Geen huis is weer opgebouwd in Gaza

De armoede maakt jongeren radicaal. Morgen brengt minister Koenders een bezoek.

Gezinnen bij hun verwoeste huizen in een buurt in het oosten van de stad Khan Younis in de Gazastrook. Er is nauwelijks materiaal om huizen mee te bouwen. 80 procent van de Gazanen leeft onder de armoedegrens. Foto’s Mohammed Saber/EPA

Gemaskerde mannen in zwart politie-uniform bestormden op 2 juni het huis van de 26-jarige Younes al-Hamnar in Gaza-Stad. Hij deed open, kreeg een pistool onder zijn kin en werd doodgeschoten. Op een plastic tuinstoeltje, het enige meubilair in het huis van onafgewerkt beton, barst zijn moeder Basima (50) ruim een maand later in tranen uit als ze die bewuste dag in herinnering roept.

Al-Hamnar was lid geweest van de Al-Qassam-brigades, de militaire vleugel van Hamas. Maar hij was overgestapt naar een salafistische groepering die gelieerd is aan de terreurgroep Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak. In zijn huis staat het IS-logo nog op de muur geschilderd. Hamas, sinds 2007 de baas in de Gazastrook, was hier niet blij mee. Al twee keer, zegt Basima al-Hamnar, hadden ze haar zoon gearresteerd. „Hij werd dagenlang met zijn polsen aan het plafond vastgebonden.” De derde keer was het geduld op.

Een jaar na de Gaza-oorlog, waarbij zo’n 2.200 mensen werden gedood, is de situatie in de Gazastrook slechter dan ooit. En dat heeft ook gevolgen voor de veiligheidssituatie. De armoede en uitzichtloosheid drijven jongeren zoals Younes in de armen van IS en andere salafistische groeperingen die radicaler zijn dan Hamas. Zij presenteren zich als het échte verzet tegen Israël. Terwijl Hamas de wapenstilstand naleeft die het vorig jaar heeft afgesloten, vuren radicalere groepen nog wel raketten af op Israël.

Karkassen van huizen

Niet één van de honderdduizend beschadigde of verwoeste gebouwen in Gaza staat weer overeind, volgens de VN. Karkassen van huizen herinneren aan de Israëlische bombardementen. Op sommige plekken hebben mensen in de ruïnes van hun huis een tent opgezet waarin ze leven. Anderen hebben elders onderdak gevonden. Maar er zijn nog altijd 120.000 mensen dakloos. Een aantal doorgaande wegen is wel hersteld, met geld van Qatar. Intussen lijden de Gazanen onder een werkloosheid van 43 procent, het hoogste percentage ter wereld. Volgens het Palestijnse Bureau voor de Statistiek zitten er van de jongeren zelfs zes op de tien zonder werk.

Wederopbouw is nauwelijks mogelijk. Israël en Egypte houden hun blokkade van Gaza grotendeels in stand, waardoor de smalle kuststrook economisch volledig is verlamd. Vooral de aanvoer van goederen als grind, staal en cement, die volgens Israël ook kunnen worden gebruikt om tunnels aan te leggen, is zeer beperkt. Met de Verenigde Naties werd een goedkeuringsprocedure voor het gebruik van die goederen afgesproken, maar dat heeft nog niet tot resultaat geleid.

Smokkeltunnels

Bovendien vernietigde het Egyptische regime bijna alle smokkeltunnels die Hamas onder de zuidgrens had gegraven en waar het veel geld mee verdiende. Uit geldnood ziet Hamas zich nu genoodzaakt om hoge belastingen te heffen. De bevolking mort, ook omdat de belastingopbrengsten niet worden aangewend om de publieke voorzieningen te verbeteren.

Hamas komt daardoor steeds meer onder druk te staan. Al moet de populariteit van IS en andere salafistische groepen toch niet worden overschat, zegt politiek analist Mohammed Hijazi, die gespecialiseerd is in islamitische groepen. Het aantal IS-sympathisanten in Gaza schat hij op „enkele honderden”, verdeeld over vier groepen.

Maar de salafisten zijn niet sterk genoeg om werkelijk een bedreiging te vormen voor Hamas, zegt Hijazi. Hamas houdt Gaza nog altijd stevig in zijn greep. Hijazi: „Die IS-sympathisanten worden opgejaagd, opgepakt, gemarteld en dus ook vermoord, zoals Younes al-Hamnar. Ze moeten heel voorzichtig opereren. Maar ze zijn niet georganiseerd genoeg om Hamas te bedreigen. Voorlopig zul je vanuit Gaza geen verhalen horen over ontvoeringen van westerlingen of executies in de stijl van IS in Syrië en Irak.”

Op deze julidag tijdens de ramadan is er bij de hotels en restaurants langs de kust in Gaza-Stad bijna geen parkeerplaats meer te krijgen. Om acht minuten voor acht gaat de zon onder en mogen gelovige moslims de vasten breken. In het Lighthouse Restaurant kunnen ze voor 56 Israëlische shekel per persoon, zo’n 13 euro, aanschuiven bij een lopend buffet.

Happy few

Maar dit is alleen weggelegd voor de happy few, zoals mensen die voor Hamas of de VN werken. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem leeft 80 procent van de 1,8 miljoen Gazanen onder de armoedegrens, die is vastgesteld op een inkomen van 2.300 shekel (550 euro) per maand voor een gezin van zes personen. Zij zijn grotendeels aangewezen op internationale voedselhulp.

Basima al-Hamnar, de moeder van de vermoorde Younes, moet met haar uitgebreide familie van zo’n 25 mensen rondkomen van het salaris van haar man. Geen van de drie broers en drie zussen van Younes heeft een baan. De enige hoop die ze heeft, is dat Hamas haar financieel zou compenseren voor de dood van haar zoon. Ze zou aanspraak kunnen maken op zo’n 50.000 euro. „Maar al geven ze me een miljoen, ik krijg mijn zoon er niet mee terug.” Intussen speelt haar kleinzoon, de zoon van Younes, op de betonnen vloer met een pvc-buis.

Veel levensmiddelen zijn voor families als deze onbetaalbaar geworden, onder meer door de belastingverhogingen die Hamas heeft doorgevoerd. Zo moeten slagers die via Israël koeien importeren aan de grens 25 procent belasting betalen aan Hamas.

In Gaza-Stad vervoert de 49-jarige slager Emad Ali een koe op een paardenkar. Die koe wordt straks geslacht – maar het is de vraag of het vlees zijn weg zal vinden naar Gazaanse gezinnen. Ali rekent voor dat hij door de extra belastingen de verkoopprijs van een kilo rundvlees met 20 procent heeft moeten verhogen, van 12 naar 14,40 euro. „Dit kost me de helft van mijn klanten. De markt was al slecht, nu is het dramatisch.”

Toch houdt Ali niet alleen Hamas verantwoordelijk voor de achteruitgang van zijn handel. „We hebben hier de Palestijnse Autoriteit, de Israëlische bezetting én Hamas. Dat maakt Gaza zwak.” Dat Ali ook al niet meer met Egypte kan handelen, geeft hem naar eigen zeggen de doodsteek. „Ik kan me de dagen herinneren dat we koeien aanvoerden door de tunnels. Dat waren nog eens goede zaken.”

Lucht uit het ventiel

Toch zijn er voorzichtige tekenen van optimisme. Zo zei Robert Turner, de Canadees die de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) in Gaza leidt, vorige week dat de geschillen over bouwmaterialen zijn opgelost. „Binnen een week kunnen we mensen geld geven waarmee ze toegang krijgen tot materialen en kunnen beginnen met herbouwen.”

Bovendien heeft Israël de exportrestricties versoepeld. In de eerste vijf maanden van dit jaar hebben meer dan vierhonderd vrachtwagens Gaza kunnen verlaten, vijf keer zo veel als in dezelfde periode in 2014. Wel tekenen de VN daarbij aan dat dit nog altijd maar 7 procent is van het aantal vrachtwagens dat in 2007, voor de Israëlische blokkade, goederen uit Gaza exporteerde.

Met Egypte heeft Hamas een sterk verzuurde relatie sinds een militaire coup een einde maakte aan het bewind van de Moslimbroederschap. De nieuwe Egyptische president Sisi ziet Hamas als verlengstuk van die verboden organisatie. Hij gooide de smokkeltunnels van Hamas dicht en sloot de grens bij Rafah, de enige grensovergang tussen Gaza en Egypte. Maar ook hier zijn tekenen van verbetering; zo was de overgang de laatste twee weken van juni geopend.

Officieel praat Israël niet met Hamas, maar diverse Israëlische en Palestijnse deskundigen zien toch tekenen van contact, waarbij Qatar zou optreden als bemiddelaar. Volgens analist Hijazi valt het niet met honderd procent zekerheid te zeggen, maar hij heeft aanwijzingen dat Israël en Hamas overeenstemming hebben bereikt over een sterk uitgebreid staakt-het-vuren, dat verder gaat dan het broze bestand van vorig jaar.

Israël en Egypte beschouwen Hamas nog altijd als een terreurgroep. Maar het alternatief, een Gazastrook vol IS-achtige lieden, is nog minder aantrekkelijk voor de twee buurlanden. Daarom, zegt Hijazi, is er beide landen veel aan gelegen om de leefomstandigheden in Gaza niet nog verder te laten verslechteren. „Vandaar de versoepeling van de blokkade. Er is weer wat export mogelijk, sommige Gazanen krijgen weer een uitreisvisum en Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever mogen weer familie in Gaza bezoeken. Zie het als een ventiel: af en toe moet er even wat lucht uit.”