NEIN is het nieuwe JA

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

foto Ilona Verhoeven

‘Je zou toch boodschappen doen?’ ‘NEIN!’ ‘Niet? Hier, heb je een lijstje.’ ‘NEIN!’ ‘Nou, vooruit met de geit!’ ‘NEIN!’ ‘Oeh, gelukkig, er is nog brood, ik heb hónger! Jij ook een boterham?’ ‘NEIN!’ ‘Sinds wanneer draag jij wérkkleding naar je werk, moet je niet een net pak aan?’ ‘NEIN!’

‘Kun je ook nog iets anders zeggen?’ ‘NEIN!’ ‘Okay, kijk je wel uit op de motor?’ ‘NEIN!’ ‘Zeg. Je gaat toch niet voorgoed?’ ‘NEIN!’ ‘Blijf toch, spelen we nog een potje.’ ‘NEIN!’ ‘Ojee, je wilt toch niet dat ik veránder?’ ‘NEIN!’

‘Je denkt dat je gelijk hebt, hè?’ ‘NEIN!’ ‘Zal ik je maar met rust laten?’ ‘NEIN!’ ‘Wil je dan wél gewoon even meedoen?’ ‘NEIN!’ ‘Hee, een vraagje. Kan ik hier in huis wat spullen stallen?’ ‘NEIN!’ ‘Of in de schuur, daar is toch plek zat?’ ‘NEIN!’

‘Nog eens wat, ik vroeg me af: wil jij later naar de hemel?’ ‘NEIN!’

‘Moet je echt niet iets eten?’ ‘NEIN!’ ‘Na zonsondergang dan misschien?’ ‘NEIN!’ ‘Zou een vakantie ons goed doen, denk je?’ ‘NEIN!’ ‘Naar een warm land, wij samen!’ ‘NEIN!’

‘Wist je dat een Griek naar achter wijst als je vraagt waar zich de toekomst bevindt?’ ‘NEIN!’ ‘Niet op je voorhoofd wijzen...’ ‘NEIN!’ ‘...ja, ja, ja, de toekomst is een tíjdsaanduiding en de plaats doet er dus helemaal niet toe, I know, baby.’

‘Weet je, ze zeggen dat we bijna allemáál Grieken zijn.’ ‘NEIN!’ ‘Jawel, iedereen in de gezondheidszorg, de kunstensector, het onderwijs...’ ‘NEIN!’ ‘Aha, ik snap het, nein is het nieuwe ja.’ ‘NEIN!’ ‘Eén dingetje nog, voor je vertrekt, het Lot, is dat een of andere wijk in Athene?’