Democratie? Die komt niet van de Grieken

‘Wij gaven jullie democratie’, zeggen de Grieken tegen hun schuldeisers. Historisch is dat onjuist, meent Anton van Hooff.

Het politieke bestel dat Athene in de vijfde en vierde eeuw voor Christus aannam, was ontegenzeggelijk de eerste volksmacht ter wereld. Anders dan in de kleine primitieve democratieën van de stamvergadering, waren in Athene zo’n 30.000 burgers de gelijkwaardige dragers van de macht.

Voor het eerst kreeg een massa, dèmos, de macht, -kratia, vandaar dèmokratia. De volkssoevereiniteit werd door slimme mechanismen gegarandeerd. De volksvergadering, ekklèsia, waartoe al die burgers toegang hadden, had het uiteindelijk voor het zeggen, maar kon door haar omvang natuurlijk alleen maar voor of tegen stemmen. Daarom moesten voorstellen altijd voorzien zijn van een preadvies door de Raad van Vijfhonderd.

Om te voorkomen dat dit adviesorgaan de belangen van een kleine elite zou dienen, was het aantal leden groter dan waar ook in de Griekse wereld. De raadsleden werden niet gekozen, maar door loting uit regionaal gespreide districten van Attika aangewezen. Ze hadden maar één jaar zitting, mochten niet het volgend jaar deelnemen aan de raadsloterij en konden nog maar één keer later in het leven raadslid zijn. Presentiegeld zorgde ervoor dat ook niet-vermogende burgers die functie konden uitoefenen. Dagvergoeding werd ook uitgekeerd aan de leden van de volksrechtbanken, waarvan de leden door vernuftige stemmachines per zitting werden aangewezen.

Dat burgers rechtspreken is sindsdien een wezenlijk kenmerk van democratie. Er zijn maar twee staten in de wereld die zich democratie noemen en geen leken in de rechtspraak betrekken: Luxemburg en Nederland. Dit voorbeeld laat zien dat de antieke democratie aan het denken zet zoals ze bij David van Reybroucks boek Tegen verkiezingen doet.

Bij democratie wordt aan volksvertegenwoordiging gedacht, maar hierbij wordt vergeten dat het eerste parlement ter wereld, het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, werd ingevoerd om democratie te voorkomen; de smid en boer moesten het niet voor het zeggen krijgen. Alleen de heren waren in staat naar een centrale plaats, New York of Washington, af te reizen en daar aan politiek te doen.

De Founding Fathers kenden hun klassieken; ze hadden van Plato geleerd dat democratie stond voor chaos en willekeur. Democraat was sinds de oudheid namelijk een scheldwoord. Pas in 1794 schreef de Engelse dichter Wordsworth: ‘Ik behoor tot dat verfoeilijke soort mensen die democraten heten.’ Niet voor niets betitelden de eerste moderne staten zich als republiek, naar het voorbeeld van Rome. In de eerste plaats waren dat onze noordelijke Nederlanden, de VS en Frankrijk.

Pas in de loop van de negentiende eeuw toen voorlijke staten steeds meer burgers zeggenschap gaven, ontdekte men achteraf dat het nieuwe staatsbestel wel wat weg had van de Atheense democratie. In het bijzonder Groot-Brittannië herkende zich als zeemacht in Athene. Op de public schools and colleges las men gretig de nobele woorden van Pericles bij Thucydides: ‘We passen een bestel toe dat niet de instellingen van de buurvolkeren nabootst. We zijn eerder een voorbeeld voor sommigen dan dat we anderen imiteren. De naam? Doordat de macht niet bij enkelen, maar bij de massa berust heet het democratie.’

De principes die Pericles aan dat unieke systeem toeschrijft, herkent de tegenwoordige democraat: gelijkheid voor de wet, gelijk recht van spreken, tolerantie, benoembaarheid van alle burgers in alle staatsfuncties (dat zegt artikel 3 van onze Grondwet ook en maakt de erfelijke monarchie van de Oranjes onconstitutioneel).

Athene heeft dus wel voor prachtige legitimatie gezorgd, maar het gaf nooit de aanzet tot de moderne democratie. De wortels daarvan liggen in de zelfbesturende steden van de middeleeuwen. Statenvergaderingen onderhandelden met de vorst over belastingen. De vorst vormde met de standen een gemenebest. Als hij dat niet diende verloor hij zijn recht, zoals in 1581 onze onafhankelijkheidsverklaring, de Acte van Verlatinge ten aanzien van Filips II uitsprak.

Er is heel veel dat de Atheense volksmacht bewonderens- en gedenkwaardig maakt, maar het is niet waar te maken dat we onze democratie aan de Grieken te danken hebben.