Dans van vliegend plastic in rottende Malinese hoofdstad

Malinese dierenartsen vinden al jaren opgepropt plastic in de darmen van zieke geiten en schapen.

Bamako, met naar schatting meer dan twee miljoen inwoners, heeft geen enkele afvalverwerkende installatie. De hopen vuil heten in de volksmond Kilimanjaro. Foto EPA

Rukwinden vergezellen de gifzwarte wolken die zich boven Bamako samentrekken. Aan de rand van de Malinese hoofdstad zuigen ze het op de kwijnende boomsavanne gedumpte afval de lucht in en bezaaien de hemel met wild heen en weer schietende zakken en flessen. Aan de dans van vliegend plastic komt een einde als de druppels op de aarde plenzen.

De eerste regen na een half jaar droogte bevrijdt Bamako niet alleen van zijn drukkende hitte van boven de veertig graden. In afvoerkanalen en greppels begint dikke smurrie te schuiven. Emmers, jerrycans, lappen en flessen die rusten op het golvende onkruid met hordes muggen beginnen hun tocht naar de rivier de Niger. De rommel passeert eerst een paar in plassen plonzende poedelnaakte peuters, stroomt langs een straat met schapenkoppen op de rand van de stoep, neemt nog de excrementen van enkele hurkende mannen mee, en gaat dan op in de kronkelende bruine Niger.

Afrika wordt één grote smeerboel. Met de snelle groei van de bevolking en de economie en de opkomst van een middenklasse steken het consumentenparadijs en de wegwerpcultuur nu ook in Afrika de kop op. Eens kleine bestuursstadjes als Bamako veranderen in megasteden, met ronkende files van blik en brommers en voetgangers met mondkapjes. Het is bijna altijd dringen bij de drie bruggen over de rivier.

In het wassende water beneden is de grootstedelijke rommel onderweg naar woestijnstadje Timboektoe en verder stroomafwaarts naar de Nigerdelta. Het is moeilijk voor te stellen hoe ruim tweehonderd jaar geleden de Schotse ontdekkingsreiziger Mungo Park de loop verkende van de toen nog schone Niger, een jarenlange tocht over de machtige rivier waarbij hij het leven verloor.

Bamako, met nu naar schatting meer dan twee miljoen inwoners, heeft geen enkele afvalverwerkende installatie. De rommel blijft zo lang liggen in de binnenstad dat de hopen in de volksmond Kilimanjaro gingen heten. Malinese dierenartsen vinden al jaren opgepropt plastic in de darmen van zieke geiten en schapen. De Marokkaanse koning Mohammed, die zijn invloed graag uitbreidt in Mali, kon dan ook geen beter presentje bedenken voor de vieze natie dan door een afvalophaaldienst te schenken. Dit bedrijf, Ozone geheten, zal vijf jaar lang gratis afval ophalen.

„Maar Bamako blijft een teringzooi als de overheid de bevolking niet opvoedt om afval niet op straat te gooien”, sniert een inwoner. Hij maakt een afkeurend gebaar naar een passerende auto van een middenklassegezin. Eerst vliegen bekertjes en bakjes door de raampjes, daarna blikjes en een hap patat met als afscheid een wapperende plastic zak.

Bamako is vermoedelijk nog niet de grootste belediging voor het oog. Ga eens in het Nigeriaanse Port Harcourt kijken, waar de grond doordrenkt is van olie en op de daken stofdeeltjes van de gasverbranding een bedekkend laagje leggen. Of bezoek eens miljoenenstad Lagos, de economische metropool zonder riolering, waar tussen het voor de kust dobberende afval dode dieren en mensen drijven. Of reis eens met de boot van Freetown naar de luchthaven, als de veerdienst zich een weg baant door al het vuilnis van de hoofdstad van Sierra Leone. En de azuurblauwe zee blijft alles lijdzaam wegzuigen.

Niet alleen de oceanen rond Afrika krijgen zo de nodige rotzooi te verteren. Op de savannes van de Sahel en Somalië hebben doornige takken greep gekregen op de plastic zakken. Les fleurs du Sahel, schertsen de bewoners over deze vervuiling. In de Hof van Eden, zoals de maagdelijk mooie wildparken in Kenia worden geadverteerd, happen olifant, leeuw en hyena aan het afval van het consumptieparadijs.