Nieuwe deal stelt vooral de VVD voor lastige keuze

Alle 150 Tweede Kamerleden, of ze nu al met vakantie zijn of niet, zullen de komende dagen angstvallig hun mobieltje in de gaten houden. Worden ze door hun fractieleiders opgetrommeld om terug te keren naar het Binnenhof of niet?

Voorlopig hoeven alleen de financieel woordvoerders uit de vaste commissie voor Financiën hun reces te onderbreken voor een debat over het derde reddingsplan van Griekenland.

Komende donderdagmiddag zullen zij in een algemeen overleg premier Rutte (VVD) en minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) aan de tand voelen over het gisterochtend moeizaam bereikte akkoord van ruim 80 miljard euro. Dat is een dag later dan aanvankelijk gepland, maar de Kamer vindt het logisch om de parlementaire besluitvorming in Athene, woensdag, af te wachten. „Als Griekenland morgen zelf weer de boel opblaast, ontstaat er een totaal andere situatie natuurlijk”, zegt Harry van Bommel van de SP.

Het is voorstelbaar dat tijdens het algemeen overleg verschillende fracties met moties willen komen, zodat kort erna de gehele Kamer alsnog bijeen wordt geroepen om in een apart debat daarover te stemmen. Los van moties – voor of tegen – vindt Van Bommel het hoe dan ook wenselijk dat er een parlementair oordeel over de Griekse deal komt. „Dat moet je niet op een regenachtige namiddag in klein verband willen regelen.”

Inhoudelijk heeft de grootste regeringspartij, de VVD, de grootste worsteling om haar standpunt te bepalen. Partijleider Rutte moest immers erkennen dat hij met het akkoord zijn eigen verkiezingsbelofte – „Geen cent meer naar Griekenland!” – heeft moeten breken. Binnen de VVD-fractie klinkt al maanden de harde lijn dat als Griekenland niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen, het land dan maar de eurozone moet verlaten. „Dat zij dan zo”, riep fractievoorzitter Halbe Zijlstra in februari nog stellig.

Financieel woordvoerder Mark Harbers houdt vooralsnog de kaarten tegen de borst. „We zullen ons oordeel laten afhangen van de vraag of dit programma daadwerkelijk nodig is om de stabiliteit van de euro te waarborgen.” Volgens SP’er Van Bommel is nu niet alleen de geloofwaardigheid van Griekenland en de eurozone in het geding, „maar ook die van de VVD”. Overigens hebben ook de SP, GroenLinks en CDA nog niet hun definitieve standpunt geformuleerd. „Wij willen de nieuwe voorstellen bestuderen”, zei CDA-leider Sybrand Buma gisteren.

Slechts twee partijen waren gisteren al uitgesproken vóór het Griekse akkoord: VVD’s coalitiegenoot PvdA, en D66. „Als deze tussenstap nodig is om de Grieken tot stevige hervormingen te kunnen dwingen”, zei D66-leider Alexander Pechtold, „is daarmee een hoger doel voor Nederland én Europa gediend: Griekenland in de eurozone houden en de stabiliteit van Europa waarborgen.”

De PVV en de twee kleine christelijke partijen, SGP en ChristenUnie, lieten al weten tegen het nieuwe reddingsplan te zijn.