Een akkoord! Ja, maar een Grexit is nog altijd mogelijk

de deal met Griekenland

Goed, er is na uren onderhandelen gisterochtend een akkoord gesloten in Brussel tussen de eurolanden en Griekenland. Dus de problemen voor Griekenland zijn opgelost? Nou, nee. Maar de euro dan, die is wel gered toch? Nee, ook niet per se.

Een kerk in de Griekse stad Fira. Foto Thinkstock, bewerking nrc.next

Met het Agreekment van gisteren lijkt de lont te zijn getrokken uit het kruitvat van de Griekse crisis. Maar er moeten de eerstvolgende weken nog heel wat hordes worden genomen, in Griekenland en daarbuiten. En zelfs als dat lukt is de toekomst, van Griekenland én van de euro, nog verre van zeker.

1 Wat is er nu precies afgesproken?

Dat is een hele waslijst. Griekenland kan een steunpakket van tussen de 82 miljard euro en 86 miljard euro tegemoet zien. 50 miljard daarvan komt van het Europese Stabiliteitsmechanisme, een fonds dat speciaal voor dit soort gelegenheden is opgericht. 25 miljard euro gaat naar het versterken van de wankelende Griekse banken, 12,5 miljard naar het aflossen van bestaande schulden en 12,5 miljard naar investeringen in de Griekse economie.

Griekenland geeft staatsbedrijven en ander overheidsbezit, die het vijf jaar geleden al beloofde te privatiseren, in onderpand, tegen een waarde van 50 miljard euro. De privatisering komt in handen van een aparte instantie, waarop Europa toezicht krijgt.

Dan zijn er nog overbruggingskredieten van samen 12 miljard euro, om aanstaande schuldaflossingen aan de Europese Centrale Bank (3,5 miljard alleen al aanstaande maandag) en het Internationaal Monetair Fonds (alleen al 1,5 miljard moest vorige maand worden afbetaald). Die overbruggingskredieten van 12 miljard maken deel uit van rond de 35 miljard euro die Griekenland nodig zou hebben om economisch te overleven.

2 En wat doen de Grieken daarvoor terug?

Morgen al moet het Griekse parlement een groot aantal wetten doorvoeren, waar de regering-Tsipras (en de Grieken zelf in hun referendum) zich tot afgelopen weekeinde juist sterk tegen keerden. Die wetten gaan van een gemeenschappelijk btw-tarief tot de onafhankelijkheid van het Griekse bureau voor de Statistiek, en van het invoeren van Europese regels over het afhandelen van het faillissement van banken tot het openbreken van beschermde beroepsgroepen (taxi’s bijvoorbeeld). Voorts moeten vrijwel alle maatregelen die door de regering-Tsipras werden teruggedraaid weer worden ingevoerd, met name bij de pensioenen. Verder moet het systeem van collectieve loononderhandelingen worden gemoderniseerd zodat de lonen niet de pan uit blijven rijzen, moet de zondagssluiting van winkels worden versoepeld en nog veel en veel meer.

Het is zelden vertoond dat een land onder dwang zo veel, en zulke ingrijpende veranderingen moet doorvoeren. En dat is niet het enige: er zijn ook eisen voor de begroting. De gehate ‘troika’ van de Europese Centrale Bank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Commissie moet weer toegang krijgen tot de overheid. En Griekenland, dat het IMF wilde weren als de huidige IMF-leningen begin volgend jaar aflopen, moet dan toch weer met dat IMF in zee.

3 En dan komt Griekenland erbovenop?

Op de tekentafel misschien wel – in wezen komt het neer op een schoktherapie voor de modernisering van de economie. En die is hard nodig. Denk aan de Oost-Europese landen na de val van de Muur, of aan de Aziatische landen tijdens de Azië-crisis. Maar of er in Griekenland voldoende maatschappelijk en politiek draagvlak is, is de vraag. Tsipras zal grote moeite hebben om alle maatregelen erdoorheen te krijgen en wellicht later zijn regering moeten herschikken of nieuwe verkiezingen uitschrijven.

De economische schok zal aanvankelijk groot zijn, en Griekenland maakt op dit moment alweer een nieuwe recessie door die grotendeels te wijten is aan de aanhoudende onzekerheid en de sluiting van de banken – waarbij overigens de Syriza-regering zelf niet vrijuit gaat.

In wezen devalueert Griekenland binnen de eurozone. Dat betekent dat de economie concurrerender moet worden zonder dat het zijn munt in waarde kan laten dalen. En dat doet, al jaren, veel pijn.

Vrijwel alle economen zijn het erover eens dat de schuldenlast van Griekenland voor een belangrijk deel zou moeten worden afgeschreven. Dat gaat, ook ditmaal, niet gebeuren. De vorm waarin een schuldenverlichting plaatsvindt zal dezelfde zijn als in 2012, bij de tweede redding van Griekenland: een langere looptijd, een nóg lagere rente misschien, en een langere periode waarin het land helemaal niets hoeft af te lossen.

Zo blijft de nominale schuld hetzelfde, maar eigenlijk wordt hij steeds minder waard. Want een aflossing over een halve eeuw staat in wezen gelijk aan een behoorlijke lastenvermindering voor Griekenland en een even grote waardedaling van de vordering voor Athenes schuldeisers.

Het voordeel daarvan is overigens dat die laatsten niet letterlijk aan hun kiezers hoeven te vertellen dat de schuld daadwerkelijk is afgeschreven. En dat Griekenland zich kan blijven voordoen als een land dat zucht onder een ondraaglijke last, terwijl het na de schuldsanering van 2012 al minder kwijt is aan zijn schuld dan Portugal.

4 Maar een Grexit is dus van de baan?

Zeker niet. Allereerst zal het Griekse parlement morgen alles moeten goedkeuren. Daarna moeten de parlementen van zeven eurolanden, waaronder Duitsland en Nederland, er hun stempel nog op zetten. En dan is er eigenlijk alleen nog maar een akkoord op basis waarvan verder onderhandeld wordt binnen het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) waar de eurolanden zitting hebben.

De 50 miljard aan privatiseringsopbrengsten zijn bovendien kwestieus. Het IMF stelde in juni nog dat een opbrengst van een half miljard per jaar veel realistischer is, maar wellicht kan het proces worden versneld.

Bovendien is er het risico van implementatie, zo stelden economen van ABN Amro gisteren. Politiek is de situatie in Griekenland hoogst onvoorspelbaar. De lijst van opgelegde maatregelen wordt daar gezien als een halve buitenlandse staatsgreep.

Het is heel goed voorstelbaar dat, zelfs als alles in de voorbereiding van de eerstvolgende weken goed gaat, Griekenland te weinig voortgang maakt. Omdat ook al de nieuwe hulp stukje bij beetje zal worden uitgekeerd, op basis van de geboekte vooruitgang, is de kans levensgroot dat zich telkens nieuwe crisismomenten voor gaan doen. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s gaat er nog steeds van uit dat Griekenland uiteindelijk de euro verlaat.

5 Maar de euro is tenminste wel gered, toch?

Ook dat is verre van zeker. Omineus was afgelopen weekeinde dat Duitsland rekening hield met een tijdelijke Griekse uittreding uit de euro voor een periode van vijf jaar. Nu dit scenario eenmaal officieel overwogen blijkt te zijn, staat het deksel van de doos van Pandora op een kier. Want als tijdelijke uittreding kan, dan kan permanente uittreding eigenlijk dus ook. En dat is nog los van de vraag of een land dat de euro tijdelijk verlaat, überhaupt in staat zal zijn om ooit nog terug te willen of kunnen keren.

Het gaat hier niet om vandaag of morgen. Maar de euro zou er voor altijd zijn, en juist die onomkeerbaarheid is nu aan twijfel onderhevig.

Bij de invoering van de euro was van begin af aan twijfel of Europa wel een ‘optimaal valutagebied’ is, of kan zijn. Of, anders gezegd, de economische cultuur wel eenvormig genoeg is, en de mobiliteit van mensen groot genoeg. Bovendien was er twijfel of een muntunie wel zonder politieke unie kan. Bij die laatste is er een veel meer gecentraliseerde besluitvorming dan nu, en zou er bijvoorbeeld sprake zijn van een veel groter federaal budget dat kan worden herverdeeld.

In de Verenigde Staten is dat wel zo, en worden deelstaten die een moeilijke tijd doormaken automatisch financieel gecompenseerd door deelstaten waarmee het juist voor de wind gaat. Uiteindelijk zal dat in de eurozone ook moeten plaatsvinden, wil de euro duurzaam kunnen overleven zonder een opeenvolging van crises door te maken.

Bij de invoering van de euro werd al voorzien dat alleen crises zouden kunnen zorgen voor de vorming van zo’n politieke unie, omdat die vrijwillig nooit zou plaatsvinden. De ironie van de Griekse crisis is dat de sfeer nu dusdanig lijkt te zijn bedorven dat die stap naar politieke eenwording verder weg lijkt dan ooit.