaan. In een interview met de nieuwszender Al-Jazeera moest de verantwoordelijke minister het antwoord daarop schuldig blijven. Terwijl de vraag relevant is, omdat de aanslagpleger en een aantal van zijn handlangers nu juist geen inwoners van Koeweit waren, maar Saoediërs die naar verluidt op de ochtend van de aanslag op eenvoudige wijze het land binnenkwamen via de grensovergang met Saoedi-Arabië.

Ook als zij aan de grens wangslijm hadden moeten afstaan, is het de vraag hoe dat een aanslag had kunnen voorkomen. Dat was alleen gelukt als de bom, die volgens de autoriteiten verstopt was in een koelbox met blikjes frisdrank, was ontdekt. „Het slaat allemaal nergens op”, zegt een hooggeplaatste Koeweiti die anoniem wil blijven. „Onze veiligheidsdiensten kunnen niks. Ze concentreren zich op de verkeerde mensen, met de verkeerde maatregelen.” Hij maakt een wegwerpgebaar en adviseert vooral weg te blijven van drukbezochte plaatsen.