Aan welke afspraken gaat Iran zich nu houden?

Iran is verbazend ver gegaan in de afbouw van zijn nucleaire programma. Een kort overzicht van hoe het akkoord eruit ziet.

Is de dreiging van een Iraanse atoombom met het akkoord tussen Iran en de zes wereldmachten afgewend? Voorlopig wel, maar niet definitief. De beperkende maatregelen waarmee Iran gisteren instemde houden de ‘breakout time’ tot een bom de komende tien jaar op ruim een jaar. Mocht Iran toch opeens hard aan een atoombom gaan werken, dan heeft het niet binnen een jaar voldoende hoog verrijkt uranium. Dat biedt de diplomatie tijd voor tegenmaatregelen. Maar over acht jaar mag Iran beginnen met de bouw van zeer geavanceerde centrifuges die de voorraad verrijkt uranium snel kunnen aanvullen. Na een jaar of tien loopt de breakout time terug. De deal biedt dus tijdelijk soelaas. Dit neemt niet weg dat Iran verbazend ver is gegaan in de afbouw van zijn nucleaire programma. Enkele toezeggingen gaan zelfs verder dan die van Lausanne op 2 april. Een kort overzicht.

Uraniumvoorraden

Zoals in Lausanne was overeengekomen zal Iran de komende vijftien jaar niet meer dan 300 kilo laagverrijkt uranium in voorraad houden. Het huidige enorme overschot aan verrijkt uranium wordt verkocht of wordt verarmd tot het weer de kwaliteit van natuurlijk uranium heeft.

Uraniumverrijking

De verrijking van uranium blijft beperkt tot de fabriekshal van Natanz. De centrifugehal bij Fordow wordt een internationaal onderzoekscentrum. Bij Natanz mogen tien jaar lang maar 5.060 centrifuges van het primitiefste type blijven draaien. Modernere centrifuges worden afgesloten en onder toezicht van het atoomagentschap IAEA opgeslagen.

Onderzoek

Iran mag doorgaan met de ontwikkeling van zeer geavanceerde centrifuges, voor zover die niet bijdragen aan de voorraad verrijkt uranium. Sommige geavanceerde centrifuges mogen zelfs voor onderzoek worden gecombineerd in zogeheten cascades.

Zwaarwaterreactor

De beruchte zwaarwaterreactor IR-40 bij Arak, die zeer geschikt was voor productie van plutonium, wordt opnieuw ingericht. De splijtstofkern wordt veel kleiner en zal bestaan uit 350 kilo uraniumoxide van 3,67 procent verrijking. In zo’n kern ontstaat niet de soort plutonium die geschikt is voor een kernbom. Overigens zal de ‘opgebrande’ splijtstof van Arak altijd naar het buitenland worden gebracht.

Productie zwaarwater

De zwaarwaterfabriek bij Arak, een soort raffinaderij, mag de komende vijftien jaar alleen zwaarwater produceren voor de reactor bij Arak en een paar kleinschalige andere toepassingen. Het surplus zal in het buitenland op de markt worden gebracht.

Opwerking

De komende vijftien jaar zal Iran geen fabriek bouwen waarin plutonium uit opgebrande splijtstof kan worden teruggewonnen. En daarna ook niet, want dat zegt Iran niet te willen. Wel kunnen bij de reactoren van Arak en Teheran zogenoemde ‘hot cells’ worden geïnstalleerd voor onderzoek van opgebrande splijtstof. ‘Hot cellls’ zijn een soort stralingsveilige zuurkasten.

Bouw van atoombom

Nieuw ten opzichte van ‘Lausanne’ is de expliciete Iraanse toezegging niet aan de ontwikkeling van een atoombom te zullen werken. Dat omvat ook het werk aan de bijbehorende ontstekers en neutronenbronnen en de benodigde snelle röntgencamera’s. Ook zal Iran zich onthouden van metallurgisch onderzoek aan uranium- en plutoniummetaal, ook een essentieel onderdeel van een bomprogramma.

Het verleden

Met het IAEA sprak Iran af opheldering te geven over zijn vroegste nucleaire activiteiten. Uit oude documenten die naar het buitenland werden gesmokkeld zou blijken dat Iran waarschijnlijk vóór 2003 aan de ontwikkeling van een atoombom werkte. Het IAEA wil rapporten inzien en betrokken onderzoekers spreken. Vóór 15 oktober moet alle informatie binnen zijn, dan kan het IAEA rond 15 december zijn conclusie uitspreken.

Additionele protocol

Iran accepteert het Additionele Protocol als uitbreiding van het klassieke kernwapenverdrag. Het protocol werd opgesteld in 1995, toen bleek hoe makkelijk Irak het IAEA kon misleiden in een geheim kernwapenprogramma. Het protocol geeft IAEA-inspecteurs de bevoegdheid overal en elk moment inspecties uit te voeren. Maar hier heeft Iran in omzichtige termen op afgedongen, zo te zien om militaire complexen tegen vreemde ogen te beschermen. Het land kan zich tegen inspecties verzetten, het IAEA kan zich dáár weer tegen verzetten. In het uiterste geval hakt de ‘Joint Commission’ – de permanente leden van de Veiligheidsraad plus Duitsland, Europa en Iran – de knoop door. Met vijf stemmen tegen kan een inspectie worden geweigerd.