Hoe ik absoluut niet rijk werd van mijn 153.000 Twittervolgers

Foto AFP

Het door mij beheerde @seinlanguage is met 153.000 volgers één van de grootste Seinfeld-gerelateerde Twitteraccounts ter wereld. Het idee is simpel: elke dag twitter ik een citaat uit comedyserie Seinfeld.

Daar moet aan te verdienen zijn, zou je zeggen. Seinfeld brengt – ondanks dat de serie stopte in 1998 – nog altijd miljoenen op. En alle bedrijven willen toch iets met sociale media? Elk merk wil toch kunnen communiceren met échte fans?

Allereerst: het idee

Ik begon met @seinlanguage in oktober 2009. Er bleken al een paar vergelijkbare accounts te zijn, maar die stelden weinig voor. Eén account was wel al een tijdlang bezig en had de meest voor de hand liggende gebruikersnaam al gekaapt: @seinfeldquotes.
Maar daar hoefde ik me niet door te laten tegenhouden. Ik registreerde de gebruikersnaam @seinlanguage. Als eerste tweet koos ik de allereerste zin die in de serie wordt uitgesproken. Jerry:

‘See, now to me, that button is in the worst possible spot’.

Het werkte zoals ik hoopte: het account werd opgemerkt door een paar Seinfeldfans. Zo groeide het aantal volgers steeds sneller. Enkele maanden later had ik er duizend. In april 2011 10.000.

In 2012 dacht ik voor het eerst aan geld verdienen. Ik deed drie pogingen:

Poging 1: bij Sony

Ik mailde eerst een Nederlands marketingbureau dat hier de marketing voor Sony doet. Sony heeft de distributierechten voor Seinfeld en geeft de dvd-boxen uit. Maar toen bedacht ik dat mijn volgers helemaal niet in Nederland zitten.


En ik heb blijkbaar zo’n 42 volgers in Puerto Rico, 12 in Birma en één in Ethiopië.

Ik stuurde dus een bericht naar @SeinfeldTV, een Amerikaans Seinfeld-account dat werd gerund door Sony Pictures. Of zij geïnteresseerd zouden zijn in kopen. Het duurde even, maar er kwam een reactie. We would love to utilize your account, zei ene Chase.

Ik had beet.

Ik had geen idee wat ik ervoor kon vragen. Ik schreef dat ik er 3,5 jaar lang elke dag tijd in had gestoken en dat elke tweet honderden keren werd geretweet. 25 cent per volger, dat zou dan niet gek zijn, toch? Kwam op 25.000 dollar. Chase zou het met het team bespreken. Maar ik hoorde daarna niets van hem. Ik mailde hem nog eens, en hij zei weer dat hij moest overleggen. Zo ging het elke maand, negen maanden lang. In maart 2014 gaf ik het op.

Poging 2: via een posterwinkel

Kleine bedragen binnenhengelen met losse tweets, bedacht ik toen. Een webwinkel voor Seinfeld-posters misschien? En ja, eigenaar Joel had interesse. Als ik achter mijn tweets een link plaatste, en als volgers daar op klikten, kwamen ze op zijn website, in ruil voor dertig euro.

Kassa.

Dacht ik. Na de eerste tweet met link stuurde ik Joel een mailtje, maar hij antwoordde niet. Een week later ook niet en een maand later ook niet.

Poging 3: Hulu

De rechten van Seinfeld werden voor 144 miljoen euro aan Netflix-concurrent Hulu verkocht. Hulu! Die keken blijkbaar niet op een dubbeltje. Ik stuurde Hulu een bericht. Ene Martin reageerde snel namens het bedrijf: ze hadden een voorstel en probeerden al een paar dagen met mij in contact te komen.

Dit was cool. Later kreeg ik weer een mail van Martin. Ik scande er in de trein vlug doorheen, op zoek naar bedragen. Die waren er niet. Ik besloot Martin een brutale mail te sturen. Of ze me nog voor iets wilden betalen, omdat ik toch bevelvoerder was van een immense army of mostly American, Seinfeld loving, mass-retweeting maniacs.

Nee, zei Martin. Sorry. Maar als je iets wil tweeten met de hashtags #SeinfeldApartment en #SeinfeldOnHulu, dan hebben we wel wat Seinfeld-promofilmpjes voor je.

Dus. Die heb ik nu.

Na bijna zes jaar en tweeduizend tweets

Als foto boven het Twitterprofiel koos ik een screenshot uit de aflevering waarin Jerry en George op bezoek zijn bij NBC om hun idee voor een sitcom te pitchen, en moeten uitleggen waar het over gaat. Nu ik weet hoeveel geld ik verdiend heb, is het nog passender. George leunt naar voren, gebruikt beide wijsvingers om zijn punt kracht bij te zetten, en zegt vol overgave: “Nothing.”