Schoktherapie voor land dat eigenlijk geen euroland is

Ook na het akkoord met Athene is de toekomst verre van zeker. Komt Griekenland er nog wel bovenop en is een Grexit nu van de baan?

In het gisteren bereikte akkoord zegt de regering-Tsipras toe het stilgezette privatiseringsprogramma te hervatten. Havens, spoorwegen, vliegvelden, posterijen, tolwegen en stroomnet: alles moet in de uitverkoop. Foto’s Bloomberg

Met het ‘Agreekment’ van gisteren lijkt de lont te zijn getrokken uit het kruitvat van de Griekse crisis. Maar er moeten de komende weken nog heel wat hordes worden genomen, in Griekenland en daarbuiten. En zelfs als dat lukt, is de toekomst, van Griekenland én van de euro, nog verre van zeker.

1 Wat is er nu precies afgesproken?

Dat is een hele waslijst. Griekenland kan een steunpakket van tussen de 82 miljard euro en 86 miljard euro tegemoetzien. 50 miljard daarvan komt van het Europese Stabiliteitsmechanisme, een fonds dat speciaal voor dit soort gelegenheden is opgericht. 25 miljard daarvan gaat naar het versterken van de wankelende Griekse banken, 12,5 miljard naar het aflossen van bestaande schulden en 12,5 miljard naar investeringen in de Griekse economie.

Griekenland geeft staatsbedrijven en ander overheidsbezit, die het vijf jaar geleden al beloofde te privatiseren, in onderpand, tegen een waarde van 50 miljard euro. De privatisering komt in handen van een aparte instantie, waarop Europa toezicht krijgt.

Dan zijn er nog overbruggingskredieten van samen 12 miljard euro, om aanstaande schuldaflossingen van 3,5 miljard aan de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds (een achterstand van 1,5 miljard) te doen. Die overbruggingskredieten maken deel uit van rond de 35 miljard euro die Griekenland nodig zou hebben om economisch te overleven.

2 En wat doen de Grieken daarvoor terug?

Morgen moet het Griekse parlement een groot aantal wetten doorvoeren, waar de regering-Tsipras en de Grieken zelf in hun referendum zich tot afgelopen weekeinde juist sterk tegen verzetten. Die wetten gaan van een uniform btw-tarief tot onafhankelijkheid van het Griekse bureau voor de Statistiek, en van het invoeren van Europese regels over het afhandelen van het faillissement van banken tot het openbreken van beschermde beroepsgroepen (taxi’s bijvoorbeeld). Voorts moeten vrijwel alle maatregelen die door de regering-Tsipras werden teruggedraaid weer worden heringevoerd, met name bij de pensioenen. Verder moet het systeem van collectieve loononderhandelingen worden gemoderniseerd, moet de zondagssluiting van winkels worden versoepeld en nog veel en veel meer. Het is zelden vertoond dat een land onder dwang zo veel, en zulke ingrijpende veranderingen moet doorvoeren. En dat is niet het enige: er zijn ook eisen voor de begroting. De gehate ‘trojka’ van Europese Centrale Bank (ECB), het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Commissie moet weer toegang krijgen tot de overheid. En Griekenland, dat het IMF wilde weren als de huidige IMF-leningen begin volgend jaar aflopen, moet dan toch weer met dat IMF in zee.

Al met al neigt het akkoord naar wat wel een ‘anti-Corleone’ wordt genoemd (vrij naar The Godfather, de beroemde maffiafilm): an offer you can’t accept.

3 En dan komt Griekenland er bovenop?

Op de tekentafel misschien wel – in wezen komt het neer op een schoktherapie voor de modernisering van de economie. En die is hard nodig . Denk aan de Oost-Europese landen na de val van de Muur, of aan de Aziatische landen tijdens de Aziëcrisis. Maar of er in Griekenland voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak is, is de vraag. Tsipras zal grote moeite hebben alle maatregelen er doorheen te krijgen en wellicht later zijn regering moeten herschikken of nieuwe verkiezingen uitschrijven.

De economische schok zal aanvankelijk groot zijn, en Griekenland maakt op dit moment al weer een nieuwe recessie door die grotendeels te wijten is aan de aanhoudende onzekerheid en de sluiting van de banken – waarbij overigens de Syriza-regering zelf niet vrijuit gaat. Er zijn schattingen dat alleen al de afgelopen twee weken van banksluitingen en onzekerheid het land tientallen miljarden hebben gekost.

De beperkingen op de banken blijven overigens van kracht. Tegen de verwachting in verhoogde de ECB de noodsteun van 89 miljard gisteren niet. Eerst zien, dan geloven, lijkt de positie van de ECB ten aanzien van het complexe politieke proces dat nu in Griekeland en daarbuiten moet worden doorlopen.

In wezen devalueert Griekenland binnen de eurozone. Dat betekent dat de economie meer concurrerend moet worden zonder dat het zijn munt in waarde kan laten dalen. En dat doet, al jaren, veel pijn.

Vrijwel alle economen zijn het er over eens dat de schuldenlast van Griekenland voor een belangrijk deel zou moeten worden afgeschreven. Dat gaat, ook ditmaal, niet gebeuren. De vorm waarin een schuldverlichting plaatsvindt zal dezelfde zijn als in 2012, bij de tweede redding van Griekenland: een langere looptijd, een nóg lagere rente misschien, en een langere periode waarin het land helemaal niets hoeft af te lossen.

Zo blijft de nominale schuld hetzelfde, maar eigenlijk wordt hij steeds minder waard. Want een aflossing over een halve eeuw staat natuurlijk in wezen gelijk aan een behoorlijke lastenvermindering voor Griekenland en een even grote waardedaling van de vordering voor Athene’s schuldeisers.

4 Maar een Grexit is dus van de baan?

Zeker niet. Allereerst zal het Griekse parlement morgen alles moeten goedkeuren. Daarna moeten de parlementen van zeven eurolanden, waaronder Duitsland en Nederland, het akkoord nog behandelen. En dan is er eigenlijk alleen nog maar een akkoord op basis waarvan er verder onderhandeld wordt binnen het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) waar de eurolanden zitting hebben.

De 50 miljard aan privatiseringsopbrengsten zijn bovendien kwestieus. En bovendien is er het risico van implementatie, zo stelden economen van ABN Amro gisteren. Politiek is de situatie in Griekenland hoogst onvoorspelbaar. De lijst van opgelegde maatregelen wordt daar gezien als een halve buitenlandse staatsgreep.

Het is heel goed voorstelbaar dat, zelfs als alles in de voorbereiding van de eerstvolgende weken goed gaat, Griekenland te weinig voortgang maakt. Omdat ook al de nieuwe hulp stukje bij beetje zal worden uitgekeerd, op basis van de geboekte vooruitgang, is de kans levensgroot dat zich telkens nieuwe crisismomenten voor gaan doen. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s gaat er nog steeds van uit dat Griekenland uiteindelijk de euro verlaat.

5 Maar is de euro zelf dan tenminste wel gered?

Ook dat is verre van zeker. Omineus was afgelopen weekeinde dat Duitsland rekening hield met een tijdelijke Griekse uittreding uit de euro voor een periode van vijf jaar. Nu dit scenario eenmaal officieel overwogen blijkt te zijn, staat het deksel van de Doos van Pandora op een kier. Want als tijdelijke uittreding kan, dan kan permanente uittreding eigenlijk dus ook. Nog los van de vraag of een land dat de euro tijdelijk verlaat überhaupt in staat zal zijn om ooit nog terug te willen of te kunnen keren.

Het gaat hier niet om vandaag of morgen. Maar de euro zou er voor altijd zijn, en juist die onomkeerbaarheid is nu aan twijfel onderhevig.

Van begin af aan was er twijfel of Europa wel een ‘optimaal valutagebied’ is, of kan zijn. Of, anders gezegd, de economische cultuur wel eenvormig genoeg is, en de mobiliteit van mensen groot genoeg. Bovendien was er twijfel of een muntunie wel zonder politieke unie kan. Bij die laatste is er een veel meer gecentraliseerde besluitvorming dan nu, en zou er bijvoorbeeld sprake zijn van een veel groter federaal budget dat kan worden herverdeeld.

In de Verenigde Staten is dat wel zo, en worden deelstaten die een moeilijke tijd doormaken automatisch financieel gecompenseerd door deelstaten waarmee het juist voor de wind gaat. Uiteindelijk zal dat in de eurozone ook moeten plaatsvinden, wil de euro duurzaam kunnen overleven zonder een opeenvolging van crises door te maken. Bij de invoering van de euro werd al voorzien dat alleen crises zouden kunnen zorgen voor de vorming van zo’n politieke unie, omdat die vrijwillig nooit zou plaatsvinden. De ironie van de Griekse crisis is dat de sfeer nu dusdanig lijkt te zijn bedorven dat die stap naar politieke eenwording verder weg lijkt dan ooit.