Objectief over Nijmegen

Dit stukje gaat over Nijmegen, een middelgrote stad in Gelderland. Ik heb niets tegen Nijmegen en haar bewoners, de Nijmegenaren. Ik zeg het er bewust nadrukkelijk bij, want er zijn er daar nogal wat die denken dat je als geboren Arnhemmer niet objectief over Nijmegen kunt schrijven, dat je een hekel aan ze hebt omdat je toevallig bij een rivier verderop bent geboren, maar dat is in mijn geval niet zo. Net als de meeste Arnhemmers vind ik Nijmegenaren vaak gezellig en die stad is ook best leuk met die terrassen, de Waal en de Vierdaagse.

De meeste Arnhemmers die ik kende haalden de schouders op toen ze afgelopen zaterdag in De Gelderlander een over twee pagina’s uitgesmeerd artikel lazen waarin werd aangekondigd dat Nijmegen vanaf volgend jaar door de rest van het land met ‘Zomerhoofdstad van Nederland’ wilde worden aangesproken. De rest van de wereld moest ‘Summer Capital of Holland’ gaan zeggen. Ik moest het drie keer lezen om het te begrijpen, maar dat komt misschien omdat ik zes jaar in Nijmegen gewoond heb. Eigenlijk zie ik Nijmegen als een verre vriend waar je niet zo vaak op visite gaat, maar tegen wie je wel zegt dat hij z’n kop moet houden als hij zomaar opeens in het café gaat staan schreeuwen.

Qua citymarketing was het een zootje met Nijmegen, begreep ik uit De Gelderlander. De stad afficheerde zichzelf als ‘oudste stad van Nederland’, ‘kennisstad’, ‘groene stad’, ‘Vierdaagse stad’ en ‘op een na duurzaamste stad van Europa’, maar als het aan ex-GroenLinks-wethouder Jan van der Meer lag, die in het Nijmeegse ‘Jannetje Plannetje’ wordt genoemd, werd dat dus ‘Zomerhoofdstad van Nederland’. Zijn argumenten: in 2016 viert Nijmegen de honderdste Vierdaagse, is de stad gastheer van zowel Giro als Special Olympics, de hoge terrassendichtheid en iets met de Waal. Mooiste citaat: „Iemand zei laatst: ‘In Nijmegen hangt in de zomer een soort permanente Lowlandssfeer’.”

Het leken me stuk voor stuk, en bij elkaar opgeteld ook niet, geen zaken waarvoor je door de rest van de wereld dan maar meteen ‘Summer Capital of Holland’ zou moeten worden genoemd. Zo’n lijstje konden ze in Venlo, Deventer en Zwolle ook wel maken, want daar gebeuren ’s zomers ook allemaal dingen die nergens anders gebeuren.

Behalve in Nijmegen zelf, waar het gemeentebestuur meteen dertigduizend euro uittrok voor ‘de voorbereidingen’, was het geen nieuws. Landelijke media zwegen het initiatief ondanks de komkommertijd dood. Alsof ze wilden zeggen: „Noem jezelf maar lekker ‘Summer Capital of Holland’, voor ons blijf je gewoon Nijmegen.” Ook een mooie leus: ‘Gewoon Nijmegen’.